|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
1. Mensen spreken. delen woord lijk mee. vertellen. stellen stellingen. vragen, bevragen, stellen in vraag enz. gewoon, want eigen aan hun wijze.
soms doet een mens dat op een on gewone, een af wijkende, vreemde wijze.
- "De wolf zegde...", "De vos sprak..."...in den tijd dat de dieren spraken, dit is: toen een mens op het "idee" kwam ze
te laten spreken.
- "Wie eerst komt, eerst maalt.";
"Terwille van de smeer likt de kat de kandeleer.".
- "Ik ben de hazelnoot;...";
"Een schalkaard had een bie gevaân
en hield ze bij heur vleren.".
- "Of welke vrouw die tien drachmen bezit en één drachme
verliest, steekt niet een lamp aan, veegt niet het
huis en zoekt niet zorgvuldig totdat
zij ze vindt?"(Luc. 15/8);
"De zaaier ging uit om zaad te zaaien."(Luc. 8/5).
2.1. wat voor een spreken is dat? wat is er hier aan de hand? de grens van het louter rationeel, "intellectueel eerlijk" spreken is hier overschreden. de lezer komt in een àndere wereld, een àndere werkelijkheid ("Ik ben de hazelnoot;...") terecht en wordt uitgedaagd ze als zinloos te bestempelen en te negeren, óf tóch niet zomaar eraan voorbijtegaan, te "geloven" dat er een, zij het verborgen, zin in geborgen is en te proberen dien zin te achterhalen.
2.2. dit spreken plaatst (zó als het woord parabel etymologisch betekent) twee werkelijkheden naast elkaar. er schijnt niet alleen, in den kop dan van een fantast, maar er is (wat het woord gelijkenis suggereert) gelijkenis tussen laten wij zeggen die (in casu wormstekige) hazelnoot en ik (karel vande woestijne), tussen die vrouw en die ernstig om het Rijk Gods bekommerd is. de wormstekige hazelnoot en de bezorgde vrouw zijn, zó als alle dingen der schepping, óns ter lering, als middel tot opvoeding, vóór de voeten aan de voeten gelegde en aan onze handen toevertrouwde "dingen". óns, dat is: den lichaam én geest lijken mens, die uit zijn aard -hoé dan ook, de ene min, de andere meer- bekwaam is "stof" (materie) te overstijgen door den erin verborgen geest te ontdekken. schepping en mens zijn "verbonden", zó op elkaar ingesteld dat zij uit dér aard tot een wonder lijke en bewondering waardige uitwisseling bekwaam zijn. de dichtende dichterlijken in het bijzonder.
2.3. het geheim van het "vreemd" spreken der dichtende dichterlijken is het geheim van de schepping, die als werk van Zijn handen met GOD lijken geest verrijkte, vergrote, verméérde materie is. dingen en mensen zijn verzameld, samengeworpen en in den zélfden tuin geplaatst om samen, wederzijds, dien tuin te VOltooien.
- de dichtende dicherlijken zien de dingen zó als zij OORSPRONG lijk wezen lijk zijn: noch louter "stof", noch louter geest, maar "stof" én "geest" op de wijze van dat de materie begeest is, een "teken" in zich draagt. precies dit "teken" maakt het den dicherlijken dichtenden mogelijk uit gelijkenis "in fabels, spreuken, gedichten, parabels, gelijkenissen te spreken". want de dingen bieden geen weerstand, trekken zich niet terug, maar geven integendeel mens vriendelijk het teken in ze prijs aan... who care and are lucky. aan dichtende dichterlijken.
- aan die -wonder lijk begaafd, blijkbaar uitzonderlijk, hoé dan ook hoedanook- de gelijkenis zien en op allerhande wijzen, speciaal de wijze van het woord articuleren.
zij zien de gelijkenis tussen "stof" en "geest", laten de "stof" haar "geest" lijken inhoud vertellen en geven hem via de dingen een hoor-, zicht- en tastbaren vorm, die door zijn openbaren van het teken, het beeld erin, het voelen, denken over en verbeelden van den lezer toe- en aanspreekt. de wormstekige hazelnoot wordt een "beeld" van den dichtenden dichterlijken op de wijze van: dat de door het "uitvreten" door de "made" in hem gemaakte leegte als een klankbord gaat functioneren en hem bij het minste aanraken ("de vinger van een kind") doet zingen (dichten):
Maar raak' de vinger van een kind me, dat me rade:
het hoort mijn holte; ik luid; ik zing."
meer nog, méér. zij diepen de àndere, geestelijke, hogere en diepere, langere en bredere werkelijkheid in het leven der mensen op en tillen de "lezers" zó doende op de hoogte van 10 meter bóven den platten grond. zij hemelen "de aarde" op en versterken het vermoeden dat op aarde leven wezen lijk leven-met-UITZICHT-op-eeuwig-leven is. hun geheim blijkt een afglans van het GEHEIM van den SCHEPPER der dingen en der mensen te zijn, de natuur lijke plaats waar mensen en dingen VERBOND lijk niet alleen met elkaar verbonden zijn, maar ook met GOD den VADER, SCHEPPER van hemel en aarde, "van al wat zichtbaar en onzichtbaar is".
3. jezus van nazareth is de dichtende dichterlijke bij uitstek. zijn "spreken in gelijkenissen" toont niet alleen dàt en hoé Hij de dingen van dààr en toén intens aandachtig observeerde, maar ook dàt en hoé Hij de gelijkenis hoorde, zag en tastte en -vrij en vrolijk er aan "gehoorzamend"- zijn "gelijkenissen" op die gelijkenis grondde. wat betekent dat Hij als geen ander het geheime lijk wonder lijk verband tussen dingen en mensen "zag", maar dit verband ook plaatste in het GEHEEL, het VISIOEN van de onverdeelde éénheid van "aarde" en "HEMEL", van SCHEPPING en VERBOND als werk van "Mijn en uw Vader, Die in de hemel is.".
uit dér aard hief Hij als geen andere "de leerlingen" en de leerlingen van "de leerlingen" op de hoogte van 10 meter bóven den platten grond, gaf Hij hun via "al wat Ik u heb gezegd" en door toedoen van Zijn Heiligen GEEST in hen her innerde, het INZICHT in en het UITZICHT op "het eeuwig leven". Zijn "gelijkenissen" zijn "woorden van eeuwig leven", een SCHAT in den akker, een kostbare parel, en steken uit dér aard hoog boven de fabels, spreuken, poëzie der mensen uit. zij zijn het waard om àlles te verkopen en dien SCHAT, dien parel te kopen. dit is: naar die gelijkenissen te luisteren, in ze te geloven en naar de -GOD lijke- wijsheid erin te leven.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
