|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
de "taal" van de Schrift is "Woord van God". uit dér aard scheppend. leven scheppend. zij is levens taal: levend levendmakend. god is er scheppend aan het woord, dit is: verrijkend met leven, met geschiedenis. zij is geschiedenis van het Woord naar het WOORD toe, van begin naar VOLeinding, VOLHEID. voor óns. voor elken mens. voor het volk van God. zij geschiedt in den "uitverkoren" mens, in het "uitverkoren" volk. zij staat in het teken van de verrijzenis. zij schept verrijzenis uit en in de verrijzenis van jezus Christus. Zijn verrijzenis is het reële punt omega: het punt alfa en omega.
de Schrift "helpt" den mens en het volk op weg onderweg naar het punt alfa en omega: de verrijzenis uit en in jezus Christus. de helderheid en de kracht van de "taal" van de Schrift helpt den mens bestaan. dit is: OP gaan naar den tempel. zij is wezen lijk symbolisch: zij werpt àlles samen, hemel en aarde. verrijzenis van den mens is: de verrijking van de "aarde" met den hemel. de Schrift is er tot verrijking van de "aarde" met den hemel. en dit is juist het wezen van het symbool, het "beeld": het is met den hemel verrijkte "aarde". wilde en onvervalste pracht.
"...en, in den zonneschijn, al dat
gij doet is blomme zijn.".
het "beeld" is de articulatie door god van de Schepping en het Verbond. de "verbeelding" is een gave van den GEEST: de "beeldbekwaamheid". het mógen kunnen en kùnnen mogen HOREN, ZIEN en TASTEN.
het "beeld" is de natuur lijke plaats van de ontmoeting tussen god en den mens, van den dialoog. het SAMEN vloeien van het Woord en het woord. het is -naar de wijze van god en de wijze van den mens- de éne, enige en unieke plaats waar god spreekt met den mens en de mens spreekt met god. woord en wederwoord. de "verbeelding" is de bekwaamheid van den mens tot: zien van het "beeld" én articuleren van het "beeld". dit is: van dichten, woord en wederwoord. uit dér aard is dichten het SAMENwerpen van hemel en aarde, het verrijken van de "aarde" met den hemel. scheppen op ONS gelijkend. dichten ligt uit dér aard in de lijn op de lijn van de Schrift, hét DICHTWERK. in den beginne was het WOORD, het BEELD bij uitstek.
"Wie Mij ziet, ziet de Vader.".
dichten is "beeldend" den Vader laten zien. sprekend den Vader laten spreken. den Vader onder de mensen voor de mensen laten "mens" worden in de lijn op de lijn van het WOORD. door den Helper, den GEEST.
dit werpt een ànder licht op het dichten van den dichtenden dichterlijken. er is zijn taal en zijn "taal". zijn taal wordt bouw steen van zijn "taal"; zijn "taal" is de "goede aarde" waarin zijn taal gedijt. er is wissel werking, SAMEN werking. maar uiteindelijk gaat het om zijn "taal". zijn visioen. zijn "taal" is zijn gearticuleerd visioen. het verhaal van zijn visie op hemel en aarde. zijn "taal" is niet voor uitleg vatbaar. kan niet "verklaard", niet "omschreven", niet "bewezen", niet "geanalyseerd" worden. zij is "beeld" en kan uit dér aard alleen "gezien" worden. geheel.
"en, wangedrochtig groot, in 't donker gers voortaan
zie'k zwarte spoken van gevlerkte koeien staan.".
wie zal deze verzen uitleggen, de "taal" ervan begrijpen? die "taal" is open naar "alle kanten". zij is groter dan gezelle zelf. het ken merk van de "taal" van den dichtenden dichterlijken is precies die openheid, dit wonder lijke groter zijn dan hier en nu. wij zullen nooit weten: wat gezelle bewust bedoelde; wat er ononderbewust in hem sprak; en wat "de engel der poëzij" hem te zeggen wilde. al weten wij genoeg. dit is: niét alles, maar genoeg. al was het maar de articulatie van de werkelijkheid van licht en duisternis, van "licht" en "duisternis".
"Het Licht schijnt in de duisternis, maar
de duisternis nam het niet aan;"(Joh. 1/5).
gedichten zijn geVORMd visioen, "gedaanteveràndering" van de "aarde" in schitterend als de zon en wit als sneeuw.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
