|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
Luc. 17/11-19 is een verhaal. het verhaal van een gebeuren, van een geschieden in onze geschiedenis.
een verhaal is een wonder iets. het komt op ons af en haakt zich in ons vast om mee te gaan in onze geschiedenis. men zegt dat het eenmalig is, maar het gaat niet voorbij. voor den intens aandachtigen aanwezigen in deze wereld blijft het in al zijn glorie aanwezig. want een verhaal schittert als de zon en is wit als sneeuw.
het is een feit dat zichzelf overleeft en zó doende wonder lijk een FEIT wordt. dit is: verrijkt en gevuld wordt met levensbetekenis. achter het brute feit verschijnt een gezicht dat zijn oorsprong heeft in den beginne, in de geweldige realiteit van de Schepping en het Verbond. de Schepper, trouw aan Zijn werk, maakte den mens tot een ("levend") wezen met eigen wijze, en trouw aan dié wijze openbaart de Schepper Zichzelf en den mens op de wijze van den mens. Hij laat een feit een FEIT worden, een met volle betekenis geladen gebeuren, dat rijk te voorschijn komt voor hart en ziel en zinnen en verstand en een door her innering gedragen verbeelding. juist die verbeelding is het kostbare vermogen van den mens om door te dringen tot het FEIT zijn van het feit. tot wat men noemt "de tweede bodem".
de verbeelding is het heerlijke vermogen het TEKEN in de dingen te ZIEN. een verhaal moet GEZIEN worden. de verhalen van de Schrift bergen in zich bij uitstek de TEKENS van de openbaring, die helder verschijnen voor die gelooft. de door her innering (van Schepping en Verbond) gedragen verbeelding is niets anders dan "de ogen van het geloof". de menslievende wijze van god om ónze wijze te verrijken met Zijn aanwezigheid. en dààr van waren de schrijvers van de Schrift zich (min, of meer) bewust. het verhaal van lucas lezen is gelovend openstaan voor het openbarend TEKEN er in; mógen kunnen en (hopelijk) kùnnen mogen komen tot het TEKEN.
1) er zijn de concrete gegevens van dien tijd en die plaats. er is b.v. de Wet: "Zij bleven op een afstand... Gaat heen, vertoont u aan de priesters.". die gegevens zijn zo sober gehouden dat er uit blijkt dat lucas' voornaamste bedoeling zeker niet was het geven van informatie. er is bewust veel meer; méér.
2) er is een kracht uit het diepste van jezus' ziel, een verdriet dat te maken heeft met de Hem door Zijn Vader gegeven opdracht àlle schapen in den schaapstal te brengen en te houden. "Zijn er geen tien gereinigd?". het is het verdriet om den weerstand van op zichzelf betrokken mensen; om het ongeloof van jeruzalem. eens zal Hij wenen over die stad en het beeld gebruiken van de hen en haar kuikentjes.
één keerde terug, "en dat was een Samaritaan". het ziet er uit als een berisping van den afval van de joden, van israël. het klinkt harmonisch met het verhaal van het bruiloftsmaal. hoe vreemd het gedrag van de mensen. hoe scherp het verschil tussen de "inwoners" en den "vreemdeling". het is het geheim van de vrijheid. het is de paradox van ons bestaan: dat de eersten de laatsten, de rijksten de armsten, de groten de kleinen "zullen zijn" in het Rijk Gods. op grond waarvan? waar ligt de knoop?
3) de grond is de eenvoud van het hart, de "nederigheid".
"Hij viel op zijn aangezicht neer
vóór Zijn voeten en dankte Hem.".
zijn geloof heeft hem gered. hiér trekt jezus het genezen óver het fysische heen door naar het unum necessarium: het geloof in God. de "vreeemdeling" blijkt een gelovende te zijn ("Met luider stem verheerlijkte hij God."). God en jezus lopen ineen. de samaritaan ziet zijn genezing als het werk van God door "Jezus, Meester". hij is een levensgrote getuige van en getuige voor jezus van nazareth, en uit dér aard een toonbeeld voor den mens.
en dàt is het TEKEN in lucas' verhaal: god geneest den mens door jezus van nazareth. god is fundamenteel wezen lijk de genezende, en jezus van nazareth is op de wijze van den mens het sacrament van god onder de mensen voor de "inwoners" én de "vreemdelingen". hoe "vreemd" dat ook voor ons moge schijnen. want god IS "vreemd". lucas' verhaal is een wonder lijk verhaal: het verhaal van het WONDER bóven wonder, dat God IS. en voor den gelovenden gaat dit verhaal tot wonder open. zó als sint-paulus zegt:
"Ik ben geboeid, maar het Woord van
God is niet geboeid."(II Tim. 2/9).
het Woord en het WOORD wonen onder ons als "de goede grond" voor óns woord. op de rots, op den weg, tussen de doornen gaat het verloren. het woord is openbaring. de gave van het spreken is de mogelijkheid tot deelname aan het scheppingswerk van god. spreken is scheppen: articulatie, vorm geving aan de dingen. en door die vorm geving aan de WERKELIJKHEID van god onder ons. het woord is een wonder. het grijpt ons, ons overtreffend, aan. ons te zelfder tijd openend en uitnodigend tot het tekenen van het wonder. het heeft deel aan het WOORD.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
