|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
1. "Niemand (geen mens) heeft God ooit gezien.". GOD is "de HEMEL", en uit dér aard is de hemel Zijn natuur lijke plaats.
"Mijn Vader, Die in de hemel is.";
"Onze Vader, Die in de hemel zijt,...".
gezien ónze wijze kàn "God zien" niet. en bovendien is dit, op aarde, voor óns, niet nodig, want GOD, Die ons naar ónze wijze geschapen heeft, "ter wereld heeft laten komen", geeft ons beminnelijk menslievend tekens van HEM, die wij kunnen horen, zien en tasten, voelen, overdenken, ver beelden en articuleren. tekens in overvloed. ruim genoeg. HIJ overvraagt ons dus niet, maar helpt ons te zien wat er van HEM naar ónze wijze op ónze wijze (zó als wij zijn) te zien enz. is. in simplicitate cordis aan dit genoeg genoeg hebbend en er genoegen aan belevend.
2.1. GOD schiep "de aarde" in 't algemeen en de aarde met al wat erin, erop en erboven is, in 't bijzonder. dit houdt in dat aan Zijn "werk" door ons Zijn hand te zien is. d.w.z.: tekens van HEM. Zijn schepping is over vloedig VOL tekens, die -geheime lijk wonder lijk- in de "letter" der dingen verborgen geborgen zitten, door onzen -zij het door GODS Heiligen GEEST geleerden en her innerden, geholpen- geest gezien en gearticuleerd (ver beeld) kunnen worden. die tekens zijn ons gegeven, gaan ons in den tijd en in de ruimte vooraf, en verlangen "verlost" (los gemaakt), dit is door ons ontdekt te worden opdat zij hun "openbarende" roeping en zending naar ons toe zouden kunnen vervullen.
2.2. te meer daar GOD óns bóven dien met het (geest lijk) vermogen der verbeelding, waardoor wij -geholpen- de tekens van Zijn Hand op aarde kunnen zien en een voor óns geschikten (te horen, te zien enz.) vorm geven, begenadigd heeft.
de verbeelding is geen fantasie, geen ir- of rationeel willekeurig produceren van "beelden". zij is wezen lijk gehoorzaam aan (luistert naar, gelooft in, volgt) de ons ons voorafgaande gegeven tekens. zij "vindt" ze zó als zij óns vóór de voeten zijn gelegd, én geeft hun, luisterend naar dàt en hoe en waarom zij ons aan de voeten gelegd en in handen gegeven zijn, een vorm. dit is: zij is geroepen, gewijd en gezonden om de tekens te ver beelden, "in gelijkenissen-uit-gelijkenis uittespreken". zie:
- Mat. 2/1-15: de epifanie van GOD den ZOON aan "alle volkeren";
- Mat. 25/31-46: het laatste oordeel van "alle volkeren";
- Luc. 24/13-35: jezus' verrijzenis en de gevolgen van DIEN;
- de hele SCHRIFT: de tekens van GOD den VADER, GOD den ZOON en GOD den Heiligen GEEST ver beeld als de schepping is SCHEPPING, de bevrijding is VERLOSSING, de VOLtooiing is VOLTOOIING.
dit betekent dat onze beelden geheime lijk wonder lijk door GOD ZELF als "goed", als ver beelde tekens van HEM bevestigd worden, een voorbeeld krijgen. zij zullen authentiek zijn in de mate dat zij "op Ons gelijken", gelijken op jezus' "gelijkenissen-uit-gelijkenis".
2.3. uit gelijkenis houdt in: gehoorzaam aan de de dingen ingeschapen tekens. dit is: aan de wezen lijke dichterlijkheid der dingen. de dingen zijn dichterlijk door het teken in de "letter". die tekens ver beelden is dichten. het beeld is de GROND én van de dichterlijkheid (hij ziet tekens en beeld) én van het dichten (het een eenvoudigen vorm geven aan) van den dichterlijken dichtenden. hij is gewoon natuur lijk een mens die mens lijk, zij het door den Heiligen GEEST geleerd en her innerd, on-, onder- of bewust bij GODS genade, luistert naar, gelooft in de tekens en ze volgt, de beelden ervoor "vindt" en "opraapt" en uitspreekt.
dit houdt in: dat dit luisteren naar tot "naar Hem luisteren", dit geloven in tot "in Mij geloven", dit volgen tot "Mij volgen" verrijkt, vergroot, verméérd zijn, met als gevolg van DIEN: het dichten van den dichtenden dichterlijken is een roeping, een wijding, een zending. en daarmee uit.
3.1. "Maar zij begrepen niet waarover
Hij hun eigenlijk sprak."(Joh. 10/6).
eigenlijk zegde Hij hun via deze "gelijkenis-uit gelijkenis": "Ik ben de deur."(7). Hij zegt, gezien zij de "gelijkenis" niet begrepen hadden, opnieuw, dit is verklaarde de "gelijkenis" door te zeggen: "Ik ben de deur". het beeld sloeg op Hem. johannes heeft dikwijls gemerkt en het ook -min of meer schamper- geschreven, dat "zij niet begrepen waarover Hij hun eigenlijk sprak.". zie ook Marc 9/31:
"Zij begrepen dit niet,...".
3.2. eric vanden berghe geeft als eigenlijke reden aan "dat wàt gezegd wordt, zo ongehoord is dat wij nauwelijks kunnen aanvaarden dat het waar is... (en zeggen) maar dat kan toch niet."(Kerk en Leven, 24-4-'96).
dit "toont" dat dit tijdje den zin en de gevoeligheid voor tekens en beelden verloren heeft. met als gevolg van dien: dat de "moderne", rationeel ingestelde mens niet (meer) begrijpt wat in beelden gezegd wordt. "Maar dat kàn toch niet.", zegt hij. voor hem kàn dichten niet en hij luistert er niet naar, gelooft er niet in, volgt het natuurlijk niet.
3.3. dit tijdje negeert tekens en beelden, de ons door GOD gegeven middelen om HEM op aarde naar ónze wijze op ónze wijze te "zien". met het verschrompelen, zo niet verdwijnen van den zin voor dichten (in beelden, in "gelijkenissen-uit-gelijkenis" de Waarheid van de Werkelijkheid van de Schepping en het Verbond "openbaren") verschrompelt, zo niet verdwijnt den zin voor GODS SCHEPPING, VERLOSSING en VOLTOOIING. met als gevolg van dien: dat deze "moderne", rationele, materialistische mens verdeeld, uiteengeworpen, verstrooid op den platten grond (in het "stof") rondkruipt.
"Op uw buik zult gij kruipen;
stof vreten uw leven lang."(Gen. 3/14).
4. de redding van den mens ligt in het cultiveren van dat kostbaar geschenk der verbeelding, die hem bekwaam maakt bóven alle bekwaamheden van weten en kunnen de geheimen en de wonderen van de schepping en uit der aard de werkelijkheid in haar VOLheid, zó als zij is, nl. opgeHEMELde "aarde", te ZIEN en te articuleren. en zó doende hiér en nù op aarde VOL te wassen met UITZICHT op de definitieve VOLTOOIING in den hemel.
alleen de verbeelding, die wezen lijk lering en her innering van GODS Heiligen GEEST is, kan een mens niet alleen doen "begrijpen waarover Hij hun eigenlijk spreekt", maar ook waarover de dichtende dichterlijken hem eigenlijk spreken.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
