|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
zij is wezen lijk een gemeenschap naar het beeld van den goeden herder en zijn schapen, dat van in het BEGIN hiér en nù tot in het UITEINDE geldt: niét voorbij-, niét verloren gaat, van eeuwig leven is. haar spiritualiteit is die van den Heiligen GEEST, Die "HEMEL" en "aarde" veréént, samenwerpt, en uit en in die éénheid de mensen op aarde veréént. dit is: be invloedt om tegen alle verdeeldheid in één van hart en één van geest (den "goeden" geest) te worden, te zijn en te blijven.
5.3. zó als "er geschreven staat" in Ha. 2/41-42:
"En zij die zijn (petrus') woord aanvaardden,
ontvingen het doopsel;...
Zij bleven volharden in de leer der apostelen
en de onderlinge gemeenschap,
en het breken van het brood
en in het gebed.".
hun geheim is de gezamenlijke toeleg op de Schrift (de leer), het delen, de sacramenten en het gebed. dààr uit vallen hun het LICHT
om de WAARHEID, het LEVEN en den WEG te ZIEN, en de KRACHT om naar dit ZIEN te DOEN toe.
1. Zeker is: dat samenwerpen, verzamelen, van den "goeden" geest is; dat uiteenwerpen, verstrooien, van den "bozen" geest is.
zeker is: dat de Heilige GEEST verzamelt; dat "de boze geest" verstrooit.
zeker is: dat elke mens geroepen, gewijd en gezonden is om te verzamelen en dat verstrooien in hem uit den boze (van den "bozen" geest) is; dat verstrooien "uitdrijven" en verzamelen in voeren en bevorderen een innerlijke strijd betekent, dien hij alleen niet aankan, maar met GOD en "goede" mensen verbonden wel. verbonden is hij rijker, groter, méér dan alleen.
2. jezus CHRISTUS is de grote verzamelaar. de beelden daarvan (herder, klokhen, wijnstok), die Hij zelf articuleert, spreken dit in VOLheid uit.
uit en in den "HEMELSEN" samenhang, samenloop en samenwerking van VADER, ZOON en GEEST "toont" Hij het wezen van samenhang, -loop en -werking op aarde, spreekt Hij het uit in
"Uw Naam worde geheiligd,
Uw Rijk kome,
Uw wil geschiede
op aarde zó als in den hemel.
dit is: Hij incarneert (toont óns naar ónze wijze op ónze wijze, geheim lijk wonder lijk) niet alleen wat verzamelen op aarde VOL is, maar ook dat "de HEMEL" de GROND ervan is; dàt en hoé een wààr om het hiér en nù uit en in en met en door Hem plaats heeft.
"Ik heb u een voorbeeld gegeven...";
Zonder Mij kunt gij niets.".
uit dér aard is -hoé dan ook- kerstening, in Hem gedoopt worden, van Hem doordrenkt zijn, voor elken mens de conditio sine qua non om te kùnnen verzamelen.
3. concreet betekent dit: naar Hem luisteren", "in Mij geloven" en "Mij volgen". de BRON daarvan "staat geschreven" in het tweede BOEK (van "de leerlingen"), Dat de vervulling en verVOLLING van het eerste BOEK (van "de Wet" en "de profeten") is. die BRON verwoordt "Wie gij zegt dat Ik ben" en geeft de wijze van Hem be leven aan: hun woord aanvaarden, zich laten dopen, volharden in de leer, de onderlinge gemeenschap, de eucharistie en het gebed...zó als zij zijn.
uit en in de BRON leven vergt geloof, dat het helder teken van hoop en liefde is. geloof redt den mens: bevrijd hem van "de duisternis" voor "het LICHT", en geeft de KRACHT om naar dit LICHT te handelen. dit is: hun woord te aanvaarden, zich te laten kerstenen, te volharden in de leer, de onderlinge gemeenschap, het vieren van de eucharistie en het gebed.
geloven maakt den in de wereld door de wereld verdeelden, verstrooiden mens één, verzamelt hem binnen het VISIOEN. hij hoort, ziet en tast, voelt, denkt over, ver beeldt, doet en dicht de dingen der aarde ("het werk van mensenhanden") uitsluitend uit en in het VISIOEN van "Gods grote werken"(Ha. 2/11), van de on verdeelde éénheid van "aarde" en "HEMEL". uit dér aard is de gelovende mens on verdeeld één, verzameld. dat betekent dat zijn horen, zien en tasten, voelen, denken over, ver beelden, doen en dichten in één beweging tot één resultaat samenvloeien, -hangen, -lopen en -werken. in den GROND gegrond. dit is: zijn waarheid in de WAARHEID, zijn leven in het LEVEN, zijn weg in den WEG, zijn ("goeden") geest in den Heiligen GEEST.
4. de Heilige GEEST beADEMt de klei, het "stof van de aarde genomen", tot "een levend wezen". een innerlijk verzameld, innerlijk on verdeeld hiér en nù uit en in het BEGIN tot in het UITEINDE levend "levend wezen". geloofsgeheim, dat het geheim van den "in Mij gelovenden mens" is.
de Heilige GEEST "openbaart" jezus CHRISTUS als "meer dan een profeet", als "Deze is Mijn welbeminde Zoon", als "En het Woord was God (GOD de ZOON).". de grote VERZAMELAAR van "den HEMEL" en heel de aarde tot "één kudde, één herder"(Joh. 10/16). hoé dan ook; tegen den schijn van een verdeelde, verstrooide aarde in; als het GEHEIM van GOD, "Wiens gedachten en wegen niét die van de mensen zijn", en uit dér aard geloofsgeheim. een gave van den Heiligen GEEST, die den mens (uit verdeeldheid en verstrooiing) redt, hem met GOD én de mensen veréént, verzamelt.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
