|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
er zijn twee kanten: deze en de overkant. een gedicht vertoont kenmerken van dezen en van den overkant.
- die van dezen kant raken ons uit hun aard direct. zij omringen ons als "de aarde" (met de aarde en al wat er op is), waarop wij met beide voeten staan. zij zijn "zichtbaar". het hoeft niet te verwonderen dat zij veel, eventueel de meeste, eventueel ŕlle aandacht krijgen. de aandacht van den filosoof, den psycholoog, den socioloog, den historicus, den theoloog, den estheet, den filoloog, den literatuurhistoricus en wetenschapper in den mens. in boeken, en boeken over die boeken, en boeken over die boeken over die boeken.
- en toch zijn die van den overkant uiteinde lijk het geheim van de poëzie in een gedicht. zij zijn de stem, de "toon aard", bepaald door de, ultra en infra hoorbare, trillingen van den óver kant, den ŕnderen kant. zij liggen uit der aard verder af dan "de aarde" waarop wij met beide voeten staan. zij zijn "onzichtbaar". zij verschijnen als transparantie van "de aarde" in "de aarde", maar er doorheen, in "de aarde", maar er niet van. zij zijn verrijkte "aarde", wonder lijk toe gevoegde WAARDE van de Waarheid van de Werkelijkheid van de Schepping en het Verbond.
de ken merken van den óverkant zijn her innering van den GEEST, naar ónze wijze in ons woord hoorbaar. poëzie, een gedicht, een oeuvre, zijn uiteinde lijk, voorbij de ken merken van dezen kant, de kostbare her innering van den GEEST waardoor deze kant, "de aarde", verlicht wordt en "schoon" schittert als de zon en wit is als sneeuw. en dŕt is de grote waarde van de poëzie.
uit der aard is lezen deelhebben en -nemen aan de her innering van den GEEST. het is slechts VOLtooid, als de her innering in den lezer "verschijnt". en dit is maar mogelijk als de lezer, open, teder toegankelijk voor den GEEST, mee gaat tot voorbij de filosofie, de psychologie enz. d.w.z.: dat dit niet kan gebeuren door middel van boeken en boeken over die boeken en boeken over die boeken over die boeken, maar alleen door luisterbereid, ont eigend luisteren naar het gedicht zelf, de natuur lijke plaats waar het her inneren plaats heeft.
een gedicht is een samenloop van "neo logismen": van uit en in her innering van den GEEST van gedaante verŕnderde woorden, woorden met tongen van vuur of een duif erboven; van een schoonheid die schoner is dan de schoonheid der schone letteren. het is, ononderbewust bewust, de bevestiging dat de mens méér is dan "de mens": home erectus, homo faber, homo sapiens, homo ludens enz enz. nl. gewoon natuur lijk OORSPRONG lijk (uit en in de Schepping en het Verbond) óver natuurlijk. poëzie en Schrift gaan hand in HAND. poëzie is een licht van den overkant aan dezen kant. en uit der aard niet voor filosofischen, psychologischen enz. uitleg vatbaar.
en daarmee uit.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
