|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
"Ook de schepping zal verlost worden uit de
slavernij der vergankelijkheid. Ook de
schepping verlangt vurig naar de
openbaring van de kinderen Gods."(Rom. 8/18-21);
"Hij die Jezus Christus van de doden
heeft doen opstaan, zal ook uw sterfelijk
lichaam eenmaal levend maken door de kracht
van zijn Geest die in u verblijft."(id. 8/11).
dàt is de geschiedenis van óns woord.
1) in de Schepping is van in den beginne ingeschapen de verlossing uit de slavernij. ons woord werd zijn bevrijding tot vrij woord ingeschapen. zijn "geschiedenis" is een langzame verrijking van zijn wijze door de hem ingeschapen, in hem in de KIEM aanwezige wijze van god. het wordt verlost door de Waarheid van de Werkelijkheid van de Schepping en het Verbond. dit is: uit en in/tot het VISIOEN van "de nieuwe hemel en de nieuwe aarde" van johannes her schapen. de Schepper van het woord heeft het geschapen zó dat het in zich in KIEM zijn verlossing, zijn bevrijding meedraagt.
2) dat woord verlangt vurig naar de openbaring van de kinderen gods. de bevrijding van het woord heeft hiér en nù plaats door de openbaring van de kinderen gods. dit is op eminente wijze gebeurd in het schrijven van de "schrijvers" van de Schrift, en gebeurt hiér en nù op eminente wijze door de "lezers" van de Schrift. en dààr op gelijkend is het gisteren gebeurd, en gebeurt het hiér en nù, en zal het blijven gebeuren in de dichtende dichterlijken. zij "verlossen" het woord door hun openbaring van de Waarheid van de Werkelijkheid van de Schepping en het Verbond. zij scheppen het op nieuw tot een nieuw woord door het ont vouwen van zijn in KIEM ingeschapen verlossing. dichten is openbaring door de kinderen gods, en heeft plaats bij gods genade.
3) het heeft plaats door de "werking" van den Vader, Zijn Zoon en Hun Geest in de dichtende dichterlijken. dit is: wezen lijk trinitarisch:
"Hij die Christus Jezus van de doden heeft doen opstaan,
zal door de kracht van Zijn Geest die in u verblijft
uw sterfelijk lichaam (woord) eens levend maken.".
óns aan de slavernij der vergankelijkheid onderworpen sterfelijk woord wordt "levend" gemaakt (verlost) door de kracht van den GEEST van Christus (het WOORD).
poëzie is bij gods genade levend gemaakt sterfelijk woord. zij is geen toeval. zij is de ont vouwing van het van in den beginne in het woord in KIEM aanwezig verlangen naar verlossing, naar bevrijding van door de kinderen gods. zij is een historische historische opdracht: het op de wijze van den mens (= sprekend) mee werken aan de wijze van god ("God sprak: 'Er weze licht. En er was licht.'").
poëzie is het geschieden onder ons van verlossing, van bevrijding. zij is de ont vouwing van, de groei naar de mannenmaat van Christus, het WOORD, toe; van het óns woord ingeschapen verlangen naar de verlossing uit de slavernij der vergankelijkheid. en dat dit gebeurt BIJ GODS GENADE wordt ons "verhelderd" in de SCHRIFT. de SCHRIFT is de grote poëtica van de poëzie. en wij hebben dàt niet "gezocht", maar "gevonden"...bij gods genade: van aangeboren blindheid (zie sint-augustinus) tot ZIEN genezen door..."het speeksel van Christus". door de "kostelijke olie" van Christus' woord gezalfd.
"Het is als kostelijke olie uitgegoten op
het hoofd die neervloeit over de baard, de
baard van Aäron, en over de rand
van zijn gewaad."(Ps. 133).
- het hoofd is Christus, de gezalfde van den Vader. het WOORD is "gezalfde" met den GEEST van den Vader, die de almacht van de liefde is;
- de "kostelijke olie" vloeit neer over den baard en den rand van het kleed. het WOORD vloeit als her innering van den GEEST "neer" op óns woord. de verrijking van ons woord is de "zalving" ervan door den GEZALFDEN, het "neer" druipen van de kostbare olie van Zijn WOORD op óns woord. het verdichterlijken van ons woord tot DICHTERLIJK woord, woord op ONS gelijkend. en zó is onze poëzie kostbare olie uitgegoten op het HOOFD, die neervloeit op den baard en den rand van het kleed (van Christus): de "christenen"; de "christelijke" dichtende dichterlijken. de "monachi": die, alleen met den ALLENEN, al één (willen) zijn met alle "gezalfden", met "het lichaam van Christus". de poëzie van den "gezalfden" dichtenden dichterlijken is theologisch, christologisch, pneumatologisch. dit is: trinitarisch; kerk lijk.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
