|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
1. Hiér en nù, onder ons voor ons, is de bron van ons kennen en kunnen de Heilige GEEST: LICHT en KRACHT. Hij is de HELPER, Dien de ZOON beloofde te zenden, zond en zendt.
"Dan zal Ik de Vader bidden en
Hij zal u een andere Helper geven
om bij u te blijven voor eeuwig.
Het is de Geest der waarheid, Die
de wereld niet kan ontvangen
omdat zij Hem niet kent;
gij echter kent Hem, want Hij blijft
bij u en is in u."(Joh. 14/15-17);
"Maar wanneer Hij komt, de Geest der
waarheid, dan zal Hij u tot de volle
waarheid geleiden, want Hij zal niet
spreken uit Zichzelf, maar spreken
al wat Hij hoort en u de
toekomstige dingen verkondigen.
Hij zal Mij verheerlijken, want van
het Mijne zal Hij ontvangen en het
verkondigen aan u."(Joh. 16/13-14);
"En toen Hij het gezegd had, blies
Hij over hen en sprak: 'Ontvangt
de Heilige Geest."(Joh. 20/22).
geloofsgeheim: de Heilige GEEST verrijkt, vergroot,verméért, "verdubbelt" het kennen en kunnen van mensen tot KENNEN uit LICHT en KUNNEN uit KRACHT. "voor eeuwig". "in u". "de toekomstige dingen -onder ons die van hiér en nù- verkondigend".
2. hiér en nù "schept" de Heilige GEEST (Creator Spiritus) in mensen "van goede wil", in die, vreemd welwillend tegenover teder toegankelijk voor "de dingen van God", care, den "goeden" geest, die van den Heiligen GEEST is, "de goede grond" voor kiemen en VOL wassen. geloofsgeheim. het geheim van den ADEM, den WIND Die waait waar en wanneer Hij dat wil. al zien wij Hem niet, of alleen op piekmomenten van contemplatief schouwen. zó dat wij tot geloven "gedwongen" worden en ervaren wat de psalmist al zo lang geleden ervaren had:
"Wanneer Jahweh het huis niet bouwt,
is het zwoegen der bouwlieden ijdel;
wanneer Jahweh de stad niet behoedt,
waken de wachters vergeefs.
Dan heeft het geen zin vroeg optestaan,
of laat u te ruste te leggen;
gij eet dan het brood in uw zweet;
maar die Hij liefheeft, geeft Hij het
ook in de slaap."(Ps. (126)/1-2).
3. de "goede" geest in mensen bevordert hun "Hem zien en kennen" in een wereld die "Hem niet kan ontvangen omdat zij hem -hoe dan ook- ziet noch kent". uit dér aard hebben zij het in die wereld met die wereld moeilijk. als gelovenden kwetsbaar zijnde, zonder een beroep op "bewijzen" te kunnen doen, worden zij gekwetst, tot aan een kruis geslagen worden toe. maar, en tóch; en zie: zij verrijzen...als het nog donker is. de nacht is hun licht ("Et nox illuminatio mea"): de grote paradox van de Werkelijkheid in de werkelijkheid, van de laatsten die eersten, de armen die rijken, de naam- en faamlozen die naam en faam bóven alle naam en faam hebbenden zijn. geloofsgeheim.
4. geloven is een gave van den Heiligen GEEST, Zijn GEHEIM, wat die geloven tot deemoed stemt. uit en in dien deemoed is hun geloven een tot vrijheid, vreugde en vrede verrezen "beproeving". de twijfel is nooit veraf, maar aan de oppervlakte, want de GROND begeeft het nooit. de GROND trekt aan, maar blijft, als GEHEIM, Zijn GEHEIM, op een afstand. Hij is er op de wijze van: genoeg om van en voor Hem te leven. een genoeg dat ónze wijze respecteert. dit is: noch óver, noch ónder vraagt. Hij weet uit Zichzelf ("zonder raadgever") wat Hij met de mensen moet en doet. en dàt is wezen lijk ànders dan mensen kunnen denken of zich kunnen voorstellen. wezen lijk voor mensen is overgave: genoeg hebben en genoegen beleven aan dat genoeg; vrij en vrolijk en te vreden ermee instemmen en ernaar handelen. het geheim van kùnnen mógen geloven is: caring being lucky. dit is: reëel gered, verlost zijn, vrij van het "kwaad" vrij voor het "goede".
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
