|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
achter de bergen ligt het vredig en schoon gelaat. het éne en helemale. de werkelijkheid is on verdeeld, één. en zij is groter dan. alleen dit groter dan geeft een zin aan het kleine, het vredig en schoon gelaat, dat in de Schrift te voorschijn komt als men Haar van op een af stand bekijkt, belicht de details, doorlicht ze en laat ze oplichten zó dat het gehele gelaat in elk details verschijnt. en dit FEIT is het GEHEIM van Die groter is dan. de Schrift LEZEN is in dit GEHEIM opgenomen worden door de kracht van den GEEST.
dit vredig en schoon gelaat is het WOORD. Zijn denken, doen en dichten IS het gelaat van den VADER onder ons. één, en helemaal oplichtend uit en in de Schepping en het Verbond. Zijn WOORD is de VOLheid van óns woord; ons spreken is deelname aan Zijn VOLHEID uit en in ons deelhebben eraan: door de Schepping ingeschapen; door het Verbond blijvend blijvend.
het woord van den dichtenden dichterlijken is een bezonnen langzaam blijvend blijvend deelnemen aan het ingeschapen deelhebben aan het WOORD. uit dér aard is het één, helemaal: het spiegel beeld van Zijn vredig en schoon Gelaat. het helemaal is groter dan elk gedicht. het geeft elk gedicht zijn FEIT lijken zin: dat en hoe in elk gedicht het geheel van Zijn vredig en schoon Gelaat te voorschijn komt. GEHEIME lijk. want het geheim van elk gedicht is zijn deelname aan GODS GEHEIM, het denken, doen en dichten van het WOORD. "Per Dominum nostrum Jesum Christum...".
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
