|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
poëzie is beeld: verbeelding van de waarheid, de reële, VOLLE werkelijkheid. een rots: de horeb, met God vóór onze ogen er boven op.
"Sla op die rots: er zal water uitstromen,
zodat de mensen kunnen drinken."(Ex. 17/6).
dichten is: in de woestijn voor die dorst hebben "op die rots slaan". zij is geen luxe, geen "versiering", geen "schone letter". zij is geen bloem in het knoopsgat van "goedgeklede mannen", van een over verzadigde, eigengereide zelfontworpen en zelfuitgevoerde status cultuur: de weelde van een rijk land, een rijk huis, een "villa".
zij is fundamenteel existentieel: water en brood. d.w.z.: de leniging van een grondbehoefte van de armen van geest. zij is in de woestijn de weelde van het manna in den vroegen morgen en het water uit de rots. en dààr om gaat zij te rade bij, legt zij het oor te luisteren aan de Schrift: het WOORD dat het manna en het water is voor óns woord; het BEELD dat de betekenis van óns beeld naar buiten laat schijnen.
(en gij constateert hoe weerspannig "die in zachte kleren gedost gaan" zijn. waarom? het antwoord van sint-augustinus is: de superbia. poëzie is de huisvriendin van de humilitas, "gekleed in een kemelharen mantel".
de levenskracht van de verbeelding is de gehoorzaamheid. de gehoorzame komt tot ZIEN; de ZIENDE tot ver beelden. dit is de grondwet van de poëzie; haar "eerste gebod", waaraan de negen andere gelijk zijn.
het poëtisch oeuvre van een dichtenden "bestuderen" is op de eerste plaats niet het werk van een literair labo (vreselijk woord voor een vreselijke zaak), noch van filologen (uitbeners van het woord), noch van critici (die hoog genoeg willen klimmen), maar van "lezers", gevoeligen voor het beeld, voor de beeldende epifanie van de waarheid van de werkelijkheid, de waarheid van ons bestaan, de hoogte en diepte, lengte en breedte van de geschiedenis van de Schepping en het Verbond.
alleen het "lezen" van het beeld kan doorstoten tot waar het den dichtenden -ononderbewustbewust- om ging. als het woord hem niet met rust liet, moet het WOORD onderhuids aanwezig geweest zijn en zijn. als hij zich zijn leven herinnert, moet de her innering door den GEEST in de buurt zijn. en WOORD en GEEST "verbergen" Zich achter het beeld, "verhullen" Zich enkel in het beeld verhuld. en de dichtende dichterlijke is zich daarvan niet altijd bewust, wellicht meestal niet. wat hij doet, doet hij "gauw", zó als het over hem komt. en dit is dikwijls meer dan hij zelf weet of zou kunnen verklaren. dringen de beelden niet aan, dringen zij zich niet op, zijn zij er on uitgenodigd en on verwacht? zijn zij er dikwijs niet zelfs zonder dat de dichtende er weet van heeft? het is het geheim van het WOORD en den GEEST.
en dit geheim wordt aan het gedicht of het oeuvre niet ontfutselt in een labo, of door filologen of critici. het is een gave, een geschenk aan den "lezer". een verrassing in zijn voordeel. een "beloning" voor zijn geloof in het gedicht of het oeuvre, voor zijn solidariteit met den dichtenden.
"Nisi credideritis, non intelligetis."(Jes. 7/9).
is de "lezer" geen fan, geen subjectieve objectieve? hij "geniet", vrij en vrolijk en -laten wij het maar zeggen- dankbaar. "lezen" veronderstelt dankbaarheid, vooraf, of tijdens, of achterna, of deze allemaal tegelijk, voor de voor den "lezer" met opzet of kwansuis veelvuldig, kwistig achtergelaten aren. de waarheid van het verhaal van rut.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
