|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
het "openbaar leven" van den dichtenden dichterlijken is de in de stilte van 30 jaar "verborgen leven" op de verdeeldheid herwonnen on verdeeldheid. dit is de grondwet van de poëzie: het geduld zich van de verdeeldheid, de versplintering, de verstrooidheid af te keren, zich om te keren en te bekeren naar de OORSPRONG lijke éénheid uit en in de Schepping en het Verbond. een geduld, dat den tijd uitschakelt en het tijdje zijn natuur lijke plaats geeft: genoeg om er te zijn, genoeg om te worden, en tot niets meer dan een morgen, een dag, een avond vóór lopend op "de dag die de Heer heeft gemaakt" te worden. gelovig geduld, dat een wonder lijk licht werpt op de Werkelijkheid van tijd en eeuwigheid.
de verdeeldheid van den tijd verdwijnt in de on verdeeldheid van de eeuwigheid. het "openbaar leven" draagt de verrijzenis uit lijden en dood al in zich. verrijzenis uit lijden en dood is het kerugma van de poëzie, het onverwoestbaar op ONS gelijkend van in den beginne. zó is poëzie het sacrament van Christus uit en in het her inneren door den Heiligen GEEST: her innering van Christus, en uit dér aard her innering van den VADER, als almacht van de LIEFDE Schepper van hemel en aarde. zó is poëzie een met het WOORD verrijkt rijk woord van den dichtenden dichterlijken.
"Gij zult Mijn getuige zijn.".
in de poëzie op ONS gelijkend "wordt zowel het mysterie van God als dat van de wereld en van de mens openbaar."(Geloofsbelijdenis van de Kerk, p. 77/78). dit is: "het einde der tijden"; "het LICHT in de duisternis". poëzie is de (h)eerlijke articulatie van "het einde der tijden"; van de dictatuur van den tijd en à fortiori van het tijdje. in het àndere verandert niets. de tijd verandert, het tijdje verandert, maar niét het àndere in den tijd en het tijdje. want het àndere is wezen lijk ànders: onaantastbaar door veranderingen. de stroom van het nieuwe is een enorm boerenbedrog. het houdt de economie op gang en raakt niet verder dan den rand der consumptie. het is in wezen een rand verschijnsel, een bij product met geen andere waarde dan die van reciclagepapier.
poëzie is geen woordrecilclage. zij heeft de gezonde kleur van den OORSPRONG, den REGENBOOG. haar woord is eerste kwaliteit, stamt rechtstreeks af van het in den beginne: zuiver en goud op snee. zij is geen rand verschijnsel; zij heeft niet plaats aan den rand, de periferie, maar in het diepste diep, in het hart van "de aarde", in den "aarden pot". de wereld van "brood en spelen" is haar spoor bijster; de schat in den aarden pot wordt wel naar den rand gesleept en vluchtig en sensatiezuchtig kijklustigen der consumptie aangeboden. het is de geelzucht van dit tijdje, de herfsttijd van de verziekte cultuur. gezelle als "groene".
de natuur lijke plaats van de poëzie is het dichterlijke van de Schepping en het Verbond. haar Sitz im Leben is haar Sitz im LEBEN: de on verdeeldheid van het heri, hodie, et in saecula saeculorum. dit is: de on veranderlijkheid van het àndere. poëzie is ànders. en dààr door in alle culturen de zélfde. ónder de huid zijn alle mensen de zélfde: àndere; op ONS gelijkend. en zó de woorden: ónder de huid op ONS gelijkend; ont vouwing van de KIEM. poëzie is -verbijsterend, verbazend, boeiend wonder lijk- gewoon natuur lijk ont vouwing van de KIEM, het in den beginne hiér en nù en later. zij "sterft" met "de vleugels open". SCHRIFT lijk. con spirerend geschreven kan zij alleen con spirerend "gelezen" worden. in den buik van de kruik, niet in het Collosseum (het paradijs van de katten van Rome). het "openbaar leven" licht op "op den berg alleen"; zonder "omhaal van woorden".
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
