|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
1. Er is de zee van vuur der sterren, waaronder de zon het dichtst bij ons. dit beseffen doet het gevoel rillen, verbijstert het verstand en daagt de verbeelding uit. bij naderen en scherper toekijken zien wij dat wij door dit vuur omringd maar niet bedreigd, niet aangetast zijn omdat het, ons verbazend en boeiend, geheime lijk wonder lijk "op zijn natuur lijke plaats blijft" en den indruk wekt dat verder te blijven doen. men heeft die "standvastigheid" orde genoemd, en die in GOD den VADER SCHEPPER van (sterren)hemel en aarde geloven, schrijven die orde als een ons te aanschouwen en te schouwen gegeven wonder van het WONDER aan den SCHEPPER toe.
het vuur der sterren is een feit. het hangt ons als een bewondering wekkend schouw spel boven het hoofd en doet ons ernaar op kijken. het brengt een mens in verrukking: "el sole e l'altre stelle!". het is dichterlijk en kàn niet niét spreken, who care and are lucky, de dichterlijken onder ons toe- en aanspreken. te meer daar het materieel op een veiligen afstand blijft. zijn dit enerzijds materieel op een afstand blijven en anderzijds geestelijk aantrekken geen staaltje van een volkomen gratuïete mens vriendelijkheid vanwege wezens die geen mens zijn? beroert dit vuur in zijn on schuld niet het hart, zet het niet het verstand aan het denken en spoort het de verbeelding niet aan het als een beeld te zien, te bewonderen en uittespreken? het vuur is een geschenk van den hemel aan de aarde.
2. er is op aarde vuur van binnen en vuur van buiten. vuur als herinnering aan haar afkomst, vuur als zuiverende en vorm gevende kracht, vuur als bliksem, vuur als bondgenoot van de mensen erop. de aarde, en uit der aard het leven van de mensen erop, zijn ondenkbaar zonder vuur. het kan hen, als een brand, overvallen en in gevaar brengen, maar het blijft ter plekke: kan de mensen leren op hun hoede te zijn en het te overwinnen. maar meer dan dat is het een bron van voor de mensen noodzakelijke warmte en licht. vuur, dat in den beginne als een god gezien en tegen het kwade en voor het goede aangebeden werd.
- warmte. warmte van de zon, die in tropische landen door schaduw getemperd wordt en die in koude landen naar de zon doet snakken. vuur dat verwarmt, koken en braden, ertsen zuiveren, edele metalen en ijzer smeden mogelijk en zó doende de aarde niet alleen primair bewoonbaar maar ook genietbaar maakt.
warmte als beeld. mensen zijn warm bloedige levende wezens. zij moeten de lichaamstemperatuur op de vereiste hoogte houden en voelen zich goed als zij het warm hebben. het lichaam straalt warmte uit en wordt zo het beeld van de evenzeer vereiste warmte van het hart, van liefde. uit straling van warmte van het hart maakt de aarde niet alleen primair, maar ook geestelijk bewoon- en uit der aard genietbaar.
- licht. dag. moment van herkenning, en uit der aard van veiligheid. moment van actief leven op de wijze van creatief arbeiden: de dingen bestuderen en bewerken, de mensen ontmoeten, verzamelen om samen de "wilde" aarde ten gunste van allen te "cultiveren". licht, dat de waarde van de duisternis, den nacht als moment van stilte en rust, van herstel der verbruikte lichamelijke en geestelijke krachten, in het licht stelt, doet waarderen en genieten. licht, dat bloemen, planten en bomen op trekt, doordat het de nodige wissel werking der innerlijke krachten bevordert. licht, dat het licht der mensen is.
want ook het licht, de wonder lijke aanwezigheid van dag en nacht, wordt een beeld. een beeld van geestelijke helderheid, die zich in contrast met geestelijke duisternis nog sterker opstelt. mensen zijn wezens van het licht. dit is: als OORSPRONG lijk met fijngevoeligheid, intelligentie en verbeelding begaafd, door den glans van de waarheid der werkelijkheid gefascineerd en uit der aard er op uit om tot de waarheid te komen. tot licht als bron van in- en door- en uitzicht. mensen willen zien. dit is: ter bevordering van hun leven op aarde de in hen aanwezige en de hen omringende dingen in het licht dat ze belicht her- en erkennen, respecteren en waarderen zó als zij zijn. want de duisternis is (en geeft) geen "teken van leven", maar van den dood.
3. vuur dooft, verliest warmte en licht als het geen "voedsel" meer heeft. het moet "gehoed", bewaakt, levend gehouden worden. eventueel met een "waakvlam". de taak de zon levend te houden is die van Die haar schiep; de taak van den mens is het kampvuur tijdig van hout te voorzien, de olie te verversen, de kaars tijdig te vervangen, de elctriciteitscentrales bijtehouden, het lichaam van voedsel en drank te voorzien.
men zegt soms van een mens: dat hij opgebrand is; of uitgeblust; van binnen uit lichaam en geest lijk warmte en licht verliest. zijn het geen ondoordachte woorden die meer kwetsen dan genezen? brandt vuur inderdaad soms op, blust het soms uit doordat het materieel is, een mens is óók geestlijk en uit der aard rijst de vraag of de geest wel innerlijk, ook als het lichaam het aan het begeven is, opbranden of uitblussen kan. want er is meer. er is méér.
4. er is de GEEST van den VADER en den ZOON, dat ànder vuur, die àndere bron van warmte en licht, het LICHT van in den beginne.
"In wat bestond was Hij het leven,
en het Leven was het Licht der mensen."(Joh. 1/4);
"Een ander maal richtte Jezus het woord tot hen
en sprak: Ik ben het licht der wereld. Wie Mij
volgt, zal niet in de duisternis wandelen, maar
het licht des levens bezitten."(Joh. 8/12).
die Heilige GEEST, dat pinksterVUUR, is "het Licht des levens". een vuur dat doet leven, brandt maar niet op brandt en niet "verslindt" die Het doet branden. Zijn "voedsel" is GOD én te zelfder tijd het nooit op brandend en nooit uitteblussen "voedsel" voor de warmte en het licht in de mensen. Het is "het vuur van GODS liefde", Dat geheime lijk wonder lijk vonken afgeeft en if we care and are lucky "ons hart in ons doet branden", "in ons ontsteekt het vuur van Uw liefde".
hoe zou een mens dan kunnen op branden? hoe zou hij dan uitgeblust worden en zijn? een mens brandt van dat VUUR in het verborgene, ànders dan het lichaam. zó dat als het lichaam op gebrand is, de geest, de ziel bij GODS genade van in het BEGIN tot in het UITEINDE onverminderd blijft branden. GOD blust Zijn mensen niet uit, maar geeft aan ieder van hen een ster mee die als hij in den hemel (zijn hem beloofde land) is aangeland, zijn bestaan op aarde moet herinneren.
dàt VUUR moeten mensen "hoeden", er de wacht bij houden en het in den tijd tijdig voorzien van het Hem geëigend "voedsel": de liefde van/voor GOD in den vorm van
"Het water dat Ik u zal geven";
"Mijn vlees en Mijn bloed".
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
