|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
zó simpel is dat voor johannes (9/35-38). 1) er is een blindgeborene die graag wou kunnen zien; 2) jezus "geneest" hem, d.i.: laat hem Hém zien; 3) hij gelooft in Hem. het verhaal van den blindgeborenen is óns verhaal.
1) wij worden blind geboren. dat is niet het gevolg van een "zonde", maar gewoon natuur lijk ónze wijze uit en in de Schepping en het Verbond. dat wil zeggen: dat wij blind geboren onderweg zijn om te zien. wij worden geboren om te zien. met diep in ons -in de KIEM- het verlangen om te zien, om te mogen beleven dat onze ogen open gaan. dit is oorspronkelijk wezen lijk onze wijze van er te zijn. ontologie.
2) en god woont onder ons. Hij ziet ons "in het voorbijgaan", en "geneest" ons. Hij raakt ons aan en raakt ons. Hij nodigt uit tot medewerking. tot "wonen". het zien komt uit het "wassen": ons deelnemen aan ons deelhebben "op Uw woord".
dit is het geheim dat verborgen ligt in de KIEM: het willen zien wordt wonder lijk geöriënteerd naar de kans. het krijgt zijn KANS: zijn keer punt, het acuut moment van de be kering, de volkoemn vertrouwende toe kering naar god.
3) en dit is het volwassen worden van het geloven in ons. geloven is onvoorwaardelijk op de uitnodiging, op de KANS ingaan en mogen ZIEN het LICHT.
zó simpel is dat voor jezus en den blindgeborene man. johannes heeft dit meegemaakt. dit GRONDervaren in ons leven is de KERN van zijn evangelie. in simplicitate cordis et in veritate. tegen dezen VOORGROND plaats hij den achtergrond van "de wereld", van het melodramatische (lachwekkend én tragisch) in wikkelen en problematiseren van het helder en krachtig eenvoudige gebeuren van ons bestaan. het wriemelen van de palingen der VRAGEN van de leerlingen en der "joden". in FEITE van de uit kleinheid (bekrompenheid) of weigering niet gelovenden. zij leven hun leven op met de bekrompen kleine bezigheidjes, met hun uitgevonden en zelfgefabriceerde vraagjes, die zij opblazen tot wereldschokkende met het vernis van humanisme bespoten VRAGEN. en gaan blindgeboren blindblijvend blind aan den eenvoud en de waarheid voorbij. en uit dér aard aan het LICHT en hun LEVEN.
"den Meester vertellen". johannes besteedt 7 verzen (1,6,7,35,36,37,38) aan den VOORGROND, en 34 aan den achtergrond. 7 aan den eenvoud en de waarheid; 34 aan al den prietpraat en den on zin en den "bozen" geest van "de joden", "de leerlingen van Mozes".
jezus van nazareth, het WOORD van den Vader, IS het antwoord op onze vragen, op de "vraag" die wij zijn. in FEITE neemt hij de "zondige", dit is de eigengereide, moedwillige, spitsvondige en nutteloze vragen uit de wereld weg. "Kijk eens naar..."; "Komt maar eens kijken...". geloven is de redding, dit is de "verlossing", de door bevrijding gekregen vrij en vrolijke vrijheid van de "kinderen" gods.
er zijn vragen die de stekels zijn van hoogmoed, van de weigering te zien ("Zijn ook wij dan soms blind?"). onze ogen moeten gewassen worden met het water van een zuiver hart en de genade van den pinksterGEEST. en dit kan alleen door een instemmend gehoorzaam volgzaam loslaten van eigen waan en ŕlle eigen heden waarvan de blindgeborene ons een helder toonbeeld geeft. en welk een ŕndere mens is hij geworden: volkomen los van de menigte, zijn ouders en de farizeeën en alleen nog vast aan jezus van nazareth:
"Heer, ik geloof. en hij wierp
zich vóór Hem neer.".
en daarmee uit. voor wie, door jezus van nazareth aangeraakt, geraakt werd en wordt, worden debatten, discussies, pannelgesprekken, vergaderingen herleid, gerelativeerd tot wat zij zijn: nutteloze bezigheidjes met futiliteiten bij gebrek aan ZIEN.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
