|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
is het niet merkwaardig dat het Nieuw Testament zo weinig vermeldt over "het verborgen leven van het WOORD"? zijn moeder had daarover toch veel kunnen vertellen en zou dat toch graag, en eerlijk, en nauwkeurig hebben gedaan? marcus en johannes doen er het zwijgen aan toe; mattheüs en lucas melden alleen het allereerste begin. en dàt betekent dat het voor hun verkondiging van het WOORD geen allereerste belang had; dat hun manier van "levensbeschrijving" wel heel ànders was dan die van de wereld, en uit dér aard hun boodschap. hun getuigenis betrof niet zozeer de wijze van den mens, maar de wijze van god via den mens jezus van nazareth. het ging hun om de epifanie van den Vader van het WOORD via het WOORD; om de almacht van de liefde. en uit dér aard was de eigen aard van hun woord het articuleren van god onder ons. hun woord was, vérder dan historisch, sociaal, politiek, in het "verlengde" van het Woord van het Oude Testament, een theologisch woord: dat wat door den GEEST in hen werd her innerd.
de keuze van hun "stof" was de keuze van den GEEST. zij getuigden van, "kónden niet niét spreken over" wat de GEEST onder ons voor ons -heri; hodie; et in saecula saeculorum- belangrijk vond. maria van nazareth heeft zich dààr bij "dienstmaagdelijk" neergelegd. zij heeft aanvaard dat al wat zij te vertellen had en zeker graag verteld zou hebben, buiten een paar gegevens in mattheüs' "Geschiedboek van Jezus Christus, zoon van David, zoon van Abraham", en in lucas' "Verhaal van de gebeurtenissen die onder ons zijn geschied", niét "opgeschreven" werd.
lucas spreekt utdrukkelijk uit dat de klemtoon zou liggen op wat "door de eerste ooggetuigen en bedienaars van het Woord was overgeleverd". en dàt was in eerste instantie het "openbaar" leven, de openbaring van den Vader: een goddelijk gebeuren, en niet een menselijk; wat de GEEST uitkoos en in hen her innerde..."om u de waarachtigheid te doen zien van de leer waarin gij -vriend van god- onderwezen zijt". het eigenaardige van het voorbijgaan aan het verborgen leven toont ons den eigen aard van het openbaar leven. datgene waar het uiteinde lijk om gaat.
en zó wordt het evangelie het "model" voor de menselijke "geschiedschrijving"; wordt het óns "geschiedboek". uiteinde lijk gaat het den menselijken schrijver om zijn "openbaar" leven: om de epifanie van de wijze van god uit en in de wijze van den mens. óns woord is geroepen op ONS gelijkend op ONS te gelijken; te gelijken op het WOORD; "de Vader te laten zien". poëzie is in haar diepste diep articulatie van het wonen van het WOORD onder ons, wetend dat wie het WOORD ziet, den Vader ziet. zó wordt het poëtisch oeuvre van den dichtenden dichterlijken op zijn wijze een "geschiedboek van Jezus Christus", den met gelovige ogen gezienen, door den GEEST her innerden hiér en nù onder ons wonenden "zoon van Abraham". heri; hodie; et in saecula saeculorum een boek in de lijn op de lijn van de SCHRIFT; een boek over de Schepping en het Verbond; een "beuk" in het BOS van "beuken".
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
