|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
jezus van nazareth als het VOLmaakte op ONS gelijkend, VOLmaakte "beeld van God", zonder zonde en die de zonde uit wereld wegneemt als
verzoener tussen den Vader en ons naar ons "verleden" toe en
als helderheid en kracht voor ons door de werking van Zijn GEEST in ons hier en nu naar de toekomst toe. model bij uitstek: vóór- en toonbeeld van denken, doen en dichten. WOORD Dat model staat voor óns woord. Schepper Die óns woord schept tot een mede woord, een ant woord: het WOORD op ónze wijze hier en nu.
uit dér aard wordt ons woord fundamenteel wezen lijk theofanie, theologie. woord van god over god. het is op ONS gelijkend en schept uit der aard het beeld van den mens: beeld van god. poëzie is bestaansvriendelijk. zij houdt den mens "overeind". zij is ongemeen realistisch: de "gelegenheden" worden verrijkt met hun terwille van den "warmen vlinder" die in ze woont -den schijn overschrijdend- schitteren als de zon en wit zijn als sneeuw.
zij is geen illusie. zij is een VISIOEN: het visioen van de in de woestijn verspreid liggende gebleekte beelderen door Jahweh weer SAMEN gebracht, met vlees bekleed, met bloed verwarmd en tot bewegen gebracht met een groot hart, grote ogen, grote oren en grote handen. en grote voeten, die, op ONS gelijkend, wandelen op het water. zij is het veelvoud van alle getallen. uitgerekend die niet berekent misrekent zich nooit.
poëzie is als het "bruiloftskleed": zij viert het feest van harte mee. het feest een mens te zijn op ONS gelijkend; het feest van het "op aarde als in de hemel". de dichtende dichterlijke bevestigt in goede en kwade dagen dat het goed is. een flits van den GEEST ver licht de hele "aarde". "als 't hem wel gaat eenen stond, kan hij dagen lang weer honger lijden.". het "bruilotskleed" is het teken van zijn vrij en vrolijke hartelijke instemmende deelname aan de Schepping en het Verbond; van zijn "babbelziek" wandelen met Jahweh in den tuin: in den schaduw van het middaguur. want is god zelf niet "babbelziek"? spreekt Hij niet met handen en voeten en een stralend gezicht? vertelt Hij onze geschiedenis niet in geuren en kleuren: van in den beginne, hier en nu, én tot in de eeuwen der eeuwen? een gastheer als Hij: ga maar wat hogerop zitten. en Hij veràndert water in wijn: zó dat poëzie culmineert in de dronken vreugde van een onsterfelijk lied ad majorem Dei gloriam.
het geheim van het "bruiloftskleed" is het geheim van de poëzie; de wijn het geheim van het dronken babbelen; in den middag wandelen in den schaduw van het geheim van de bomen in het BOS van bomen.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
