|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
een "ver taling" van "de aarde" uit en in her innering van den GEEST is geen verraad aan "de aarde, aan den mens, maar de VASTE GROND van zijn bestaan, de VOLLE zingeving aan zijn denkenddoenddichten. zij is wezen lijk geloof, wezen lijk visioen: het ons in de Schrift als voor- en toonbeeld hiér en nù vooraf gegeven geloof en visioen.
"Hij sprak, en het was."(Ps. 33/8-9);
"Wie is Hij toch, dat zelfs wind en water
Hem gehoorzamen?"(Marc. 4/41);
"...zij verheerlijkte God, Die zulk een
macht gegeven had aan mensen."(Mat. 9/8).
1) de mens, en uit der aard een mens, begint niet uit zichzelf bij zichzelf, maar uit "Hij sprak, en het was.". hij is geschapen, met alle gevolgen van Dien. hij is er. en dit er zijn wordt uit en in geloof ervarend gezien als een op ONS gelijkend, en dààr door ànders dan alle andere dingen der aarde. ànders is: bekwaam tot waarnemend denkend voelend geheugend ver beelden; tot gehoorzaam luisteren naar Zijn spreken en op grond daarvan horen, zien en tasten van de Waarheid van de Werkelijkheid van Hij en van Zijn spreken en van het er zijn van wat er is. dit is: de Waarheid van de Werkelijkheid van den Schepper, Die Zijn Schepping trouw is door Zijn Verbond.
2) Zijn woord van trouw, Zijn ons gegeven woord is Zijn WOORD: Diegene over Wie naar aanleiding van een wonder lijke verbijsterende verbazende boeiende aanwezigheid onder hen (en ons) de vraag werd (en wordt) gesteld: "Wie is Hij toch?". Wie Hij is heeft Hij zelf als WOORD van Hij (Die sprak, en het was) uitgesproken. het gehoorzaam luisteren naar het spreken van Hij wordt concreet, op een versterkte ónze wijze, het gehoorzaam luisteren naar het WOORD; een luisteren en gehoorzamen, óók in den zin van wind en water (verrijkt met een teken van ons voor ons in zich).
en Die uitsprak Wie Hij is, sprak in één klap uit wie de mens is, wie wij zijn: uit en in gemeenschap met Hem
- geen "slaven" meer, maar zonen van Hij en Zijn vrienden;
- Zijn leerlinge, die àlles verlaten;
- Zijn volgelingen, die hun kruis opnemen;
- Zijn getuigen tot het uiteinde der aarde.
3) diegenen aan wie "God zulk een macht gegeven heeft", dat zij "door onze Heer Jezus Christus, Die leeft en heerst in de eeuwen der eeuwen", door Zijn Geest, "de Helper Die Hij tot ons zendt", Zijn medewerkers aan de Schepping en het Verbond worden. Hij (Die "sprak, en het was") heeft, voor ons onvoorstelbaar, maar waar, Zijn Schepping en Verbond via jezus van nazareth, Zijn mens geworden Zoon, in ónze handen gelegd, ter VOLtooiing aan ónze handen toevertrouwd en deze opdracht door den GEEST, den Helper Die Hij zendt, mogelijk gemaakt. de identiteit van den mens, van een mens, is VASTGRONDIG die van medewerker, medeschepper, mede "hij sprak, en het was". dit is fundamenteel als tweede, in het SPOOR van den EERSTEN. en dit alleen en exclusief betekent den VOLLEN zin van ons denken, doen en dichten, van ons denkenddoenddichten. ons spreken gelijkt op het spreken van Hij én van Zijn WOORD én van den HELPER Die Hij zendt.
het dichten van den dichtenden dichterlijken is "macht hem door God gegeven". dit is een ernstige reden om god te verheerlijken: voor hem én "de menigte". niet om de filosofie, de psychologie, de historische informatie, de sociologie, de esthetica, literatuurwetenschap, filologie of theologie, maar EERST en VOORAL om de her innering er in van
"Heb goede moed, Mijn zoon, uw zonden zijn
u vergeven.";
"Sta op, neem uw bed en ga naar huis.".
de "macht" van het dichten is de macht der her innering waardoor het erfdeel der traditie en het tradere zelf, de lijn van het heri, hodie et in saecula saeculorum in stand gehouden worden.
het heilsgebeuren van vandaag is onlosmakelijk één met dat van gisteren en morgen. en uit dér aard is ons woord van vandaag onlosmakelijk één met dat van gisteren en morgen. dit is: identiek van GEEST. alleen de GEEST doet het leven, niet de filosofie, psychologie enz van vandaag.
de pijnlije en gevaarlijke vergissing van vandaag is: te denken dat het jargon van de filosofie, de psychologie enz. enz. "vernieuwt". het woord naaste krijgt zijn VOLheid uit en in den GEEST, zó als het gisteren was en morgen zal zijn. uit der aard maken noch verbondenheid, solidariteit, relatie het nieuw indien zij niet van den zélfden GEEST zijn. semper vetera, hoe "nieuw" zij er ook mogen uitzien. "En zie, Ik maak alles nieuw!" (de LIEFDE, die ouder is dan de straat). ontGEESTing maakt dat de "nieuwe" woorden dood geboren zijn, of vanaf hun geboorte al versleten. er is is alleen het beGEESTe, GEESTlijke, GEESTdriftige, en uit der aard levend woord.
ons tijdje vermeit zich verwoed in het doodgeborene. is het zó danig versleten, dat het zich alleen nog met het versletene, het cliché kan bezig houden? zó gemeen, dat het zich wentelt in gemeenplaatsen? zó blind, dat het denkt alles al gezien te hebben omdat het te zien is? het frisse is het voorrecht van den morgen. en elke morgen is -op den eersten gelijkend- een nieuwe. be dauwd. het uur van den GEEST is "'s morgens vroeg, terwijl het nog donker is". die dan -gedreven, wakker- "naar het graf gaat, ziet den steen van het graf weggerold"(Joh. 20/1); "ziet de Heer (Rabboeni!/16))"; "Ik heb de Heer gezien."(18). de "ver taling" van "de aarde" begint met het levend, verrezen woord.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
