|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
- het beeld is de natuur lijke wijze waarop gods wijze aan ons verschijnt. ónze wijze is zó dat gods wijze aan ons in beelden moet verschijnen. er is in het beeld iets van óns en iets van god. het is een ontmoetingspunt, een kruispunt.
de SCHRIFT is het kuispunt bij uitstek. daarom is het Woord wezen lijk beeld.
"Hij spleet de rots in de woestijn,
deed hen drinken het gudsende water,
beken riep Hij op uit de steen,
deed het water neerstorten bij beken."(Ps. 78/15-16).
het beeld trekt de geschiedenis open tot GESCHIEDENIS: het SAMEN op weg zijn van god met Zijn volk; de tedere relatie tussen god en den mens.
"Zijn vader zag hem al in de verte aankomen
en hij werd door medelijden bewogen.
Hij snelde op hem toe, viel hem om de hals
en kuste hem hartelijk."(Luc. 15/20).
het geheim van de geschiedenis is niet in begrippen, oordelen en sluitredenen uittedrukken. zijn natuur lijke plaats ligt buiten het bereik van de zintuigen, het verstand, den wil. alleen de verbeelding -als gave van den GEEST, als plaats waar het her inneren van den GEEST gebeurt- kan "een beeld ophangen" van dit geheim, omdat het her inneren van den GEEST juist een beLICHTen van dit geheim is, een naar buiten laten schijnen (verschijnsel) van de GESCHIEDENIS door de spleetjes in de geschiedenis.
wij zijn SAMEN onderweg. god is met ons. dat is GESCHIEDENIS, de uit en in het beeld oplichtende en voor den ZIENDEN zichtbaar wordende werkelijkheid der dingen van de Schepping en het Verbond.
poëzie is wezen lijk beelding, laten oplichten van de dingen van de Scheping en het Verbond. van al wat er is, al dat leeft. en uit dér aard is zij grondig: hoog en diep, lang en breed existentieel. is zij de grondige "uitleg" van wat niet uitteleggen is.
"Ik ging dus, waste mij, en kon zien;"(Joh.9/11).
(waarom wil men altijd maar weer (commentariërend) uitleggen wat niet uitteleggen is? waarom wil men altijd maar weer een gedicht uitleggen? alleen dit onaflatend -eventueel opdringend- aandringen "bewijst" dat poëzie niet uitteleggen is. het dichterlijke eist dichterlijken als "lezers".)
"De man, die Jezus heet,...sprak tot mij...
Ik ging dùs...".
dat is het geheim van het dùs, een logica waarmee het hele bestaan staat of valt. in dat dùs ligt het geheim van zacheus, van de overspelige vrouw, van de leerlingen van emmaüs, van johannes en mattheüs en paulus, en augustinus en benedictus en fransciscus, en van mijn moeder en vader. een geheim dat niet uitteleggen is omdat het deel heeft aan het GEHEIM.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
