|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
de rechter en de weduwe (Luc. 18/1-8) is gewoon de wijze van den mens. en het wonder lijke ervan is: dat ónze wijze -uit en in de Schepping en het Verbond- een weerspiegeling is van de wijze van god. god openbaart -trouw aan Zijn Scheppen- Zijn wijze door de onze. de mens hoeft alleen maar -ongevangen en onbevangen dan- te kijken. hoe dikwijls zegt de Schrift niet: "En zie..." opdat wij, zoals johannes hoopt, zouden "zien". en geloven.
1) de rechter herkent drie motiveringen om de weduwe te helpen: de "vrees" voor God; om bij de mensen goed overtekomen; om er vanaf te zijn. hij kiest uit zijn aard van zich noch om god noch om de mensen te bekommeren de derde. hij helpt uiteindelijk de weduwe "om van haar af te zijn", om met rust gelaten te worden.
de weduwe van haar kant dringt aan, laat haar zaak niet los en...haalt het. zij bereikt haar doel en dat is voor haar het voornaamste. jezus kent blijkbaar de wijze van den mens.
2) maar Hem gaat het niet om dié wijze, maar om de wijze van den Vader. Hij transponeert onze (in dit geval niet al te schitterende) wijze naar den Vader toe. het wezen van den Vader, Zijn eigen aard, is: "Zou God dan aan Zijn uitverkorenen geen recht doen?". god is groter dan ons hart, laat staan onze berekenende ratio. dit is een gouden draad die door de hele Schrift geweven is en er glanzend uit straalt. in dié lijn op dié lijn ligt: "Ik zeg u: Hij zal hun recht doen met spoed.".
3) bidden is geen eenmalig gebaar, geen bevlieging, geen noodrem trekken, maar een ernstige gewoon natuur lijke innerlijke levenshouding. het is de kant van god kiezen, vrij en vrolijk aan den kant van god gaan staan. met god wandelen en spreken, wetend dat god "recht doet", en "met spoed". dit continue met het hart bij den HEER zijn is het dag en nacht tot Hem roepen van de uitverkorenen. deze innerlijke houding is de "volharding", de "wijsheid ter zaligheid, die de Schriften kunnen geven door het geloof in Jezus Christus"(II Tim. 3/15).
4) en zó culmineert bij lucas deze "gelijkenis" ook weer in de beklemtoning van het geloven.
"Maar zal de Mensenzoon bij Zijn komst
wel geloof op aarde vinden?".
jezus wil den mens via de wijze van den mens uit die (dikwijls bekrompen, egoïstische zo niet kwaadaardige, "boze") wijze OP trekken naar de "recht doende" wijze van god door "het geloof in Jezus Christus", in den Mensenzoon.
alleen door te geloven kan de wijze van god (en den reëlen aard en betekensis van bidden) geZIEN worden. en wel bepaald door het geloof in den Mensenzoon, in de wezen lijke tegenspraak tussen de onbevrijde wijze van den mens en de wijze van jezus van nazareth; tussen het "Gij zegt..." en het "Maar Ik zeg u...".
de wijze van den mens betekent dat de Vader alleen kan gezien worden in den mens jezus van nazareth, "het beeld van de onzichtbare God"(Kol. 1/15). de eerstigheid van den Vader wordt voor altijd en overal helemaal doorgetrokken in jezus, "de Eerstgeborene van heel de Schepping"(id.)
zal de mens in Hem geloven en door dit geloven Hem geloven als Hij zegt "Maar Ik zeg u..."? de realist en "mensenkenner" jezus weet wel beter. er klinkt verdriet in Zijn vraag. maar trouw aan Zijn Schepping respecteert Hij de vrijheid van den mens. Hij roept hem op, "dringt aan te pas en te onpas", en blijft zeggen:
"Maar Ik zeg u...".
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
