Aantekeningen van Ernest Bornauw
"uit God geboren", met UITZICHT op in GOD terugtekeren


begin boeken levensverloop contacteren

DAGboek 27/9/1987 - 13/9/1988

<< vorige << inhoudstafel >> volgende >>

16/11

            Spreken is beelden articuleren. naar het vóór beeld van den eersten Schepper de "letter" boetseren en er den ADEM in blazen. dit is: de dingen der eerste SCHEPPING mens lijk maken, "de aarde" tot "een huis om in te wonen", een thuis. de dingen werken niet tegen, maar uit hun aard gewoon natuur lijk mee. spreken is de dingen bevrijden zó als god óns bevrijdt. het TEKEN in de dingen losmaken, "verlossen", is het beeld in ons vrij maken en uit dér aard ZIEN wie wij zijn. spreken is mens wording: vrij en vrolijk in de richting gaan van het "Gij hebt ons geschapen naar U toe.". de Schepper trekt ons hiér en nù oneindig open naar "in den beginne" en "Heer Jezus, kom!". en in den beginne was het WOORD. spreken is deelnemend deelhebben aan in den beginne was het WOORD, het BEELD van god.

            uit dér aard is spreken een verlenging van ons hiér en nù naar vóór en nà toe. en dat betekent feite lijk het on eindig maken van ons hiér en nù. spreken is -uit en in con spiratie- ons bestaan in beelden opentrekken: "de aarde" zó als het hoort verrijken met "den hemel".

            scheppen is verrijken: de materie (het "stof") boetseren zó dat zij schittert als de zon en wit is als sneeuw; dat de VORM VOL is van INHOUD, van de ene genade na de andere; dat het beeld  door den GEEST in ons her innert, een beeld geeft van het BEELD. scheppen is spreken op ONS gelijkend.

            de dingen verlangen verlengd, "verlost", geTEKENd, naar den OORSPRONG en het DOEL gericht te worden door het naar buiten laten schijnen van het beeld. het beeld trekt ze OP naar hun natuur lijke plaats van in den beginne, uit en in de eerste Schepping: "op aarde zó als in de hemel". scheppen is: de dingen op hun plaats zetten, dit is ónder ons voor ons. het TEKEN (van hun afkomst) in ze is een beeld van den mens, een "verwijzing" naar zijn afkomst en bestemming.

            dichten is aan het verlangen van de dingen tegemoet komen, ze naar ons toe verlengen.

                        "Wielwaal, die van rijpe kersen

                        uwen roden gorgel spoelt" verwijst naar

                        "ziele, die uzelf te persen

                        in den mond van God bedoelt;".

uit dér aard is dichten -uit en in de verbeelding beeldend- ons bestaan open werpen vérder dan "de aarde": naar "den hemel" toe.      vérder dan "de aarde" is het geheim van den gelovenden dichtenden dichterlijken. zijn beelden zijn her innering van den GEEST. zij trekken den mens -zijn geschiedenis, psychologie, sociologie, economie, politiek en theologie- naar "den hemel" door. dit is: zijn van in den beginne natuur lijke plaats. het humanisme van den gelovenden dichtenden dichterlijken is een met her innering verrijkt humanisme.

                        "(want te worden riet ten tande

                        die het zacht tot suiker bijt:

                        speelse en wijze vrucht, ter hande

                        die de buit tot fluite wijdt);

want uit de dingen (het beeld in ze) onder ons, en a fortiori uit het WOORD (het BEELD in Hem) onder ons, komt vóór ons en voor ons te voorschijn: dat de mens méér is dan een geschiedenisje in de geschiedenis op aarde, méér dan een voorwerp van psychologie, sociologie enz. dàt wil zeggen dat het beeld in zijn spreken vérder moet reiken: naar het BEELD  toe, verrijkt met her innering van den GEEST. zijn dichten is geroepen den mens te verlengen naar god toe uit en in het "Gij hebt ons geschapen naar U toe.", d.w.z. uit en in het hem ingeschapen ingeboren VERLANGEN van het "Cupio dissolvi et esse cum Christo.".

                        "...'k sta in mijne ziel geborgen,

                        God, Gij die geen kersen zuigt,

                        - kerse, ik, die als éénige zorge,

                        mond, naar Uwe bete buigt,

                        mond van God...".

            poëzie is de VORM geving van het WONDER bóven wonder: de on verwoestbare, on verbreekbare onverdeeldheid van de Schepping en het Verbond; van den Schepper, den mens en de dingen; van het WOORD, het woord en de tale van al dat leeft. poëzie is een wonder onder ons uit en in het WONDER. en daarmee uit.

                        het Woord, het woord, en de tale van al dat leeft.

("Een terugblik vanuit het paasmysterie op de aardse Jezus")

("een vorm van verkondiging zo...dat zij ons over Jezus de zuivere waarheid meedeelden.")

 

<< vorige << inhoudstafel >> volgende >>


begin boeken levensverloop contacteren

Ernest Bornauw /Provijnsstraat 2 /3020 Herent /België
Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.
Als gebruiker mag u het werk kopiëren, verspreiden, tonen en op- en uitvoeren onder de volgende voorwaarden:
• Naamsvermelding. De gebruiker dient bij het werk de door de maker of de licentiegever aangegeven naam te vermelden.
• Niet-commercieel. De gebruiker mag het werk niet voor commerciële doeleinden gebruiken.
• Geen Afgeleide werken. De gebruiker mag het werk niet bewerken.
• Bij hergebruik of verspreiding dient de gebruiker de licentievoorwaarden van dit werk kenbaar te maken aan derden.
• De gebruiker mag uitsluitend afstand doen van een of meerdere van deze voorwaarden met voorafgaande toestemming van de rechthebbende.
Het voorgaande laat de wettelijke beperkingen op de intellectuele eigendomsrechten onverlet.
Bewerkt voor internet door Bart De Wolf
desheerens.com is online sinds januari 2005