|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
god is ànders, de ANDERE tegenover en naar de mensen toe. op de wijze van den mens is: op ONS gelijkend; maar de wijze van god is niet "gelijkend op den mens". het Woord en het WOORD zijn funadamenteel wezen lijk Zelfopenbaring van god aan den mens, het op de wijze van den mens. het gaat Hem niet om de psychologie van den mens, en uit dér aard mag het den mens niet gaan om psychologie. de boodschap van het Woord en het WOORD gaat bóven den mens uit, richt den mens OP. "Gij zegt...". "Maar Ik zeg u...". god spreekt booms en bijbels om zich -althans als in een spiegel- aan de mensen te laten kennen als OORSPRONG lijk den ANDEREN. en dit is de natuur lijke plaats van den mens: op ONS gelijkend. de kennis van god werpt over den mens een licht op den mens.
op ONS gelijkend gaat het het woord om -zó als het Woord en het WOORD- god te openbaren en uit dér aard een licht te werpen op den mens. zich beperken tot psychologie is het waar het om gaat in den steek laten en het woord verlagen tot den platten grond. het woord trekt den mens OP tot de hoogte van op ONS gelijkend, gelijkend op den ANDEREN. op die hoogte is de mens ànders: psychologie, sociologie, politiek, filosofie en de wetenschap transcenderend door dat wonder lijke àndere dat een afglans van den ANDEREN is.
het poëtische in de wereld is dat àndere dat een afglans van den ANDEREN is; poëzie is de articulatie van dat àndere in en onder ons. het poëtische raakt den mens, ontroert hem, boeit hem en beweegt hem tot spreken uit en in niet kùnnen niét spreken. de poëzie is dit door aanraking, ontroering, geboeid zijn bewogen spreken: dit niet kùnnen niét spreken. dit is: het àndere woord. met alle gevolgen van Dien. de articulatie wordt gedragen door (lyrische) bewogenheid. en niet omgekeerd. poëzie is geen experiment, geen kneepje van het vak. vakmanschap is een vrucht van bewogenheid. de dichterlijke gaat dichten; de woorden komen op den (lyrisch) bewogenen af en vallen hem toe. hoé dan ook.
poëzie is fundamenteel wezen lijk ànders: afglans van het "spreken" van den ANDEREN.
"Als gij wel doet aan wie u weldaden bewijzen,
wat voor recht op dank hebt gij dan?"(Luc. 6/23).
het WOORD geeft geen les in psychologie. het gaat Hem om het tonen hoe heel ànders dan de mens de Vader is: de Vader doet goed zonder berekening, gewoon natuur lijk zó. "Exemplum dedi vobis ut...". dit is: opdat gij volmaakt zoudt zijn (ànders bij Gods genade) naar ùw wijze op ùw wijze zó als uw hemelse Vader naar Zijn wijze op Zijn wijze volmaakt is.
het WOORD gaat het om de openbaring van den Vader én het OP trekken van de mensen naar het op ONS gelijkend toe. hoogste articulatie van het woord uit en in hoogste aangeraakte, ontroerde, geboeide bewogenheid. de àndere (verànderde, bekeerde, naar god toegekeerde) mens spreekt uit der aard een ànder woord: een het wonder van het WONDER bóven wonder onder ons voor ons van binnen naar buiten uit stralend woord. zijn kunst is: dat zijn woord straalt, schittert uit en in den geest van den GEEST.
- een vreugde die ànders is, openbaren den ANDEREN
- een vrede die ànders is, in een ànder woord;
- een vrijheid die ànders is, zó als het WOORD.
dit is het TEKEN van gods wonder lijke intens aandachtige aanwezigheid onder ons voor ons: die àndere vreugde, die àndere vrede, die àndere vrijheid. niét zoals de wereld die geeft, maar zó als de Vader die door Zijn Zoon uit en in Hun Geest geeft. dit is het TEKEN van/in onzen tijd.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
