|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
"Nu spreken alleen de dichters nog een taal waarin
het heilige beluisterd kan worden...Voor hen is
spreken geen begrijpen, maar een voelend benaderen
van het mysterie der dingen."(l. dupré).
het mysterie der dingen: hun geheim; het wonder in ze. de dichtende dichterlijke gelooft, dit is: hij ziet de dingen geheime lijk, ànders dan zij zich o.a. aan ons verstand voordoen. transcendent. vandaar geen "begrijpen". het geheim van de dingen transcendeert ons verstand. zij zijn voor het verstand ongrijpbaar, altijd en overal helemaal een heel eind vérder. een heel eind vérder door hun hoé zij er zijn, waarom zij er zijn, maar vooral door dàt zij er zijn. dàt de maan er is -en gisterenavond er was in volheid in een wolkenlozen hemel en er vanavond zó nog wel zal zijn-, is niet te begrijpen. en -dit is méér- hoeft niet begrepen te worden. er is -toegevoegd- het wonder dat wij haar mógen kunnen zien. en -if we're lucky- mógen kunnen bewonderen.
door dit bewonderen komt er in ons een bekwaamheid te voorschijn die verder reikt dan ons begrijpen en maakt dat begrijpen niet het laatste, verste, hoogste en diepste in ons is en uit der aard niet perse hoeft opdat wij het geluk zouden hebben gelukkig te zijn.
vandaar het voelend benaderen. het geluk hebben gelukkig te zijn bij het zien van de volle maan in een "helderen" hemel, of "schuivend" door de wolken heen, is een wonder lijk gevoel. en de ervaring leert dat men het niet verstaat. alleen die het geluk heeft dit "gevoel" te hebben, weet dat het er is. en het zal hem moeilijk vallen er niet niét over te spreken, er niet geheime lijk, dit is gewoon natuur lijk naar zijn geheim, het heilige er in, van te gewagen.
en dit is dan een kleine correctie bij wat l. dupré schrijft: er is nog een méér, het laatste, verste, hoogste en diepste. er is in den dichtenden dichterlijken de bewaamheid tot ZIEN: zijn verbeelding. door zijn verbeelding wordt zijn zien ZIEN: het laatste nader bij komen; het dichtst bij het mysterie der dingen komen. dit heel dicht bij het geheim komen "wekt" zijn gevoel van bewondering: een vreugde om dàt de maan er is en om dàt zij het mysterie, het heilige, waaraan hij gelooft, "te ZIEN geeft". want zonder dit geloof is er geen vreugde.
de grootste gave van den dichtenden dichterlijken is zijn verbeelding: het vermogen om -voorbij zijn zintuigen, verstand, gemoed en geheugen- het mysterie der dingen te benaderen. zijn verbeelding is wezen lijk her innering van den GEEST, deelhebben aan het MYSTERIE. het mysterie der dingen benaderen kan alleen gebeuren door deelname aan het deelhebben aan het MYSTERIE door den GEEST.
"Voor hem is spreken geen begrijpen, maar een
verbeeldend benaderen van het mysterie der dingen."
dichten is: ver beelden; het beeld uit verbeelding boetseren; het beeld articuleren en zó doende het beluisteren van het heilige mogelijk maken. en dàt dit ZIEN en ARTICULEREN geladen zijn met "gevoel" is een wonder te meer: het wonder van het geluk te hebben dubbel gelukkig te zijn. dààr om zijn de gelovende dichtende dichterlijken uit en in hun geloof in het heilige en het mysterie onder ons de vrij en vrolijke gelukkigen onder ons, de door den GEEST met den GEEST "gezalfden".
het wonder is niet zozeer het hoé of wàt, maar dàt de dingen er zijn zó als de maan er is. en in die pap heeft geen mens iets te brokken: geen linguist, geen literatuurhistoricus of -kenner, geen criticus. want het gaat om het beluisteren van het heilige, van het ver beeldend benaderen van het mysterie der dingen. het gaat om den bril waardoor men de werkelijkheid bekijkt, het first principle (Newman). als in een taal het heilige aanwezig is, betekent dit dat gods Wooord in óns woord her innerd is; dat óns woord op de Schrift gelijkt. als de taal van dit tijdje moet vernieuwd worden, betekent dit dat het Woord van god er in moet her innerd worden. taalvernieuwing is wezen lijk her innerig van het Woord...uit en in her innering van geloof. óns woord zal niets anders zijn dan het schitteren als de zon en wit zijn als sneeuw van ons oude woord door een her innerd geloof.
de oude woorden worden nieuw uit en in geloof. zij vervellen van het begrip en glanzen van het nieuw vel van het beeld. wij spreken -en worden weer verstaan- in beelden; wij vertellen parabels en gelijkenissen. ons woord is de "soepsteen" in een kom kokend water. het wordt een heerlijke soep als, door den GEEST her innerd,
- de ene opstaat om hout te halen;
- een andere zorgt voor een kom met water;
- iemand opstaat om zout te halen;
- twee mensen opstaan om verse of droge groenten te halen;
- twee om een stukje vlees, een plak brood en wat vet te halen.
een gladde steen wordt soep door her innering. de keiharde begrippentaal (zie l. dupré) wordt poëzie door her innering van den GEEST; door de beelden van onze verbeelding. een gedicht wordt niet "verstaan" door middel van een lexicon, een spraakkunst, een literatuurgeschiedenis, een poëtica, een kritisch essay of een recensie in eender welke "...der letteren". het wordt "verstaan" als het gelezen wordt met door onze verbeelding verrijkte ogen; door den bril van het geloof: het eerste en laatste first principle. "En zie, Ik maak alles nieuw!".
alleen het her inneren van den GEEST kan aan ónze woorden den diepgang die zij in onze cultuur verloren hebben, teruggeven. alleen de GEEST kan den mens van dit tijdje hiér en nù de bekwaamheid het heilige te noemen, de bekwaamheid de beelden te boetseren en parabels en gelijkenissen te articuleren teruggeven. dit is: ons oude woord weer nieuw maken; van gedaante verànderen; laten schitteren als de zon en wit zijn als sneeuw.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
