|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
eergisteren viel er plots in u een vreemd licht op "Casselkoeien". een visioen op een visioen. ongrijpbaar, onverklaarbaar. het was er en speelde verder mee gisteren en vandaag.
de wetenschap beduimelt de poëzie met vuile vingers (zó als die waalse douanier of takscontroleur de handtas van uw vrouw en uw portefeuille beduimelde. gij zijt er nóg vies van.). er is in dit gedicht een thesis, een anti- en synthesis:
- de koeien "in 't gers en in de zon";
- de koeien "in "t donker gers ";
- de koeien "ontwekt door 't blinkend zonnehoofd.
dit is gezelles visioen der dingen, dat hem aangrijpt en stemt
- tot een toe keer in vreugde,
- tot een af keer in verdriet en
- tot een definitieve toe keer in vreugdevolle hoop.
het is het bijbels visioen van ons bestaan:
- de paradijselijke schoonheid in het vers geschapen LICHT,
- de val tot wangedrocht in de duisternis der zonde, en
- de schitterende verrijzensis in 't paasmorgenLICHT.
er komt, in dit LICHT gezien, een wonder lijke gedaante veràndering over het gedicht, en niemand zal loochenen dat zij volkomen ligt in de lijn op de lijn van den dichter. er verschijnt iets vreemds en dieps, een bijbelse helderheid en kracht: het visioen van den mens door den schrijver van genesis gezien als:
- het paradijslijk geluk in strofe 1, 2 en 3: "'t Is
prachtig...". wie zal wetenschappelijk bewijzen,
verklaren wat uit deze woorden als levenservaring
opspringt? hiér geldt alleen: en laat ons zwijgend
wonderen! het is er, en het komt over die kan lezen.
- het ongeluk van de verduistering in strofe 4: "een
beeld van schaduw bijgebonden." het is de ont
luistering van de opperste schoonheid tot wan
gedrochtig grote spoken. een pijnlijke ervaring
ergens in gezelles diepste diep hiér levend vóór
hem verschijnend in de gevlerkte koeien in
"'t donker gers". de zondeval, de verduistering
van de wereld.
- de zekerheid der verrijzenis, der verlossing. op het
moment van de diepste eenzaamheid, verlatenheid,
berooidheid na den val en het "verdwijnen"
("verborgen al dat verwe heet"), verschijnt
de troost, de verbondenheid uit en in het
Verbond: "Morgen...". het laatste woord (het
diep GRONDIG optimisme van gezelle) is niet
"uitgedoofd", maar "ontwekt".
zag gezelle het zó? wij zullen het nooit weten en hoeven het ook niet. wel weten wij dat het hem geen oneer aandoet. is het dan een goedkope hineininterpretierung? het gedicht van een dichter is groter dan de dichter. zijn woord reikt vérder dan zijn neus lang is. een in val is geen toeval. een flits van het LICHT valt ons niet toevallig toe. én: er is over waar het in gezelles gedichten uiteindelijk om gaat nog niet zo heel veel gezegd en nog heel veel te zeggen... als de ziele luistert.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
