|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
1. Te constateren is: dat velen niet (meer) kennen. dit is: velen begrijpen de on verdeeldheid, fundamentele éénheid van "aarde " en "HEMEL" niet, verstaan ze verkeerd, verwerpen ze op de wijze van uit sluitend "de aarde" kiezen en zó doende "den HEMEL" (als hindernis, belemmering, beknotting) afstoten. zij verdelen de éénheid, werpen ze uiteen en spitsen zich, uit on kennis on verschillig voor "den HEMEL", op "de aarde" toe. concreet betekent dit: zij luisteren niét naar Hem, geloven niét in Mij en volgen Mij niét. on-, onder- of bewust leggen zij zich, "den HEMEL" uit sluitend, uit bannend, "vergetend", alleen en frenetiek op "het veroveren van de aarde" toe. zij verwerpen geloven in de schepping als SCHEPPING van GOD den VADER SCHEPPER, geloven in de bevrijding als VERLOSSING door GOD den ZOON VERLOSSER, geloven in de VOLtooiing als VOLTOOIING door GOD den Heiligen GEEST VOLTOOIER, en bewerken de aarde wetend wetens en willend willens eigenzinnig, eigendunkens, eigenmachtig, eigenzuchtig, in feite eigenwanig. alleen. zelf.
het ziet er naar uit dat zij gewoon niet (meer) kùnnen kennen, met als gevolg van dien: dat zij niet (meer) kùnnen begrijpen, niet (meer) kùnnen niét mis verstaan, niet (meer) kùnnen verrijkt, verméérd horen, zien en tasten, voelend en denkend over schouwen, verbeeldend ver beelden, doen en spreken. zó dat het OORSPRONG lijk mógen kunnen in hen geen mogen kùnnen kan worden omdat zij, zó als de van den wijnstok afgesneden rank, verdord zijn.
niet (meer) kùnnen is de terminale verlatenheid van den dood, van de zonde tegen den Heiligen GEEST. het is de fatale doofheid, blindheid, verlamming, stomheid, die alle schouwen en ver beelden onmogelijk maken.
2. het vreemde in die velen is: dat zij, noch kennend noch kunnend, dit kennen en kunnen in vraag stellen, aan hun kritiek onderwerpen. een kritiek: die noch op kennen noch op kunnen steunt; die zweeft en tóch hard nekkig doorgedrukt wordt; die "een staal zonder waarde" is (en niet verkocht mag worden).
het is "goed" dat "stof van de aarde genomen" op aarde "den HEMEL" (GEEST) vragen stelt, bevraagt, want zij zijn een teken van on onverschilligheid, van care, van "goeden" geest. met als gevolg van Dien: opklaring van geloof, hoop en liefde, maar "wild". "den HEMEL" op aarde in vraag stellen is "kwaad", een teken van weigering, van onverschilligheid, van "bozen" geest, en uit dér aard een zonde tégen den Heiligen GEEST. met als gevolg van dien: de duisternis van on geloof, on hoop en on liefde; verlies van VISIOEN, dat in verwildering resulteert.
het VISIOEN niet kennend en niet kunnend beluisteren, geloven en volgen in vraag stellen, is wezen lijk waanzin: verduistering van den geest (het intellect, het fijn gevoel, sensibiliteit, verbeelding), schrijnendste zwakzinnigheid, die het beeld van GOD in een mens misvormt en hem op een dier (bête) doet gelijken.
3. de ongerijmdheid van niet (meer) kunnen en tóch in vraag stellen is een geheim van het geheim mens. het gelijkt op dat van "den bozen geest" en geeft zich aan ons niet prijs. het is uiteindelijk een geheim dat onder GODS GEHEIM ressorteert en ons uitnodigt het GODS geheim te laten zijn. op GROND van de gave van onderscheid der geesten kiest die gelooft, on doof en on blind voor den "bozen", den "goeden" geest en promoot kennend en kùnnend uit en in den Heiligen GEEST dien "goeden" geest. door zijn luisteren, kijken, tasten, fijn voelend en eerlijk denkend over schouwen, ver beelden, verrijkt doen en "in gelijkenissen-uit-gelijkenis" spreken op aarde, onder ons voor ons.
op de wijze van bevrijd vrij, opgevrolijkt vrolijk, en bevredigd te vreden.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
