|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
1. De waardigheid van een mens, van elken mens, is hem door GOD den VADER SCHEPPER ingeschapen. zij is een afglans, weerspiegeling van GODS heiligheid en volmaaktheid. van GODS eerstigheid. en uit dér aard door GOD bepaald en gegeven, door GOD gezien en bevestigd.
2. die waardigheid komt niet van mensen, wordt niet door mensen bepaald, zelfs niet gezien, is Zijn geheim. uit dér aard is de waardigheid die mensen aan zichzelf of aan anderen toekennen, mensenwerk als dit toekennen niet gedragen is door GODS eerste toekenning, een geheim van GODS geheim is.
saecularisme is een zware vergissing, pervertering van de SCHEPPING uit en in een afbreuk, afbraak van het VERBOND, en uit der aard op grond van on waarachtigheid en on (GOD én mens) waardigheid waardeloos. het negeert GODS GEEST op aarde, zo het HEM niet tegenwerkt of, erger nog, als tiran die het werk der mensen hindert of kleineert, bestempeld.
3. het schouwen van de reële waardigheid van een mens is de rijpe vrucht van geloof, een gave van den Heiligen GEEST. HIJ begaaft een mens met wijsheid, met de bekwaamheid tot onderscheid die een mens in een wereld van on vrijheid, on vrede en on vreugde vrij maakt van (dwaasheid) en voor (wijsheid), hem tot vrede (rust) brengt en met vreugde vervult.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
