|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
de gelovende heeft plaats in de wereld van hemel en aarde. hij is een verrijkte mens, die de wereld -uit dér aard- ervaart, ZIET als een verrijkte wereld en zijn leven er in als een verrijkt leven. verrijkt én verrijkend.
zijn denken, doen en dichten zijn verrijkt groter dan. uit en in den GEEST be GEEST met den geest van den Vader en den Zoon.
1) zijn denken, kennis en rationeel inzicht zijn open naar de waarheid toe. zij zijn naar buiten gekeerd.
- een verlangen naar waarheid, werkelijkheid. naar de
gehele waarheid van de gehele Werkelijkheid.
- zij zijn uit der aard deemoedig, zich van hun grenzen
bewust, en uit dér aard blijven zij op hun plaats.
- zij dienen. zij staan in dienst van de mensen. de
waarheid bevrijdt. zij bevrijdt tot vrede en vreugde.
2) zijn doen (zijn moraal) is een leven naar de waarheid. gedragen door den GEEST is het van eigenbelang weg gekeerd gekeerd naar den anderen mens. staat het in dienst van de anderen. hij maakt mede de aarde bewoonbaar door haar te verrijken met gods intens aandachtige aanwezigheid onder ons. zijn doen is een TEKEN van gods aanwezigheid, hoe beperkt ook, hoe "mens lijk" ook, wetend dat de GEEST werkt op Zijn manier.
zijn doen is meer dan gewoon een praxis. het is een van gedaante verŕnderde en uit dér aard de wereld verŕnderende praxis.
"Emitte Spiritum Tuum et creabuntur.
Et renovabis faciem terrae.".
zijn persoon is een op nieuw geschapen in de wereld op nieuw scheppende praxis: een verbijsterend verbazend boeiend wonder onder ons. het bewerkt en bewaakt den tuin tot schitterend als de zon en wit als sneeuw. het is "goed".
3) zijn dichten, de schoonheid van de liefde, die de grootste is. de liefde is groter dan de praxis en de moraal. zij is "goddelijk": zij laat het oordeel, het laatste woord aan god. het laatste woord ligt voorbij de kennis (de leer) en voorbij de daad (de moraal). het is van god. het is niet óns gegeven. wij moeten er afblijven. het laatste woord is de schoonheid van de liefde, van den GEEST. de schoonheid van het dichten is het laatste woord in óns woord, het WOORD in het onze. dichten is de articulatie van een gelovend hopende liefde; van de VOLtooiing uit en in Zijn VOLheid.
de reële rijkdom van de wereld is de GEEST, de aarde verrijkt met den hemel. alleen de gelovende, de be GEESTe, kan dit zien, kan het WOORD lezen, is bekwaam tot het VISIOEN. de gelovende is gewoon natuur lijk een biddende:
"Veni, Sancte Spiritus, reple Tuorum corda fidelium
et Tui amoris in eis ignem accende...
Emitte Spiritum Tuum et creabuntur.
Et renovabis faciem terrae.".
bidden is god doorlaten. Hem niet in den weg staan, maar vrij en vrolijk mee werkend aan het werk laten...als het uur van de liefde
- verrijkt de kennis zó dat "zij goed is", dit is: waar.
- verrijkt het doen zó dat "het goed is", dit is in dienst
van den mens.
- verrijkt de liefde zó dat "zij goed is", het WOORD van god.
"Als ik de liefde (den GEEST) niet heb, ben ik
een rinkelend bekken, een rammelend cymbaal.".
- zonder de liefde, den GEEST, is de wetenschap een rinkelend
bekken, of een rammelend cymbaal. uit en in den GEEST
is zij een veilige weg naar het VISIOEN. één van de
wegen. "Zalig die niet gezien en toch geloofd hebben.".
het WOORD klaart op voor wie zich er zich buigend voor erover buigt. zó dat wetenschap gedragen wordt door geloof, geloof door wetenschap.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
