|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
ZIEN. zó als gij (waarschijnlijk) nog nooit hebt gezien. gij ziet -plots- de dingen heel scherp. het eerst - en on vergetelijk- het gezicht van de verpleegster die het verband wegnam dien zaterdagmorgen 25 april. het verbijsterend verbazend boeiend wonder van een door een mens voltooide schepping van god.
al is de schrijvende hand nog on vast, het oog is vast. de hand zal volgen. uit en in een geduldig wachten, dat het teken is van een geGRONDd vertrouwen in de intens aandachtige aanwezigheid onder ons van gods liefde voor ons.
de dingen verschijnen nu heel scherp, als een àndere wereld. schitterend als de zon en wit als sneeuw. al zes dagen. en zó zal het wel blijven als alles langzaam en zonder verwikkelingen geneest.
en weer thuis. een felle thuis. met een gelukkigen glimlach van mama vóór mij en een doordringenden blik van jan. en al die letters, die zich helder aan mij willen tonen als om te zeggen: "Zie, zó helder zijn wij, geen 'mist'". thuis best. een "heldere" thuis, al ziet gij nu ook de scheurtjes en vlekjes, en, ja, hoe lang het gras geworden is. er zijn de nieuwe bloemen; er is het nieuwe groen.
het is nauwelijks te geloven: gij doet uw oog open en zit daar almaardoor te kijken, verwonderd te kijken naar al wat nu zo scherp onder uw oog komt, zo scherp voor u verschijnt. gij kunt uw oog niet geloven en moet het wel. en wel dankbaar, ondenkbaar dankbaar. de dwaasheid van den lof. gij zit daar te lezen. want al wat er bij u ligt, is nu leesbaar geworden. gij hoeft niemand meer te vragen voor u te lezen. plots. binnen de tijdspanne van één dag.
en met de helderheid van de letters schijnt ook de helderheid van den "inhoud" te verhelderen. gij kunt in augustinus' preken weer rood onderstrepen van blz. 120 af.
zij zeggen: een tweede jeugd. een tweede geboorte.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
