|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
elke gegeven dag is de wonder lijke versmelting van de eerste zeven en den achtsten dag, waarin de laatste dag al te voorschijn komt. het is een oeroude ervaring en geeft een kijk op de wijze van den mens. de grond van de wijze van den mens is het verlangen. dit is: het verlengen van het hier en nu naar het vóór en nà toe; het verlangen uit en in het thuis komen altijd thuis te zijn.
die altijd thuis zijn, zijn er hier en nu wonder lijk -door de ene genade na de andere uit Zijn VOLheid- verrijkt met het vóór en nà. zij zijn er GEHEIME lijk uiteinde lijk. na den avond en den nacht, terwijl het nog donker is al morgen lijk. dat wil zeggen: over hun gelegenheden gaat het licht van de morgenzon op. en dàt licht maakt ze tot verrezen gelegenheden.
een verhaal is met de lippen geboetseerde verrezen gelegenheden. ons woord kan verrijzen omdat het WOORD verrezen is. het verrijst uit en in de vreugde om de verrijzenis van het WOORD. het is uit zijn aard dichterlijk, lyrisch: noch vóór wetenschappelijk, noch wetenschappelijk, maar nà, bóven wetenschappelijk. dit is: het door de her innering van het vóór en nà verrijkt hier en nu; beelding van de waarheid van de werkelijke werkelijkheid van de Schepping en het Verbond: onze natuur lijke plaats in de geschiedenis. onze thuis.
dichten is uit en in het altijd thuis zijn onzen thuis boetseren, het huis bouwen waarin wij kunnen wonden omdat er de "warme vlinder" woont die het bewoonbaar maakt.
gedichten lezen moet gebeuren uit en in een de vóór- en wetenschappelijke houding overstijgende nà en bóven wetenschappelijke houding van onze met de her innering verrijkte verbeelding. want dichten is het mógen kunnen en kùnnen mogen kunnen articuleren van de versmelting van den achtsten dag met de eerste zeven en den laatsten dag.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
