|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
deze bladzijden worden -zijdelings- bóven het niveau van het op het eerste gezicht naar de hoogte van de orde van god getild. dit "filosoferen" is -nauwelijks zichtbaar want bewust binnen het filosoferen gehouden- méér dan filosoferen. een gelovende filosofeert altijd en overal geheel gelovig. en dat is een licht dat door de spleten naar buiten breekt.
uit dér aard krijgen de woorden een wonder lijken glans: den glans van de poëzie, die de weerglans is van de Schepping en het Verbond, van gods orde. de vrijheid van den schrijver lijkt wonder wel op de vrijheid van de kinderen Gods. zijn hang naar beschouwelijkheid, rust, stilte, thuis zijn lijkt wonder wel op de gave van den GEEST. de GEEST is hier "onderhuids" aanwezig, in "de huiver die hem bevangt als hij de wereld beziet"(p. 69).
in het feit dat hij "lyrische affaires, veel vrije tijd en intieme aangelegenheden" "kortom het hele leven" noemt (p. 65), en in het feit dat voor hem "de filosofie, zoals het leven, steeds meer een lyrische affaire geworden is, een voorzichtige poging de onverwachte weelde van het bestaan te articuleren."(p. 68).
wat hij noemt "een maximale betekenis geven aan een minimale ervaring"(p. 69), is wat de door her innering verrijkte verbeelding van den dichtenden dichterlijken doet, de door den GEEST verlichten dichtenden.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
