|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
1. De natuur lijke plaats "daar God ons eens te willen koos", is Zijn schepping: de ruimte en de tijd, die ons verbijsteren omdat wij er geen exhaustieven greep op hebben. die verbijstering zou ons kunnen verpletteren. maar zij resulteert in ver- en bewondering als wij haar geheim respecteren, het wonder in ons laten doen waartoe het geroepen en gezonden is: den SCHEPPER ervan erkennen, prijzen en danken. met alle gevolgen van Dien.
zij verplettert ons niet, "verbijstert" ons niet maar maakt ons bewust van het wonder dat de schepping is, en voedt, trekt ons op en leidt ons uit onszelf naar den SCHEPPER toe: ons BEGIN en ons UITEINDE; Die groter is én ons groter maakt dan de ruimte en den tijd. Zijn geheim is: dat Hij ons de verbijstering helpt overwinnen door ons genoeg ruimte en tijd te geven om den druk van de ruimte en den tijd optevangen en te neutraliseren uit en in het besef: dat wij niet àlles hoeven te weten en te kunnen om VOL te leven; dat genoeg voor ons genoeg is en wij aan genoeg het genoegen kunnen ervaren dat bevrijdt, opvrolijkt en bevredigt.
2. wij weten hiér en nù dat de schepping "leeft", in beweging is, van the big bang (in FEITE het BEGIN, de explosie van GODS LIEFDE) evolueert naar het punt omega (in FEITE de VOLTOOIING en het UITEINDE, GODS samenwerpende LIEFDE).
2.1. er is het immense vuur der sterren ("el sol e l'altre stelle"). wij leven omringd door "een zee van vuur", weten en ervaren weinig ervan en laten ons -tenzij wij het dichterlijke en het dichten in ons bewaard en bevorderd hebben- er niet door "storen". een ruimtelijk en tijdlijk immens (on meetbaar on metelijk) vuur, voor ons -buiten de zon- meer licht dan warmte, laat staan hitte, en waarvan elke poging erover te denken ons verstand doet duizelen. wij maken liever een omweg erom, "vergeten" het liever.
2.2. op een keer moet de zon een stuk vuur hebben uitgestoten, afgeworpen, dat, alleen gelaten, op zichzelf teruggeworpen, uitdoofde en afkoelde en de aarde werd. dit is: met andere planeten tot planeet van gedaante veranderde maar haar afkomst niet kon verbergen.
vreemd genoeg, en ànders dan op de andere planeten, verscheen er op en in en boven de korst leven. zij werd een "tuin", met alles erop, erin en eraan. en, weer -althans in de ogen van de dichterlijke dichtenden van het scheppingsverhaal in Genesis- vreemd genoeg, met den boom van goed en kwaad in het midden van dien tuin en een slang in dien boom.
die "tuin" moet blijkbaar geen toeval geweest zijn. blijkbaar was hij in verwachting als een bruid getooid voor de komst van een bruidegom.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
