|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
wij zulen nooit weten "wat ons overkomt", hoe een gedicht er komt. "wat ons overkomt" is her innering: wij weten noch vanwaar het komt, noch waar het heen gaat, omdat het van den GEEST is.
gij schrijft, en plots is er bv. "en dat is een licht dat door de spleetjes naar buiten breekt". verklaarbaar is dat gij wel al meer hebt gezien hoe licht door spleten in samengenagelde planken of een gebarsten deur naar buiten "trad". er is een voorgaande waarneming, ervaring. maar er is geen verklaring noch voor hoe die vroegere waarneming hiér en nù her innerd wordt, noch voor hoe zij hiér en nù een beeld wordt, d.w.z. in verband met de lectuur van c. verhoevens boek. er is alleen -op grond van de aanwezigheid van beelden in de Schrift- het op een gelovig vertrouwen ge'baseerde als zekerheid ervaren vermoeden dat dit herinneren meer is dan een louter psychologisch verschijnsel dat de naam associatie kreeg. namelijk het wonder lijk her inneren door den GEEST. een go(u)dkorrel.
stijl heeft iets te maken met dit her inneren. stijl is verrijkte VORM geving, verrijkt articuleren. en wie zal zeggen in welke mate hij menselijk, in welke mate hij goddelijk is? wie zal uitmaken wat actief en wat passief is? wie zal ze kunnen scheiden zonder ze te verminken?
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
