|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
1. Het is een feit: "De kerken lopen leeg." is een enerzijds met droefheid gehoord en gelezen, anderzijds met een zeker genoegen zo niet met leedvermaak genoteerd en gesproken, geschreven en gewreven "spreekwoord" geworden. in vergelijking gaan minder mensen 's zondags naar de kerk, dit is: "vervullen zij hun -zogezegd kerkelijk geboden- zondagsplicht niet". en het is goed dit "leeg lopen" en het spreken en schrijven erover te zien en door geloven gesteund ernstig erover te denken.
2.1. "De kerken lopen leeg." bedoelt: vele vroeger kerkgaande en hiér en nù uit kerkgaande ouders geborenen blijven om de een of andere reden uit het kerkgebouw, zo niet uit de kerk weg. men heeft aan de kerk, de kerkmensen en het liturgisch gebeuren geen boodschap (meer).
men bedoelt een tot de uiterlijkheid beperkt waartenemen en waargenomen feit. wat inhoudt: dat in dit spreken, schrijven en wrijven dezelfde vervlakking, dezelfde vermaterialisering, dezelfde profanering, dezelfde verminking der werkelijkheid zó als zij is, als op alle gebieden van de huidige westerse beschaving en cultuur plaats heeft. bijbels uitgedrukt: het volk heeft zijn visioen verloren; zijn waarnemen, voelen, denken over en ver beelden zijn gereduceerd tot "betoverd" en uit der aard ver- en misleid zijn door den buitenkant, de letter-zonder-geest. het volk heeft dat kostbare zintuig voor de poëzie, het teken in en het beeld zijn der dingen verloren. het volk is, hoe het zich ook draait en keert en dit draaien en keren megafonisch en diabolisch de eter en de huizen instuurt, afgestompt en "publiceert" dat on beschaamd on omwonden.
2.2. de de mensen, zó als de den priester laokoöon en zijn zonen verstikkende slangen, verstikkende slangen van een volslagen ontspoorde "cultuur" hebben de mensen geruisloos binnenste buiten gekeerd, zó als men ons vroeger terwille van een aan te leggen verzameling leerde vlinders te verdoven en vasttepinnen, door de materie verdoofd en op de materie vastgepint, zodat zij "vergeten" zijn dàt en hoé zij "een levend wezen" werden, zijn en blijven.
1.2. trouwens wat is leeg en wat is vol. de maat is, zó als trouwens voor alle dingen, niet de kwantiteit, maar de kwaliteit. een zogezegde volle kerk (alle stoelen bezeten en de lege ruimten ertussen met staande mensen bezet) kan "leeg" zijn. dit is: om vele redenen vol en te zelfder tijd om vele redenen leeg. een lege kerk kan "vol" zijn. dit is: "vervuld van de Heilige Geest" in bedienaar en, hoe weinig ook, intens aandachtige, met den bedienaar bewust meevierende aanwezigen. met als gevolg van dien: dat wij het "spreekwoord" gerust er bij kunnen nemen voor wat het waard is.
3. niet het feit dat de kerken -zogezegd, want on juist- leeg zouden lopen is belangrijk. wel het "teken" erin. het "teken" van: dat die mensen den zin van de "tekens" verloren hebben.
- het "teken" in het Woord van het eerste en het WOORD van het tweede BOEK. die mensen zijn analfabeten, door onachtzaam- of erger nog onverschilligheid niet langer of niet meer in staat de SCHRIFT, "wat er geschreven staat", te "lezen" en als gevolg van dien doof, blind en lam voor het Woord van GOD. dit is: voor de WAARHEID, het LEVEN, den WEG, Die hùn waarheid zijn, hùn leven beLICHTEN en hùn den door hen te ganen weg op de wijze van voor- en meegaan "tonen".
- het "teken" van jezus CHRISTUS, als GOD de ZOON icoon van "Mijn en uw VADER, Die in de hemel is.". die mensen gaan voorbij aan de beminnelijke menslievendheid van GOD den VADER, Die niet geschroomd heeft Zijn ZOON op de wijze van een mens (jezus van nazareth, "de zoon van de timmerman") onder ons te laten wonen om ons de werkelijkheid zó als zij is van het mens zijn te openbaren en daarvoor Zijn leven "usque ad mortem, mortem auten crucis" te geven. zij hebben den GEEST prijs gegeven voor de "letter", jezus gereduceerd tot "de zoon van de timmerman"; tot "stof van de aarde genomen".
- het "teken" van de kerk (kuriakon) als "huis van de Heer"; als het "mystiek" lichaam van CHRISTUS onder ons voor ons; als "de leerlingen" en, in apostolische ontvouwing doorheen de tijden, de leerlingen van "de leerlingen". jezus CHRISTUS heeft gewild onder ons aanwezig te blijven op de wijze van "de eerste getuigen en bedienaars van het Woord" ("Gij zult Mijn getuigen zijn tot het einde der aarde.") door hun leerlingen voor altijd en overal vertegenwoordigd. de kerk is uit dér aard het door de mensen te horen, te zien en te tasten "teken" van CHRISTUS, den verrezen HEER. zij IS de HEER. dit is: "Hiér is er meer!", althans voor who care and are lucky, in haar geloven met de VOLheid waarmee zij in den HEER geloven, haar volgen met de VOLheid waarmee zij den HEER volgen. verschraling van dit "beeld", profanering van die rijke betekenis en dien rijken zin, betekent banalisering van het geloofsgeheim en is uit der aard een teken van on geloof.
- en binnen de kerk het "teken" van de in de liturgische vieringen verschijnende en werkzame sacramenten. de sacramenten zijn "uitwendige tekens" van de innerlijke aanwezigheid en werking van den door den HEER gezonden Heiligen GEEST onder ons voor ons. verschraling van de zo beminnelijk menslijk aan de mensen aangepaste "tekens", de profanering van hun het leven opbouwende betekenis voor het leven, zijn een onloochenbaar teken van: dàt en hoé mensen het VISIOEN kunnen verliezen en verliezen; van "Wie kan naar zó iets luisteren!"; van "weggaan".
men vergisse zich niet. men make zich niets wijs of late zich niets wijs maken door "allerhande leraars". "weg gaan" is niet langer, of niet meer "bij Hem blijven" en "naar anderen gaan". waarvan de feiten legio zijn.
4. het echte, en uit der aard dramatische, "leeg lopen" is niet dat van het kerkgebouw, maar dat van "het huis van de Heer". het verlies van het VISIOEN. het on geloof.
- bij de bedienaars die en de leer en de vieringen ontdoen van hun rijkdom en diepte door de leer te betwisten en de vieringen door "profaneren", "vermenslijken", "vertalen", te reduceren tot "gezellige bijeenkomsten" of "nobel theater". als voorbeeld: de pijnlijke "leegte" van een ("leeg gelopen") viering waarin het gloria verdwijnt, de lezingen door teksten van mensen vervangen, het credo "vergeten" en de consecratie "overgeslagen" worden. maar "communiceren" doet men nog, wat dàt dan ook moge betekenen. als voorbeeld: de kritiek op de "wijding" van het priesterschap en het neerhalen ervan door te pleiten tegen het celibaat en voor het "wijden" van gehuwde mannen en vrouwen. als voorbeeld: de uitvaart en het huwelijk zonder eucharistie. enz, enz.
- bij de niet langer, want niet zeker gelovigen, maar menslijker, algemener en vrijblijvender "beste vrienden" genoemden, een dramatische vervaging, zo niet verwarring en verlies van een door her innering van den Heiligen GEEST bewerkt helder inzicht in de overgeleverde SCHAT van het geloof (depositum fidei), den rijkdom van "het rijke Roomse leven". in feite: verlies van het VISIOEN.
de rijkdom van de SCHRIFT en de apostolische overlevering is voor die waarnemen, voelen, denken over en ver beelden op de hoogte van 10 meter bóven den platten grond, een hen verbijsterende, verbazende en wonder lijk boeiende geloofswerkelijkheid, die hun leven grondt op den vasten GROND van de on verdeelde on verdeelbare éénheid van "aarde" en "HEMEL", van "al wat zichtbaar en onzichtbaar is" en ons door het her inneren door de Heilige GEEST van "al wat Ik u heb gezegd" geopenbaard wordt. te kennen, te houden van en te doen..."door Jezus Christus onze Heer, Die met U leeft en heerst tot in de eeuwen der eeuwen.".
het echte "leeg lopen" heeft plaats in mensen die "het niet meer zien zitten" en uit der aard onverschillig geworden zijn of ten hoogste als "zinzoekers" vele, vele "zingevers" den enen na den anderen achterna lopend op zoek gaan naar, niet vinden en -in 't geniep denkend dat er toch niets te vinden is,- blijven "zoeken". want leven is "zoeken". niet vinden, maar "zoeken". want leeg zijn, is vol zijn: de volheid der "leegte". zó dat "leeg lopen" hen niet kan deren en, denken zij, niet deert. want, denken zij, er is geen VERSCHIL, en uit der aard geen verschil.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
