|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
1. Denkend aan "Panta reï" zou men hiér en nù kunnen zeggen: "Alles schuift; dit is: alles wordt verschoven.". verandering. wie nadert en scherper kijkt, bemerkt het addertje onder 't gras: er wordt geen onderscheid gemaakt tussen materie en geest; tussen wat uit zijn aard alle baat heeft bij verandering en wat uit zijn aard alle baat heeft bij stabiliteit. de geaccentueerde aandacht voor de als vanzelf schuivende materie resulteert in een nerveus, gehaast, ondoorvoeld en ondoordacht verschuiven van wat van den geest is. met als gevolg van dien: een door den verschuivenden mens gezocht en bewerkt on evenwicht van het geheel uit verdelen, uiteenwerpen der delen. een "zonde tegen de natuur".
2. de natuur evolueert van binnen uit naar haar wijze op haar wijze. zij maakt geen (bokke)sprongen. wat er vandaag is, wordt uit wat er gisteren was en is "de goede grond" voor wat er morgen zal zijn. deze logica is de grondslag van al dat leeft: man en vrouw worden uit een man (vader) en een vrouw (moeder) ontvangen en geboren en worden op hun beurt een vader en moeder van kinderen die op hun beurt vader en moeder van kinderen worden. de kern van dit gebeuren is niet alleen biologisch bepaald, maar wordt geestelijk verrijkt door de opdracht der opvoeding, het evenwichtig optrekken der kinderen. dit samenvloeien, -hangen, -lopen en -werken van het biologische en geestelijke uiteenwerpen betekent ontwrichting van het evenwicht; ontwrichting van den van in den beginne in het geschieden van de geschiedenis der mensen ingeschapen "gang van zaken"; verschuiving.
3. op grond van de Werkelijkheid van de onverdeelde éénheid van "aarde" en "HEMEL" zijn geboorte en opvoeding op aarde gedragen door "den HEMEL". dié éénheid is de stabiliteit ervan en garandeert het evenwicht van ouders en kinderen. het leven op aarde heeft een hemelse dimensie, die het fundament ervan is en "als vanzelf", gewoon natuur lijk overgedragen wordt van de ene generatie op de andere. de verschuiving in dit tijdje in deze streken bestaat er juist in dat dit gewoon natuur lijk opvoedingsproject "verschoven" wordt van huis, school, kerk, parochie en areopagus naar de media. dit betekent: dat de gewoon natuur lijke plaatsen voor het geestelijk optrekken der kinderen weggeschoven worden en vervangen door -wat de ervaring ons leert- (huis, school, kerk, parochie overdonderende) luidrichtige, fel gekleurde, op luister- en kijkcijfers beluste en uit der aard de huik naar den wind hangende "informatiebedrijven".
3.1. het huis, de natuur lijke plaats van het wonen, waar men zich thuis voelt en thuis is, d.w.z. geborgen, en waar men zich in de stilte in stilte aan elkaar optrekt, heeft door de fascinatie der uithuizigheid zijn status van tweeden moederschoot verloren. de innerlijke ruimte voor wortelend gesprek en niet alleen lichamelijk maar ook geestelijk VOL wassen wordt door de kinderen als eng, besloten, bevangend, benauwend, zo niet verstikkend ervaren op grond van de uitlatingen der informatiebedrijven.
met als gevolg van dien dat de ouders geleidelijk ervaren dat zij hun kinderen volgens de beweringen en de houding van hun kinderen niets boeiends meer te vertellen hebben. want de ouders zijn saai en hun pogingen tot geloofsoverdracht hebben voor die kinderen niets boeiends meer. er is nog weinig geloofsoverdracht van huis uit.
3.2. de school was de natuur lijke plaats waar de opvoeding in de lijn van de ouders werd voortgezet op domeinen waartoe de ouders noch den tijd noch de bekwaamheid hadden, en waar de kinderen door contact met andere in de geheimen van den socialen omgang werden ingewijd. de geloofsoverdracht via onderwijzers en leraars en professoren werd er verdiept en uitgebreid en binnen het kader van de kerk geplaatst.
die functie van de school is terwille van een steeds dieper en wijder ingrijpende versaecularisering, verpluriformering, verwetenschappelijking en vertechnisering van de cultuur in 't algemeen en het onderwijs in 't bijzonder langzaam weggedrongen, met als gevolg van dien: dat geloofsoverdracht door kritiek erop door geloofsabortie vervangen is.
3.3. door het wegblijven uit de kerk is de fundamentele sacramentele geloofsoverdracht zo goed als uitgeschakeld, zodat een normale groei van de kennis van de Schrift en het inzicht in de betekenis van het vieren van de geheimen via de (geloofs)feesten doorheen het liturgisch jaar niet meer kan plaatsvinden. wat zich "toont" in een schromelijke en pijnlijke onwetendheid, die jonge mensen volkomen weerloos maakt tegen het systematisch ondergraven van de fundamenten van de kerk.
3.4. de steun van den vroeger in de parochie in den geest van bevordering van het geloofsbeleven in het dagelijks leven georganiseerden opvang in den vorm van verenigingen, jeugdorganisaties, bibliotheek en vrijetijdsbestedingen, is onder den druk van de saecularisering verschrompeld tot een in leuke bijeenkomsten geoogst psycholigisch duwtje in den rug. de voortschrijdende pluriformering van de maatschappij resulteert in een zich gewillig neerleggen bij de vervaging van de identiteit, het uitwissen van het verschil, zó dat men er toe komt uiteindelijk overtuigd te zijn dàt er geen verschil is.
4. dit alles betekent dat de twintig eeuwen oude natuur lijke bronnen van geloofsoverdracht, -verdieping en -beleving door door "wilde" wetenschap en techniek veroorzaakte aardverschuivingen bij het volk langzaam en grotendeels zijn dichtgeslibd en niet langer "functioneren". en tóch blijft voor de leerlingen van CHRISTUS, het huis van den HEER, de opdracht tot "verkondiging" onverminderd gelden. naar wie zal men dan gaan?
de nieuwe bronnen van overdracht -zij het eerder van informatie-van-beneden dan van informatie-van-bóven- zijn de de hele aarde met dagdagelijks vers wereldnieuws overspoelende en genadeloos manipulerende media. het woord en het beeld voor lezers, luisteraars en kijkers en masse. en vreemd genoeg in de huiskamer. massaal in de huiskamer. wie de massa wil bereiken, moet den weg van de media gaan.
wie hiér en nù geloof wil overdragen moet proberen zich in den herberg een plaatsje te veroveren. dit is: zich via de media laten horen en zien. en hopen op ernstige, dit is voor den SCHAT van het geloof gevoelige en naar verdieping en versteviging ervan verlangende, lezers, luisteraars en kijkers. zolang het duurt. want de oude bronnen zoeken on verpoosd on verdroten het slib te doorbreken en zich te herstellen. al zij het meer het werk van den lerenden en herinnerenden Heiligen GEEST dan van op aarde precies door de aarde beperkte mensen. de Heilige GEEST is en blijft het grote MEDIUM in de huiskamer, de school, de kerk, de parochie, én -àlles nieuw makend- in de media. Hij schuift niet, en is door geen mens te verschuiven.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
