|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
1. Geloven is VOLheid: VOL "al wat Ik u heb gezegd" als WAARHEID, LEVEN en WEG on verdeeld aannemen. dit is: wat een mens enigszins kàn begrijpen en begrijpt, én al wat hij niét kan begrijpen en niet begrijpt, tóch als WAARHEID, LEVEN en WEG aannemen.
geloven is zich, afstand nemend van het horen, zien en tasten, het verstand, het gevoel, de fantasie, vrij en vrolijk en te vreden overgeven aan het mysterie: het GEHEIM van GOD den VADER SCHEPPER, GOD den ZOON VERLOSSER en GOD den Heiligen GEEST VOLTOOIER. dit betekent: door de knieën gaan, knielen, "zich ter aarde werpen", "het schoeisel uitdoen"; op een afstand van zichzelf gaan staan, afstand doen van zichzelf en " het brandend braambos naderen en scherper ernaar kijken", met als gevolg van Dien: de STEM die er uit opklinkt horen en er naar luisteren. geloven is luisteren: de on verdeelde innerlijke houding van luister- en handelbereidheid; het on verdeeld ingaan op het her inneren van "al wat Ik u heb gezegd" door den Heiligen GEEST; een "schitterend" teken van "goeden" geest.
2. geloven is een groeiproces, een langzaam VOL wassen, verlengen van verlangen, opheldering die met bekrachtiging gepaard gaat. het geheime lijk wonder lijk, uit Zijn VOLHEID de ene genade na de andere ontvangend, den aan onze wijze naar onze wijze eigen weerstand (weerbarstigheid tegenover het GEHEIM in den hemel en de geheimen op aarde) overwinnen, meegaand mee gaan, er vreemd welwillend tegenover en teder toegankelijk voor voor worden.
uit dér aard is geloven nooit af, nooit VOLTOOID. voor ónze wijze volstaat een eerlijk genoeg. dit betekent dat óns geloven, gezien ónze wijze, op on volmaakte wijze volmaakt is. dit is: on verdeeld caring deels being lucky; een zien als in een spiegel, en uit dér aard een deels doen. deze beperktheid kunnen aanvaarden, is een teken van nederigheid: het vrij en vrolijk te vreden on geremd, on gehinderd accoord gaan met ons zijn zó als wij zijn.
3. men vergisse zich niet: een "gelovige" is dien naam alleen waardig als hij on verdeeld helemaal, zonder voorbehoud van dit, of dat, zonder "keuze" op grond van de gevoeligheden of het denken of het fantaseren der tijdjes in den tijd, gelooft. de geloofsschat (depositum fidei) is het voor àlle tijdjes als "goed" in het eerste en tweede BOEK "geschreven". (geloofs)goed, dat traditioneel, dit is trouw aan "de profeten" profetisch en trouw aan "de leerlingen" apostolisch doorheen de geschiedenis op GROND van het on verpoosd on verdroten her inneren van den Heiligen GEEST in het derde BOEK ont huld en ont vouwd wordt. een alternatief voor geloven is er niet. de geloofsschat is in WIJN verànderd water. dezen WIJN hoe dan ook en hoe goed bedoeld ook in water veranderen (ver wateren, ver menslijken, ont geheimen) is een fatale vergissing, die het GEHEEL, de VOLHEID, uiteen werpt, verdeelt. en uit dér aard de "gelovigen".
en het gebeurt. als bezetenheid door den geest van de "wereld", den "bozen" geest. het is een bezetenheid door "de aarde", die den blik op "den HEMEL", op "al wat Ik u heb gezegd", op de wijze van ongeloof in jezus CHRISTUS GOD den ZOON verduistert. dit is: on geloof in het mysterie van Zijn GOD zijn, Zijn "geboorte", Zijn dood en verrijzenis en het eeuwig leven, het on geloof in de ziel van het christendom: de Heilige DRIEEENHEID van GOD den VADER, GOD den ZOON en GOD den Heiligen GEEST als gevolg van dien inbegrepen.
in die "bezetenen" is het geloof in zijn VOLheid verschrompeld tot een vaag "geloven" in GOD en in de menselijkheid van jezus van nazareth: "profeet", maar niet méér, niet meer dan de andere profeten. een "geloof", waarin de WAARHEID tot een waarheid van "de aarde", het LEVEN tot een filosofisch humanisme, den WEG tot welvaart-zonder-lijden-dood-en-verrijzenis, zonder kruis en zonder offer ter verzoening van de zonden verwaterd worden. dit is: zonder VERLOSSING en VOLTOOIING.
de "keerzijde" van geloven is de twijfel. onze wijze wil zekerheid op grond van het verstaand, dat wil begrijpen en uit zijn aard alleen zeker is van wat het begrijpt en kan bewijzen: de wetenschappelijke waarheid van de werkelijkheid. de rede steigert uit haar aard voor het geheim, "heeft er moeite mee" of weigert radicaal zijn bestaan te erkennen. zij werpt zich op als dé glorie van den mens, hét teken van zijn grootheid, en wordt daarin door haar "prestaties" versterkt. tot zelfvergoddelijking toe. zó dat de rede-mens zich als "een god in 't diepst van zijn gedachten" ziet en promoveert.
uit dér aard is geloven een "zware beproeving". die gelooft moet
- de pretentie van de rede opofferen en aanvaarden "klein" te zijn;
- de "zekerheden" der rede loslaten en zich buigen voor GODS GEHEIM en de geheimen van Zijn SCHEPPING, VERLOSSING en VOLTOOIING op aarde;
- den twijfel der rationeel wetenschappelijke on zekerheid "er op den koop toe bijnemen", maar, en tóch, en zie: niettegenstaande "blind" vertrouwen. in feite is de twijfel het teken van zijn geloven, van de voorzijde. den twijfel aanvaarden, de mens lijke zekerheden als offer aanbieden, leven uit en in "on zekerheid", "worden als een van deze kleinen", is zijn grootheid. in feite is geloven tenslotte de pretentie van: ik geloof dat ik geloof. ik denk dat ik geloof én ik geloof, vertrouw -niettegenstaande de "on zekerheid"- erop dat ik geloof. dat ik het màg kunnen, én -uit Zijn VOLHEID de ene genade na de andere ontvangend- VOL kàn mogen kunnen geloven. want geloven is genade. gewoon on gewoon genade.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
