|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
echte cultuur is medewerking, verantwoordelijk scheppen, de dingen hun "echten" naam geven. en zó is ook kunst een verantwoordelijke vorm geving; uit en in het her inneren van den GEEST (de wijze van god) op ónze wijze naar ónze wijze de dingen hun "echten" naam laten articuleren. kunst is op de wijze van god "sprekende" wijze van een mens onder de mensen voor de mensen. zij ligt altijd en overal helemaal "in het verlengde", in de lijn op de lijn van de Schepping en het Verbond. zij geschiedt gewoon natuur lijk van in den beginne, wordt bewaard en verder gereikt reik halzend naar de VOLtooiing toe. de natuur lijke plaats van elk hiér en nù is "de lijn", de "gemeenschap", de verbondenheid met de geschiedenis die groter is dan elk hiér en nù. het "echte" oeuvre reik halst naar VOOR en NA, en is uit der aard niét vergetend onvergetelijk.
dit buiten de perken van zijn hiér en nù treden is de onfhankelijkheid van, de zelfstandigheid in, de originaliteit en uniciteit van den kunstenaar. hij is groter dan zijn tijdje en die in dit tijdje van het tijdje zijn. die buiten de perken gaat, komt uit der aard "vreemd" voor en over; spreekt een voor dit tijdje onbegrijpelijke, onverdraaglijke (en als onverdraagzaam gebrandmerkte) taal. het haast lach wekkende (in feite glimlach wekkende) van dergelijke situatie is: dat die voor is van in den beginne én naar de VOLtooiing toe als niet van zijn tijd, als achterlijk bestempeld wordt. "echte" kunst treedt uit haar aard de perken van haar tijdje te buiten. de scheidsrechter is niet het tijdje, maar de geschiedenis. de tijd oordeelt over de werken van het tijdje: wat met zijn tijdje verdwijnt, heeft nooit geleefd; wat groter is dan zijn tijdje, is onsterfelijk. wat onsterfelijk leeft, heeft uit en in het geloof van het mosterdzaadje, een geloof "dat bergen verzet", een onverwoestbaar geduld, een onwrikbaar vertrouwen in het -waar en wanneer Hij het wil- her inneren van den GEEST.
het her inneren van den GEEST is Zijn "exegese" van de Werkelijkheid van de Schepping en het Verbond. wij kunnen ze horen, zien en tasten
- "in het hart", in de on middellijke ingeving, in spiratie, de bliksemschicht van het "eens kijken naar, hoe...", het "horen van de STEM", het "open gaan van de hemel" als antwoord op een diep liggend verlangen uitgesproken in het "Veni, Sancte Spiritus, reple...";
- in het getuigenis van door Hem geïnspireerde mensen. hun denkenddoenddichten. van dààr de noodzakelijkheid de ziel te luisteren te leggen naar wat die mensen doenddichtend denken; denkenddichtend doen; denkenddoend dichten; uit en in kerk zijn heiligen.
de HELPER laat Zich helpen door die Hij helpt; die Hem helpen, helpen geholpen. "O, admirabilis commercio!". een vonk kan de wereld in lichter laaie zetten: haar doen schitteren als de zon en wit zijn als sneeuw. een vonk kan ons woord beLICHTen, beWOORDen. een gedicht is de wereld in lichter laaie. op tijd en stond. het beroepsgeheim van den dichtenden dichterlijken is zijn vrij en vrolijk instemmen met dit "tijd en stond"; zijn immens geduld met het geduld; zijn wijsheid uit en in zijn -terwijl hij in den morgen vóór de deur zit- "eens kijken naar, hoe...". dichten is de wereld beGEESTen, beWOORDen tot "het Rijk van God". dit is: zijn geloven vertellen. het oeuvre is het verhaal van een gelovenden: van "wat hij -10 meter bóven den platten grond, den vloed (het platvloerse), im fliegenden Bett- heeft gehoord, wat hij met zijn ogen heeft gezien, wat hij mocht aanschouwen en zijn handen mochten betasten met betrekking tot het Woord des Levens".
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
