|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
het cliché is de "vrucht" van een gestorven boom. een afgevallen blad. een gestorven boom laat uit der aard alle bladeren vallen en is precies omdat hij gestorven is, onbekwaam groene bladeren voort te brengen.
het geheim van de groene bladeren is de levende boom. hij maakt de bladeren groen: tot levend gezegde, levende uitdruking hier en nu. hij maakt alles nieuw: het oude gezegde, de oude uitdrukking. de levende boom "zegt" iets door middel van het gezegde, "drukt iets uit" door middel van de uitdrukking. hij is taal bewust. hij is een vriend van het woord en uit der aard woordvriendelijk, gastvrij. hij laat het oude leven. het groene blad is oud sap, het geweld van het zich opdringende sap.
taalvernieuwing is het laten doorstromen van het oude: van het aangereikte gezegde, de overgeleverde uitdrukking. ute minlijcken merkene leven geven aan het woord. het geheim van den levenden boom is dat hij leven geeft. het is: leven uit leven; het geheim van de Schepping. die leeft, geeft geheime lijk leven. het is het geheim van den dichtenden dichterlijken. daarom schijnt hij moeilijk te genaken in een wereld vol clichés. alleen de levende lezer is bekwaam het levend woord te ervaren, in het geheim van de Schepping te komen.
de levende boom zegt iets on gewoons met gewone woorden. gewoon natuur lijk uit zijn aard. het cliché is ont aard, ont worteld. het door den dichtenden dichterlijken gezegde gezegde schittert als de zon en is wit als sneeuw.
"Kinderen doen denken. Aan onschuld en
ontvankelijkheid, aan blijheid en belofte,
aan avontuur en verwachting, aan lente en aan
morgen. Allemaal eieren in eenzelfde nest. (c. maes)
de levenskracht van het gezegde is zijn beeldkarakter: dit wonder lijk spel tussen "werkelijkheid" en "verbeelding", dat de dingen met "tekenwaarde" verrijkt, ze opheft 10 meter bóven den beganen grond, de "straat". het wonder van het "niet naar de letter, maar naar de geest".
de taal van den dichtenden dichterlijken is een deelnemend deelhebben aan het "niet naar de letter, maar naar de geest": het wonder van het heri, hodie, et in saecula saeculorum waaruit en waarin de gezegden en de uitdrukkingen door den levenden boom worden vernieuwd. dit is: op hun natuur lijke plaats van van in den beginne, van de Schepping en het Verbond geplaatst.
en dit is niet voor uitleg vatbaar. het is een "inval", een onomstootbaar "dat" zonder "hoe" of "waarom". een toeval ter gelegenheid van van een gelegenheid, het schitterend bestaan van een om standigheid. en de dichtende dichterlijke "grijpt de gelegenheid" omdat hij intens aandachtig aanwezig is "op aarde als in den hemel". dit is: gevoelig voor de letter én voor den geest; voor den geest in de letter. intens aandachtig aanwezig zijn is niet naar alleen de dingen kijken, maar ook naar de woorden. het is de dingen en de woorden ont dekken, ont hullen, ont cijferen, eventueel ont maskeren.
de dichtende dichterlijke "kijkt naar de woorden, hoe...", zó als hij naar de dingen kijkt, hoe...: intens aandachtig aanwezig; geheime lijk verbonden; scheppend uit de Schepping en verbindend uit het Verbond. die kijkt, vindt. de dichtende dichterlijke is een dichterlijke omdat hij "kijkend" de dingen "vindt"; een dichtende omdat hij "kijkend" de woorden "vindt". tweemaal een" vinder". hij vindt als hij kijkt omdat de dingen en de woorden onuitputtelijk onvoorzienbaar en uit der aard altijd weer verrassend "nieuw" aan hem verschijnen, hem toe vallen, hem toe geworpen worden. de dingen en de woorden zijn toe werpen, geen ont werpen. zij zijn wezen lijk hier en nu logismen van een neoloog. onbestoven groen; eerste morgen groen. de eerste morgen is bij wie "kijkt".
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
