|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
de wijze van den mens is zó dat kunst mogelijk is. zij is bekwaamheid tot: VISIOEN van de WERKELIJKHEID ervaren, ZIEN; articuleren, "boetseren" van dit VISIOEN. kunst is geboetseerd VISIOEN. zij is uit dér aard niet voor verklaring vatbaar. méér nog: een hand werk willen verklaren is het neer halen, verwateren, verdunnen. een kunstwerk "is het machtigst alleen", sine glossa. het schittert schitterend -10 meter bóven de straat- op een af stand.
1) het kan geen na bootsing zijn. de dingen kunnen in hun objectieve verschijning niet verbeterd worden. een nabootsing is uit der aard verzwakking van het ding.
2) wel kan een nabootsing een aantrekkelijk bewondering wekkend staaltje van technische vaardigheid zijn, van "vakmanschap". maar zelfs hoogste vakmanschap produceert nog geen kunst.
3) en (nog) geen kunst is het door den mens zo gezochte goochelen met de -soms vreemde en altijd fascinerende- krachten in de dingen, in het woord. een kunstenaar hoedt zich uiterst voor de bekoring van het goochelen, dit al te gemakkelijk en altijd verzekerd succes. de feiten bewijzen dat weinig "dichters" er aan ontsnappen, dat vele er aan ten onder gaan.
4) een kunst werk is beademde aarde. de kunstenaar gaat te werk op ONS gelijkend: hij boetseert leven, de WERKELIJKHEID van het VISIOEN. gewoon, natuur lijk, in simplicitate cordis. het "werk van zijn handen", het "levend wezen" alleen is het bewijs van zijn kunstenaarschap. een gedicht is "een levend wezen".
de dichtende dichterlijke is bekwaam tot scheppen van "een levend wezen", van het visioen van de Schepping en het Verbond. van zijn "verrijkte" wereld. het werk van den dichtenden dichterlijken is een verrijkte wereld, en dit betekent óók een voltooiing van de Schepping. zijn werk is een mede werk; zijn hand "een kleine hand" in de GROTE. zijn werk is uit zijn aard niet vatbaar voor verklarig. wel voor "zwijgend wonderen".
zou het niet zó zijn dat de mens uiteindelijk lééft van dit zwijgend wonderen van elk "levend wezen"? zwijgend wonderen is leven op de verrijkte wijze van den mens. dichten is articuleren, d.i. spreken op de verrijkte wijze van den mens. spreken op de verrijkte wijze van den mens is uit zijn aard "spreken in beelden". het beeld overstijgt de platte objectiviteit der dingen en tilt ze op 10 meter bóven den platten grond. dit is: op de hoogte waar de werkelijkheid de WERKELIJKHEID ontmoet en verrijkt wordt tot visioen.
het "spreken in beelden" is een verbijsterende verbazende boeiende wonder lijke bekwaamheid van den mens -als hij geluk heeft, bij gods genade. dichten is "spreken in beelden". dit is: op de hoogte van het visioen. niet voor verklaring vatbaar; niet te vangen in een of andere poëtica. de poëtica's raken alleen de kouwe kleren, ten hoogste de kneepjes van het vak, het spel met de krachten van het woord. zij blijven ver van het warme malse hart, dat blomgewas dat 's morgens open en 's avonds toe doet zijn blad naar het werken van de zon. alleen een gedicht kan u een idee geven van wat een gedicht is. een gedicht zoekt niet zichzelf. het wijst dienstbaar deemoedig naar de WERKELIJKHEID, naar den rijkdom van ons bestaan. en dààr gaat het om. en daarmee uit. on vrijblijvend.
het "spreken in beelden" is een appèl, geen esthetisch snoepje, geen avondje uit, geen nacht der poëzie. de dichtende dichterlijke is een profeet, geen clown. het gaat hem inderdaad om àlles óf niets. gewoon natuur lijk. in simplicitate cordis.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
