|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
hoe geraakt een taal ver van het volk? het volk blijft achter. het verdiept zich niet. het woord heeft plaats in de diepte, in zijn OORSPRONG lijke werkelijkheid van de Schepping en het Verbond. in het mysterie. een volk dat achter blijft, zich bezig houdt met de oppervlakte der dingen, verliest het contact met het mysterie en zijn bekwaamheid tot het VISIOEN. het wordt ziende blind. en zijn taal wordt slogan, kneepje van het vak, een spelletje dat de werkelijkheid verhardt en verkoelt tot een levenloos gebruiksvoorwerp, een gestolde klomp aarde.
het woord boetseert de klei tot een warm en mals beeld: de wilde en onvervalste pracht van blommen langs den watergracht. de GEEST in den mens her schept den chaos tot een orde die schittert als de zon en wit is als sneeuw. "De Geest zweefde boven de wateren" is het VISIOEN van de wijze van den mens. de GEEST ordent den chaos. Hij boetseert. Hij boetseert den mens op nieuw.
het woord hoort thuis in dit nieuwe. een volk dat dit nieuwe verliest, wordt "stom": "een rinkelend bekken, een rammelend cymbaal". het woord is melodie. een volk dat zijn liederen verliest, bedwelmt zich aan rinkelen en rammelen. amusement. het amuseert zich alleen. het woord zingt. het bouwt een volk op en maakt het bekwaam voor het Woord en het WOORD. poëzie is levens adem: zij boetseert een volk tot een levend wezen, mals en warm. GEESTdriftig GEESTig. scheppend GEESTlijke liederen, KERK lijke liederen in de lijn op de lijn van de psalmen. waar de cultuur van het westen is gaan rinkelen en rammelen.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
