|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
ons woord verrijst voor ons door door ons geloof verlicht en gezuiverd verstand; uit en in onze verbeelding. zij herstelt het uit en in zijn oorsprong hiér en nù. zij "splitst" wat men aan elkaar geflanst heeft. de samenstellingen hebben het ene woord én het andere ont kracht. zó de samenstelling samenstelling zelf: daarin is de kracht van stellen samen met de kracht van samen verzwakt, en samenstelling werd een kwal op het strand. "splitsen" is beide woorden hun gewicht teruggeven; ze beide beklemtonen; beide in eer herstellen. dit is: op nieuw stellen zó dat zij weer schitteren als de zon en wit zijn als sneeuw; zó dat zij uit en in hun oorsprong weer dichter lijk worden. zó dat zij verrijzen.
de dichter lijke dichtende rolt den steen vóór hun graf weg. ons vlaams is onsterfelijk. hij laat het op nieuw geboren worden doordat hij de oude woorden stuk voor stuk nieuw laat glimmen, glanzen: den ouden rijkdom door zijn intens aandachtige creatieve aanwezigheid her stelt. hij is de dankbare en eer biedige intens aandachtige creatieve aanwezige voor het schitteren en het wit zijn van ons erf deel, dat een taal is, een woord, en geen grammaticale kneep, geen jargon. een woord is een go(u)dkorrel "ute minlijcken merkene".
ute minlijcken merkene is de lijfspreuk, levensspreuk van den dichtenden. ute minlijcken merkene geeft hij aan elk woord terug waar het recht op heeft: zichzelf te zijn in al zijn schittering en witheid. en dàt verstaan de luien, de "afwezigen" niet. zij zoeken het nieuwe op straat; aan de oppervlakte van den platten grond; in de decibels van het jargon. zij weigeren zich te buigen over, "den leeuw in de muil te zien"(g. benn). zij hebben -uit en in het verlies van den zin voor den zin van het weg rollen van den steen- geen tijd voor, geen zin in aandachtige aanwezigheid, inspanning, moeite, toeleg, delven, op en uit graven. zij snijden zich los van den oorsprong; bouwen een nieuwe taal met flarden van "vreemde" talen, zó als zij "vervreemd" leven van het zich overal opdringend uitheems gedachtengoed. met verlies van het met zorg bewaarde en overgereikte dichterlijke; verlies van het beeld. met verlies van het wonder, en uit dér aard van de ver- en bewondering. het wonder van b.v. "Die al onze zonden goed maakt"(1 Joh. 2/2).
er staat het verarmend bleke goedmaakt voor het reële rijke goed maakt. het scheppend WOORD herschept onze zonden goed door voor ons te spreken bij den Vader: Die zonder zonde is, beweegt den Vader tot vergeven om ons er toe te bewegen niet meer te zondigen; goed te worden. het WOORD maakt alles goed. dít is het WONDER bóven wonder in de geschiedenis. het is het wonder dat den mens op de eerste plaats nodig heeft: "genezen", "verlost", "bevrijd" te worden. de grote ervaring van johannes is: dat Hij óns EERST heeft liefgehad. Hij geneest, verlost, bevrijdt, dat is: neemt onze zonden weg uit liefde tot ons.
de tragedie van ons tijdje is het "verlies" van dit wonder, van het ZIEN van dit "maken" en dit "goed". de luiheid van dit naar de straat opgejaagd, op den platten grond gedrukt tijdje, weigert te gaan kijken waar Hij woont; te geloven in Zijn goed maken; zich te verwonderen over het WONDER en Het te bewonderen. het is de weigering der verbeelding: ons door het geloof verlicht en gezuiverd verstand; het dichterlijke en het dichten; het schitterend en wit woord. het wonder van dit woord maakt alles goed, maakt alles nieuw: een nieuwe "aarde", en een nieuwen "hemel". het schitterend wit woord ont vouwt "de aarde" hiér en nù in geuren en kleuren; het kleedt "de aarde" feestlijk voor het FEEST der verijzenis in het bruiloftskleed.
de mens heeft hiér en nù het FEEST meest nodig: genezen, verlost, bevrijd het oude kleed afteleggen voor het bruiloftskleed van een door het WOORD op aarde gebrachte vreugde om den vrede uit en in de vrijheid uit bevrijding.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
