|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
het huis van den HEER, -de kerk van "de leerlingen" en hun leerlingen- is de natuur lijke plaats voor het "nu". het is GODS volk bij uitstek: niet door mensenhanden gemaakt, maar door den HEER en den Heiligen GEEST "met medewerking van" "de leerlingen" gesticht als blijvend VOL getuigenis van den HEER en den GEEST voor altijd en overal op aarde.
"Jezus Christus is Dezelfde, gisteren en
heden en in eeuwigheid."(Hebr. 13/8).
4. de christen is als gekerstende altijd en overal helemaal groepen, gewijd en gezonden om hiér en nù uit en in en met en door jezus CHRISTUS "nu" het toonbeeld van wat GODS volk is, te zijn. hij kan het "lezen" in het eerste en tweede en derde BOEK, Die in den vorm van woorden van mensen de VOLHEID van GODS WOORD "openbaren", en uit dér aard "tonen" wat de VOLheid van óns woord is: een afglans van GODS WOORD, VOLheid uit Zijn VOLHEID.
"vroeger" duisternis, is ons woord, if we care and are lucky, "nu" LICHT: licht van LICHT. zijn geheim is "nu" uit en in het her inneren (ophelderen, ver klaren) door den Heiligen GEEST van "al wat Ik u heb gezegd", een vonk van het GEHEIM van het WOORD. ons woord is er "aards" op aarde geheime lijk, wonder lijk. dit is: met "den HEMEL" verrijkt, vergroot, verméérd, "verdubbeld". in het verborgene uit het verborgene (ontvangen van den Heiligen GEEST) geboren, "openbaart" het de WAARHEID, het LEVEN, den WEG op aarde (hiér en nù), met UITZICHT op den hemel.
het "nu" is er en blijft er als: "hetzelfde gisteren, heden en in eeuwigheid". zó, dat geen enkel alternatief stand houdt. het "Naar wie anders zouden wij gaan?" beGRONDt ons "nu" en bevestigt het in zijn onvervreemdbare authentieke uniciteit. AMEN. amen, en daarmee uit.
1. Getuigen, verkondigen, uitspreken is in feite van verwondering, dit is door het wonder van "de aarde" aan- en geraakt worden, naar bewondering en het vertolken ervan "gedreven" worden. centraal staat het wonder, dat er op aarde voor de aarde onloochenbaar is én zich on beschroomd als vanzelf aan de mensen "opdringt". het wonder van de Schepping als manifestatie van het WONDER van den SCHEPPER, met alle gevolgen van DIEN voor de mensen op aarde. verwonderd worden, bewonderen en die bewondering articuleren brengen een mens overeind en heffen hem op de hoogte van 10 meter bóven den platten grond (het "stof"), met alle gevolgen van Dien. zij bevestigen niet alleen het wezen lijk innerlijk verband tussen den mens (schepsel) en GOD (SCHEPPER), maar "openbaren", "tonen" ook het VERBOND tussen GOD en de mensen. zij rechtvaardigen het "de goedheid van Uw naam", en "voor Uw vromen verkondigen" (Ps. (51)/11).
2.1. verwonderd wordend, bewonderend en articulerend ontdekt een mens
"de goedheid van Uw Naam".
God is "goed", altijd en overal helemaal "goed". en HIJ "weet" het. en HIJ "zegt" het op de wijze van
"En God zag dat het licht goed was."(Gen. 1/4);
"En God zag dat het goed was."(10);
" " . "(12);
" " ."(18);
" " ."(21);
" " ."(25);
"En God zag dat alles wat Hij gemaakt
had, zeer goed was."(31).
het VOL "goed" ZIJN van GOD openbaart zich in het "goed, zeer goed" zijn van wat HIJ maakt, van Zijn SCHEPPING.
2.2. GODS "goed" ZIJN, in Zijn SCHEPPEN "getoond", bevestigd, deint uit in Zijn "goed" zijn voor de mensen. het "goed" zijn der schepping werpt zijn vruchten af voor de mensen van de schepping. HIJ IS "goed" voor de mensen, "toont", bevestigt dit door het sluiten van een VERBOND met ze, en zij kunnen het horen, zien en tasten, voelen, overdenken, SCHOUWEN en articuleren als
"de goedheid van Uw Naam".
wat voor hen concreet betekent: "Ik ben er voor u.". GOD noemt Zichzelf: "Ik ben Die bén én Die er ben voor u." op de wijze van VOLHEID van GOEDHEID; van WONDER bóven wonder.
dit historisch, in het geschieden van de geschiedenis van "de aarde" en de aarde met al wat en wie er op is, waartenemen FEIT, is in mensen een bron van verwondering ("Hoe is het in godsnaam mogelijk?!"); een bron van bewondering ("Abba, Vader"); een bron van vertolken op de wijze van uitspreken, uitzingen, uitjubelen ("Hallelujah!"). een bron van verkondiging.
3. GOD als "goed" verkondigen is pas VOL als het gedragen is door ervaring van Zijn goedheid: geheime lijk wonder lijk met eigen oren gehoord, met eigen ogen gezien, met eigen vingers getast, met het hart en het verstand en de verbeelding GESCHOUWD, in feite in het verborgene GEZIEN en als geloofsgeheim geduid. uit dér aard is verkondigen zijn geloof in GOD met woord en daad articuleren, "Mijn getuigen zijn"...uit en in her innering van den Heiligen GEEST.
het is een opdracht, die in het SCHOUWEN begrepen is en uit der aard "als vanzelf" gezien, aanvaard en volbracht wordt.
"Wij kùnnen niet niét spreken over
wat wij gezien en gehoord hebben."(Ha. 4/20).
dit woord van petrus en johannes "toont" het geheim van de authenticiteit van den getuige, den verkondiger. het heft woord en daad op de hoogte van 10 meter bóven den platten grond; de hoogte en diepte, lengte en breedte van
"meer te luisteren naar God
dan naar mensen."(Ha. 4/19).
4. dit geheim houdt in dat de verkondiging uit haar aard alleen door "Uw vromen" VOL ervaren kan worden. zij veronderstelt vreemde welwillendheid tegenover en tedere toegankelijkheid voor het WONDER, die verwondering en bewondering, gaven van den Heiligen GEEST, tekens van den "goeden" geest in een mens, mogelijk maken. zó dat de getuige en de toehoorder, aanschouwer, "één vlees worden", elkaar als "Uw vromen" ontmoeten en samenvloeien, -hangen, -lopen en -werken.
"Maar velen van hen die de prediking
hadden gehoord, werden gelovig."(Ha. 4/4).
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
