|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
in poëzie "breekt de volheid der tijden aan".
1. het WOORD verschijnt voor ons in de evangeliën en de rest van het Nieuw Testament. de schrijvers ervan brachten feiten (historische berichten) door hun geloofsinzicht tot geloofsgetuigenis verrijkt door het "leren en in herinnering brengen van den GEEST". "de aarde" in het WOORD (Zijn dààr en toén optreden in palestina) werd OPgetrokken tot het niveau van den VADER nder, met, in en voor ons uit en in Zijn lijden en dood, verrijzenis en het zenden van den GEEST, "den hemel". on verdeeld: "de aarde" en "de hemel" kunnen in het WOORD niet gescheiden worden. zij zijn "ten naaste verbonden". zij zijn samen in de geschiedenis de GESCHIEDENIS; in den tijd de VOLheid der tijden.
2. de verwoording van het WOORD door de schrijvers van het Nieuw Testament had plaats "in de Kerk": de natuur lijke plaats van het WOORD na Zijn hemelvaart onder ons; de natuur lijke plaats van den GEEST. heeft het WOORD op "aardse" wijze dààr en toén, in palestina, onder ons gewoond, hiér en nù woont Hij onder ons op de wijze van den GEEST van den VADER en den ZOON. het Nieuw testament is geloofsbelijdenis van de Kerk.
"Zeker, dat zijn beelden, maar volgens de Schrift
kunnen wij van het Rijk Gods niet anders spreken dan
in beelden en gelijkenissen. Wij kunnen ze niet
zomaar "vertalen", wij kunnen ze eigenlijk alleen
maar beschermen, er trouw aan blijven en ons
verzetten tegen de ontbinding ervan in de
mysterieloze taal van onze begrippen en argumentaties,
die wel spreekt over onze behoeften en plannen, maar
niet over onze verlangens en hoop."
dit is: het overreiken van het WOORD op aarde aan óns; het verlengen van het WOORD uit en in het verlangen ("Wij kùnnen niet niét spreken...") dat door het her inneren van den GEEST creatief werkte. de kerk werd "levende vertelling van Zijn STEM, Die nooit verstomt". in Haar woord breekt de VOLheid der tijden in het WOORD naar ons toe door. en die VOLheid is de wonder lijke verrijking van "de aarde" met "den hemel": de Waarheid van de Werkelijkheid van gods intens aandachtige aanwezigheid onder, met, in en voor ons.
3. de "levende vertolking" is niet de pretentie van een zelf gevonden, zelf gekozen, zelf gemaakte, zelf gewilde en zichzelf opgelegde taak, maar fundamenteel wezen lijk de opdracht door het WOORD.
3.1. "In die dagen ging Jezus naar het gebergte om te
bidden en bracht de nacht door in gebed tot God.
Bij het aanbreken van de dag riep Hij Zijn
leerlingen bij Zich en koos er 12 uit, aan wie Hij
teven de naam van apostel gaf."(Luc.16/13).
het WOORD kiest eerst, geheel in overeenkomst met Zijn VADER, tot Wien Hij bidt om overeenkomst ("Ik ben gekomen om de wil van Mijn Vader te doen"; "Niet Mijn wil geschiede, maar de Uwe.").
3.2. Gij zijt Mijn vrienden als gij doet wat Ik u
gebied. Ik noem u geen dienaars meer, want de
dienaar weet niet wat zijn heer doet, maar Ik
heb u vrienden genoemd, want Ik heb u allen
meegedeeld wat Ik van de Vader (in gebed) heb gehoord.
Niet gij hebt Mij uitgekozen, maar Ik u, en
Ik heb u de taak gegeven op tocht te gaan
en vruchten voort te brengen die
blijvend mogen zijn."(Joh.15/14-16).
die "levende vertolking van Zijn STEM, Die nooit verstomt" is de pretentie van een opdracht bij gods genade: helderheid en kracht uit en in het "Ik zal u niet als wezen achterlaten"; "Ik zal met u zijn tot het einde der tijden."; "Ik zal u de Trooster zenden, de Geest, Die u alles zal leren en in herinnering brengen wat Ik u heb gezegd."
die "levende vertolking" is "een vorm van verkondiging...zo...dat zij ons over Jezus de zuivere waarheid meedeelt". dit is in wezen: "een terugblik vanuit het paasmysterie op de aardse Jezus".
4. en dàt is nu juist het dicht werk van den dichtenden dichterlijken: een terugblik (naar het "In den beginne was het Woord" toe op de aardse jezus ("de aarde" als de natuur lijke plaats van onze geschiedenis in de geschiedenis); vanuit het paasmysterie (de verrijzenis in lijden en dood tot LEVEN van het WOORD).
poëzie is de rijkdom van het WOORD dat onder ons woont; "een vrucht die -uit en in het her inneren van den GEEST van wat het WOORD van den VADER heeft gehoord- blijvend is".
4.1. een terugblik. hemel en aarde beginnen in den beginne: in de Schepping en het Verbond. de "verklaring", opheldering van óns hiér en nù gebeurt door her innering: den terugblik op gods eerstigheid.
de draagkracht van óns woord is het WOORD. het is de rank aan den WIJNSTOK. ons woord krijgt zijn levenssap naar de vrucht die blijft toe uit en in het WOORD: "Alles wat Ik van de Vader heb gehoord". het WOORD, en Zijn WAARHEID, is de maat staf van óns woord en zijn waarheid. dichten is: uit Zijn VOLHEID de ene genade na de andere ontvangen.
4.2. de aardse Jezus. de mens wording van het WOORD is een eresaluut aan "de aarde", de hoogte en diepte, lengte en breedte van de waardering van ónze natuur lijke plaats. de dingen der Schepping zijn onze vrienden en werken met ons mee om het Verbond te verwezenlijken.
"de aarde" is onze bondgenoot. zij is de plaats waar het WOORD onder, met, in en voor ons woont. zij is - als schepping van het WOORD- geheiligd, d.w.z. medewerkster aan ons heil. ons heil is al hiér, op aarde. de dingen spreken een taal: al dat leeft geeft een TEKEN van LEVEN.
4.3. vanuit het paasmysterie. het WOORD verrijkt "de aarde" met "den hemel". Zijn verrijzenis is de verheerlijking van de aarde. zij verlengt de aarde tot in den hemel. de zin van ons bestaan "in de wereld" is een dynamiek die ons naar den hemel, het "niét van de wereld" trekt. d.w.z.: het lijden en de dood op aarde blijken in zich een dynamiek te dragen naar het LEVEN toe. wij zijn "naar god toe" geschapen: niét naar den dood (zum Tode), maar wezen lijk naar het LEVEN (zum Leben) toe. de verrijzenis van het WOORD op aarde is de VASTE GROND van ons leven over het lijden en den dood heen. ons woord wordt uit en in zijn gelijken op het WOORD een verheerlijkt, een LEVENSwoord: schitterend als de zon en wit als sneeuw. een uit en in Zijn VOLHEID VOL woord. het "keert terug naar de Vader". het is een met her inneren van den GEEST verrijkt paas- en pinksterwoord.
het dichtwerk van den dichtenden dichterlijken is een in het paas- en pinkster WONDER gelovend, uit en in het paas- en pinkster WONDER wonder lijk levend woord. een "levende verkondiging van Zijn STEM, Die nooit verstomt".
5. en uit dér aard is zijn poëzie Kerk lijk. zij is de pretentie van "een vriend", aan wien het WOOR door het her inneren van den GEEST alles meedeelt wat Hij van den VADER heeft gehoord, en die door het WOORD gezonden wordt om "op tocht te gaan en blijvende vruchten voort te brengen". uit en in den NAAM van den VADER, den ZOON en de Heiligen GEEST.
zijn poëzie is "een vorm van verkondiging die de zuivere waarheid over Jezus meedeelt". en die zuivere waarheid is te zelfder tijd de zuivere waarheid over ons bestaan en het bestaan der dingen; over de door het WOORD geschapen Schepping en het door het WOORD in en als de VOLheid der tijden verkondigd Verbond.
en daarmee uit. want: waarom niet?
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
