|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
poëzie is morgen lijk. eerste morgen lijk uit haar aard. de dichtende dichterlijke is een eerste morgen lijke mens: fris en stil. vers. hij zegt de gezegden vers, drukt de uitdrukkingen vers uit. hij geeft hun ingeschapen hun status van het in den beginne, van de Schepping weer. hun eerste geschapenheid. zijn woord is een deelname aan gods woord, aan het "spreekt het al een taal dat leeft".
de stilte van den morgen is de stilte van den eersten morgen: van de Schepping en het Verbond; van "Gods eerstigheid". wie dit "vergeet", kan de stilte vergeten en de VOLHEID waaruit wij - wat er ook verteld en verkondigd wordt in boeken, en boeken over boeken, en boeken over boeken over boeken- ontvangen de ene gande na de andere. wie de VOLHEID mist, loopt leeg.
Jammer, want wie de morgen mist, mist
de brandstof voor de dag."(c. maes)
de morgen als brandstof voor den dag. als vind plaats van de Schepping, die de GROND van ons scheppen is; als vind plaats van het Verbond, dat onze verbondenheid met de dingen en de woorden draagt.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
