|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
1.1. Dàt zegden de leerlingen van emmaüs aan den metgezel Die zich bij hen had gevoegd. en later, toen zij "met brandend hart" snel naar jeruzalem, dit is de vergadering der leerlingen, terugkeerden en zich bij hen voegden om te vertellen wat hun overkomen was, kregen zij te horen: "De Heer is waarachtig verrezen, en Hij is aan Petrus verschenen.". zó bevestigden al die anderen wat zij, door eigen ervaring en van binnen, al wisten.
de Heer is er. uit niet te zien door hen niet gezien. maar niettemin; tóch; geheime lijk wonder lijk. als Die zich plots, door hen niet verwacht (integendeel), bij hen voegt, hun gezel en gesprekspartner wordt op de vreemde wijze van eerst, als het ware beleefd, aandachtig naar hun verhaal luisterend, en dan, op hun verhaal ingaand en de leiding overnemend, verklarend, zó dat hun "terstond" de ogen op al wat er in jeruzalem gebeurd was en bij het breken van het avondbrood open gingen en zij Hem, Hem herkennend, zagen.
dit is het beeld van geloofsoverdracht en geloven. jezus' "GEEST" leert hen en herinnert in hen het LEVEN, de WAARHEID (VOLHEID) van Zijn mens wording en dàt en hoé Hij de WEG naar die WAARHEID en dat LEVEN is. leert en her innert zó dat het hart in hen gaat branden. geloven gebeurt wanneer het hart om het ervaren van de aanwezigheid van het LEVEN, de WAARHEID en den WEG onder ons voor ons gaat branden.
1.2. zij zagen Hem eerst niet omdat "hun ogen verhinderd waren om Hem te herkennen". niet van buiten af, maar van binnen uit. zij konden Hem niet zien omdat zij Hem opgegeven, in feite "verloochend" hadden; omdat zij de diepere betekenis van "al wat Hij hun had gezegd" niet begrepen hadden en de pinkstergeest nog moest komen om hen alles te leren en in herinnering te brengen.
zij "bleven" niet, "kozen de dood", beseften niet dat de dood al in hun hart zat ("verdrietig"), en konden nog minder vermoeden hoe geestelijk dodelijk dat voor hen kon worden indien de HEER hen zou laten vallen, hen niét achterna hollen en weer oppikken. het is het beeld van (geloofs)afval en terugkeer-bij-GODS-genade zó als zij hiér en nù "onder ons geschieden".
2.1. het geheim van jezus' lijden, dood en verrijzenis is niet direct te zien, is een geloofsgeheim, en het hoeft ons dus niet te verwonderen dat het door velen, óók als zij gehoord of gelezen hebben "wat in die dagen in Jeruzalem is gebeurd", niet gezien wordt. het moet geloofd worden; de ogen, die door vele vele belemmerende, verhinderende dingen "verhinderd" zijn te zien, moeten -hoé dan ook, maar altijd geheime lijk wonder lijk- "open gaan". een mens moet meewerken op de wijze van: de horen, zien en tasten belemmerende, verhinderende dingen "uitdrijven"; zwijgend wonderend "luisteren"; (in plaats van "de oren dichttestoppen") de oren openstellen voor; er toe komen intens aandachtig, met het hart bij den HEER te zijn; caring being lucky.
2.2. jezus is op aarde niet te zien ("ten hemel opgeklommen"). maar. en tóch. en zie: Hij is er op de wijze van hoe Hij bij de leerlingen van emmaüs was: als genezende, reddende, verlossende, OP trekkende reisgezel en gesprekspartner, Die "als het avond wordt, bij ons blijft, Zich met ons aan tafel legt, het brood neemt, een dankgebed uitspreekt, het breekt en het ons aanreikt"...en verdwijnt. dit is: het in Hem geloven niet opdringt, maar aan ons overlaat.
Hij is er omdat Hij leeft. niet zó als dat onder de mensen gebeurt als herinnering in mensen, maar omdat "God Hem heeft opgewekt en verbroken de strikken van de dood, daar het niet mogelijk was dat deze Hem vasthield."(Ha. 2/24). Hij is er omdat Hij vanaf "de eerste ooggetuigen en bedienaars van het Woord" in mensen "op aarde zó als in de hemel" leeft. ook als Hij niet wordt gezien omdat de ogen "verhinderd" zijn Hem te zien.
3. inderdaad. vele ogen zijn verhinderd Hem te zien. niet van buiten af, maar van binnen uit. het is het geheim van de vrijheid. van de "keuze". Hij moet gekozen worden. en wel op grond van "wat opgetekend staat opdat gij moogt geloven dat Jezus de Christus is, de Zoon van God, en door te geloven het eeuwig leven zoudt bezitten.". niet Hij verhindert de ogen Hem te zien want Hij is "verschenen", "eet en drinkt -op de wijze van de eucharistie- met ons" en "verklaart al wat er in de Schrift over Hem is gezegd". die Hem niet zien, verhinderen zichzelf Hem te zien: "stoppen de oren dicht", zeggen "Wie kan naar zó iets luisteren!", zeggen "Zijn ook wij soms blind?", en weigeren "de vinger in de wonde van zijn zijde te steken".
het is -hoé dan ook, geheime lijk wonder lijk, in het verborgene- het geheim van den "bozen" geest, die van "den bozen geest", den uiteenwerper, den verdeler van de onverdeelde on verdeelbare éénheid van "aarde" en "HEMEL" in mensen is. Hem hebben zij niet gezien, want Hij is alleen te zien met de ogen van het geloof omdat Hij een geloofsgeheim is.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
