|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
1. De mens leeft en drukt dit uit op velerlei wijzen, waarvan spreken er één is. mensen kunnen spreken. dit is: door binnen het "systeem" van klanken uitbrengen en vormen klanken een (woord-, taal-) VORM geven, ver woorden, ver talen. het is een teken van: dat de mens de "stof" (la bête, want dieren spreken niet) kan ver geestlijken, het "lichaam" be "zielen". een on gewoon verschijnsel, dat door en over al die eeuwen van hominisatie en humanisering heen zó "gewoon" geworden is, dat het on gewone ervan aan de meeste mensen voorbijgaat. met als gevolg van dien: dat zij aan het geheim van het woord voorbijgaan en "niet weten wat zij zeggen". spreken is een kostbare gave, die vanwege den mens respect, toeleg en zorg veronderstelt.
"Men doet niet al wat men wilt met de woorden.". deze door zijn dichterlijke begaafdheid opgewaardeerde uitspraak van gezelle moet ons "te denken geven", "tot nadenken stemmen". want zij betekent méér. zij betekent niet alleen dat de mensen zich niet van het woord mogen meester maken, maar wijst ook op het geheim van het woord: dat het de macht van de mensen te boven gaat.
2. het woord is een "product" van den geest: van voelen, denken, verbeelden. het is de VORM die de geest aan deze aan den mens inherente vermogens geeft op de wijze van "georganiseerde", geordende door den toehoorder te horen klanken, of "georganiseerde", geordende door den lezer te ziene, te tasten lettertekens. het is gericht, dit is: voor andere mensen bedoeld, en uit der aard een hoogst sociaal verschijnsel. mensen worden door het woord als geheime lijk wonder lijk middel tot communicatie in een gesprek samengeworpen, verzameld. het wezen van het (gesproken of geschreven) woord is: mensen SAMENbrengen, verzamelen.
een woord dat niet verzamelt, is een on woord, een door een ontaard mens ont aard, van zijn geheim vervreemd en uit dér aard mensen (partners for praise tot partners for profit degraderend) verdelend, uiteenwerpend woord. een leugen.
de adel van het verzamelend woord is zijn waarheid, zijn éénheid van vorm en inhoud, van spreken en leven, van waarheidsgetrouw voelen, denken en ver beelden. precies door die waarheid stijgt het boven de mensen uit, want de waarheid van al dat leeft is één, groter dan het zomaar, louter "mens lijk" tot verdelen geneigd voelen, denken en ver beelden (fantaseren). het woord verzamelt mensen uit en in, op grond van de waarheid van het leven-zó-als-het-is. dit is in feite: als uit en in zijn OORSPRONG (de Schepping en het Verbond) groter zijnde dan de mensen. het woord is geroepen trouw te zijn aan zijn AFKOMST, en wil uit dér aard noch overmeesterd noch van zijn geheim beroofd worden. het is geroepen de (sprekende én luisterende) mensen OP te trekken naar, IN te leiden in het geheim van hun leven, hun bestaan op aarde met UITZICHT op den hemel.
3. het woord wordt uit in spiratie (in ADEMen) en is uit der aard (uit ADEMend) con spiratie. het ademen van den mens is een beeld van zijn spreken. zijn woord is als het ware de (bij vriesweer) zichtbare condensatie van zijn door het VUUR van den GEEST verwarmd, "brandend" innerlijk leven. een door zijn hoor-, zicht- en tastbaar waartenemen VORM (de "letter") buiten hem verschijnende boeiende INHOUD ("geest", die doet leven). maar er is meer.
3.1. er zijn "verborgen medewerkers". het woord is wezen lijk intertextueel. dit is: het is nooit alleen. er zijn de "knipoogjes naar". het heeft zijn voorgangers en wordt zelf voorganger voor andere. er is de bewondering waardige uitwisseling tussen de woorden van de enen en de woorden van de anderen. zij "concurreren" niet, staan elkaar niet naar het leven, maar verrijken elkaar met leven van elkaar. zó dat het woord in zijn geschieden in de geschiedenis gewoon natuur lijk groter is dan het woord van die hiér en nù spreekt of schrijft, en die het hiér en nù hoort of leest alleen tot de VOLheid ervan kan doordringen als hij in de geschiedenis met de geschiedenis mee evolueert, groeit. behoord en belezen is. zij het met mate, met de mate van de wijze van den mens.
3.2. want niet alleen kan een mens niet àlles horen en lezen, het woord zelf zegt niet àlles. het is wezen lijk, uit en in het feit dat de wijze van den sprekenden of schrijvenden mens binnen de ontzaglijke ruimte van de ruimte en den tijd beperkt is, beperkt. het is een deel van het GEHEEL, en uit der aard wezen lijk deels deels. er kann, wat dàt betreft, voor den zichzelf kennenden en vrij en vrolijk onbevangen ongevangen erkennenden mens keine Trauer sein.
3.3. want het woord is in zijn uit der aard beperkte VOLheid voor den sprekenden en schrijvenden en toehorenden en lezenden mens genoeg...om van te leven in zijn hiér én in zijn nù, op zijn hem gegeven hem eigen plaats in de geschiedenis. als deel zijnde van het GEHEEL is het deels zijn van het woord genoeg. méér, meer nog: voor een intens aandachtig op aarde aanwezig zijnden mens kan één woord volstaan om zijn leven te vullen. want één woord kan àlle woorden in zich samenwerpen, tot één verzamelen. dàn zijn de helderheid en de kracht van dit éne woord zo groot, dat zij het leven van dien mens "vullen", VOLLEN. johannes heeft jezus van nazareth niet voor niets het -alle mensen met Zijn GEEST vervullend, woorden van eeuwig leven sprekend- WOORD genoemd. en voor wie kan "lezen" zijn het eerste en tweede BOEK vol van woorden die voor een mens genoeg zijn...om altijd en overal helemaal van te leven. vol van woorden die, doordat zij van eeuwig leven zijn, op schitterende wijze het geheim van het woord, zij het "als in een spiegel", onthullen.
4. het geheim van het woord is het eeuwig leven er in. dat het "aards" spreken en schrijven van een "aardsen" mens geheime lijk wonder lijk, op UW woord, vervuld is van den "hemelsen" GEEST. en uit der aard de waarheid van zijn woord de WAARHEID, het leven ervan het LEVEN, het weg zijn ervan de WEG is.
het geheim van het woord is: dat het op ONS gelijkend naar zijn wijze op zijn wijze de Werkelijkheid van den VADER Schepper, den ZOON VERLOSSER en den Heiligen GEEST VOLTOOIER openbaart, "publiceert", en meteen de Werkelijkheid van den mens-zó-als-hij-is. met als gevolg van Dien:
het geheim van het woord is een geloofsgeheim. wezen lijk "versluierd" zó als het WOORD "versluierd" is. maar, en tóch, en zie: zij het deels, te HOREN, te ZIEN en te TASTEN voor en door who care and are lucky. dit is: door die in het WOORD gedoopt, van het WOORD doordrenkt, mógen kunnen en kùnnen mogen ZIEN "dat de man aan de oever de HEER is.". dat wil zeggen: dat het woord naar ónze wijze op ónze wijze gesproken en geschreven, "vervuld is van de Heilige GEEST", en uit dér aard méér, "van eeuwig leven". een grandioos geheim, bij GODS genade en uit dér aard ons verbijsterend, verbazend, maar wonder lijk boeiend geheime lijk wonder lijk de dichtende dichterlijken te HOREN, te ZIEN en te TASTEN gegeven. een geloofsgeheim, dat het geheim van de dichtende dichterlijken is.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
