|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
de herberg. lucas stelt in één zin een wereldje in zijn hemd. het wereldje van "de wereld". wat de mensen "op eigen houtje", op het hùn eigen houtje, hebben gemaakt van de Schepping en het Verbond. het wereldje van "de wereld" is: waar er geen plaats is voor "de heilige familie", voor datgene waar het uiteindelijk, d.i. eigenlijk om gaat. lucas stelt dit heel nuchter vast. kort en goed en voorgoed. en het is goed het te weten. en daarmee uit. ondertussen gebeurt de geschiedenis in haar VOL heid "in een stal, in een kribbe": in het dorp, langs de wegen, aan den waterkant. "Daar God haar eens te willen koos.". de herberg is de pretentie van het "op het hùn eigen houtje". en dààr geschiedt uit der aard geen poëzie. dààr boemelen zij wat. wij horen en zien er van door de verslaggevers van "de pers". het klinkt als wat er uit het café komt als de deur bij goed weer -god weet waarom- open staat. nu eens het luide vertier van vrolijke knapen; dan doodernstig gefilosofeer, soms gekibbel, en af en toe een hoogoplaaiende ruzie. met open deur. soms is het er heel stil. de luiken zijn neer, en dan merkt gij hoe dringend zij aan een grondige schilderbeurt toe zijn. de baas is nu eigenaar geworden. de hele lange en brede achtertuin is bijgewerkt geworden als stapelplaats. zij komen hier samen. dan staan de zware motoren netje naast elkaar als vroeger de paarden. wel maken zij, onloochenbaar, lawaai als zij vertrekken. laat.
en ondertussen geschiedt de geschiedenis uit en in de ene genade na de andere uit Zijn VOL heid ontvangen. dié geschiedenis doet gewoon voort. "Terwijl zij daar waren, brak de tijd van haar moederschap aan.". het WOORD wordt vlees en woont onder ons. dit is de verrijkte geschiedenis: schitterend als de zon en wit als sneeuw, de overwinning van het leven over den dood. het gekruisgde WOORD wordt verheerlijkt: het verrijst. het leeft, en de tekens daarvan zijn legio. hoor-, zicht- en tastbaar.
zó ook -uit Zijn volheid hebben wij ontvangen de ene genade na de andere- wordt het gekruisigd woord verheerlijkt tot levende poëzie. niet in de herberg, maar in het dorp, langs de wegen, aan den waterkant, "in een kribbe". niet "op eigen houtje", maar in de lijn op de lijn van het Woord en het WOORD. uit en in de dynamiek van de geschiedenis die gewoon natuur lijk voortdoet: hier en nu het in den beginne her innerend bewerken en bewaken naar de toekomst toe.
verrijkte poëzie snijdt de kerven waar god ze snijdt. haar eerlijkheid is haar heerlijkheid en óók hier duurt eerlijk het langst. uiteinde lijk. al is jeruzalem nergens te zien, al dreigt de koning. maar zie: de engel des Heren spreekt tot de herders en een "vreemde" ster wijst de wijzen den weg. heri, hodie, et in saecula saeculorum.
zó wordt GESCHIEDENIS de draagster van ónze geschiedenis: heri, hodie, et in saecula saeculorum. zó herhaalt zich de GESCHIEDENIS in de geschiedenisjes. zó wordt het WOORD steeds weer Woord in het woord van den dichtenden dichterlijken. hij "perst" zijn woord vrij en vrolijk zelf. alleen, en van geen mens gestoord. als voor zichzelf. als stilletjes vóór zich uit stamelend wat de engel des Heren tot hem spreekt. en dat hij in het hart bewaart en bij zichzelf overweegt.
dichten is in het hart bewaren en bij zichzelf overwegen hoe de GESCHIEDENIS onze geschiedenis draagt en zich in ons geschiedenisje herhaalt. het verhaal van de herders wordt hic et nunc het verhaal van den dichtenden dichterlijken. zouden "zij" het weten?
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
