|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
Het breekpunt voor het voelen, denken over en verbeelden van de waarheid der werkelijkheid zó als zij is, is de waarheid van het bestaan van GOD. blijkbaar hebben de mensen geen moeite met het aannemen van de werkelijkheid der dingen: de schepping, met de aarde en al wat en wie er op is. dingen en mensen zijn hoor-, of zicht- of tastbaar, en uit der aard door de menselijke zintuigen waartenemen: door de oren te horen, de ogen te zien, de vingers of de huid te tasten. de dingen en de mensen uit de omgeving van een mens zijn er gewoon, en het zou onzin zijn hun bestaan te loochenen. iets anders is het bestaan van GOD. GOD is onhoor-, onzicht-, ontastbaar, en uit der aard zou het niet vreemd zijn dat een mens zou voelen, of denken, of zich verbeelden dat GOG niet bestaat. zou zeggen: "Ik heb- en de andere mensen met mij hebben- GOD nog nooit gehoord, nog nooit gezien, nog nooit getast. GOD bestaat niet.". dit is wel een vreemde wijze van redeneren, want er zijn zovele dingen die een mens nog nooit heeft gehoord, nooit heeft gezien, nooit heeft getast, en die bestaan. maar toch. want mensen zijn uit hun aard van "stof van de aarde genomen" heel menselijk geneigd te zeggen: "Eerst zien, en dan geloven."; "Boter bij de vis."
maar, en tóch, en zie: GOD bestaat, al is het een geheim, een geloofsgeheim. het is een feit dat het bestaan van een mens binnen het bestaan van de schepping een fijnvoelende, intens aandachtig waarnemende en over het waargenomene nadenkende, een voor tekens en beelden gevoelige mens verbijsterd staat over al wat bestaat. het overweldigt hem, doet zijn hart branden, vreemde vragen in hem oprijzen en schitterende beelden voor hem verschijnen, zó dat hij geneigd is, getroffen en geraakt door en uit dér aard caring, "te naderen om scherper toetekijken". met als gevolg van dien if he is lucky "de stem te horen die er uit opklinkt". een stem die er -booms én bijbels- IS. want de oren, de ogen, de vingertoppen van een mens zijn voor meer gevoelig dan voor "stof" alleen. voor het meer van geest in dingen en mensen en het méér van GODS GEEST in de schepping. en precies dit méér is niet alleen het voorwerp, maar ook de bron van die vreemde welwillendheid tegenover en tedere toegankelijkheid voor het bestaan van GOD; voorwerp en bron van geloven in het bestaan van GOD den VADER SCHEPPER en al wat daarin geborgen zit en daaruit voortkomt.
met als gevolg van DIEN: het bestaan van GOD is het breekpunt: het ultieme punt waar een mens breekt of bloeit (overeind komt). breekt als hij zich "morrend" tegen dit bestaan keert en weigert ernaar te leven; bloeit als hij zich vrij en vrolijk eraan overgeeft om ervan te leven. dit is: (zie in Mat. 16/23-24 wat jezus tot petrus zegt) zich niet nestelt in "menselijke overwegingen/ wat mensen willen", maar zich naar "wat God wil" schikt. want voor wie "naar Hem luistert", "in Mij gelooft" en "Mij volgt", zijn jezus' woorden, als "woorden van eeuwig leven", de VASTE GROND van zijn horen, zien en tasten, voelen, denken over, verbeelden en spreken/schrijven.
1. petrus, getuige zijn uitspraak "Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God.", gelooft in en houdt van jezus. en tóch kan hij -nog niet- "bergen verzetten". tóch zit hij nog vast aan "menselijke overwegingen, wat de mensen willen". zijn geloof in en liefde tot jezus zijn zo groot, dat hij -menselijk overwegend- niet kan geloven dat jezus "veel moest lijden van oudsten, opperpriesters en schriftgeleerden, en dat Hij gedood zou worden en op de derde dag verrijzen".
in dit tafereel laat mattheüs (en laten marcus en lucas met hem) jezus duidelijk stellen het verschil tussen wat de mensen willen en wat GOD wil. "wat God wil" is uit Zijn aard wezen lijk ànders dan wat de mensen uit hùn aard willen.
mensen willen mens lijk. willen de werkelijkheid zó als zij ze horen, zien, tasten, voelen, denken, fantaseren. niet alleen de werkelijkheid van hun bestaan binnen al wat bestaat, maar ook -en precies dààr tegen reageert jezus (nogal) heftig- de werkelijkheid van GOD. zij willen GOD naar hùn beeld en gelijkenis. en uit der aard geen jezus zó als Hij zich manifesteert als "de Christus, de Zoon van God" (Mat.26/63). want dàt is -althans in hùn ogen, zo als zij het willen- een GODSlastering, niét zó als GOD het wil.
het is een vergissing. een vals beeld van GOD. jezus wil precies die vergissing rechtzetten door de mensen het juiste beeld van GOD te "tonen" in Zijn persoon (GOD de ZOON, icoon van den VADER). dàt is de kern van Zijn aanwezigheid op aarde, het kerugma van de verlossing der mensen uit hun menselijke overwegingen:
"Dat Hij moest lijden..., gedood zou worden,
en op de derde dag verrijzen."
dàt staat als "wat God wil" loodrecht (van den "HEMEL" naar de aarde) op "wat de mensen (horizontaal, platvloers) willen". dàt is het GEHEIM van GOD, Die in den hemel is, en het (geloofs)geheim van de mensen, die op aarde zijn. jezus wil de ogen van de mensen openen voor de reële WERKELIJKHEID van GOD, Die in wezen grondig verschilt van wat de mensen uit menselijke overwegingen willen.
2. "wat God wil". GOD is (als "Mijn en uw Vader, Die in de hemel is", "Die niemand ooit heeft gezien") in den hemel. uit dér aard voor de mensen, die als "stof van de aarde genomen" op aarde zijn, het GEHEIM waarvoor "hun ogen gesloten zijn", tenzij zij door het booms (via de dingen der schepping) en het bijbels ("al wat Ik u heb gezegd") her inneren van den Heiligen GEEST "geopend worden".
"wat God wil" ligt uit en in Zijn intens booms en bijbelse aandachtige aanwezigheid op aarde, Zijn "wonen onder ons", verborgen geborgen in wat de mensen omgeeft, in hun "omstandigheden", en uit der aard dicht bij hen. zó dat zij het niet ver, laat staan te ver, hoeven te gaan zoeken. het vinden veronderstelt alleen caring, dit is, on "morend" en on weerbarstig vreemd welwillend tegenover en teder toegankelijk voor GODS GEHEIM, "naderen om scherper toetekijken". in feite: "naar Hem luisterend", "in Mij gelovend" en "Mij volgend" bij Hem te blijven. Hij opent, hun "te beginnen met Mozes en al de profeten verklarend wat in heel de Schrift over Hem was voorspeld", de ogen der mensen. jezus van nazareth, méér dan de zoon van den timmerman, méér dan een profeet, de HEER, IS "wat God wil" en geeft het uit dér aard on omwonden te horen, met eigen ogen te aanschouwen en met de handen te tasten. Zijn "verhaal" is, zó als "wat er -door de evangelisten opgetekend- geschreven staat" ten overvloede openbaart, als Woord van GOD Zelf, de concrete articulatie van "wat God wil" en uit der aard de "eerste, ooggetuige lijke, goede, betrouwbare bron" ervan. zó dat het "lezen" (zich buigend voor zich buigen over) van jezus CHRISTUS een eerste helder teken van die welwillend- en toegankelijkheid is. een teken van de bereidheid "menselijke overwegingen" interuilen voor het her inneren van den Heiligen GEEST.
3. de juiste innerlijke houding van een mens tegenover de VOLHEID der werkelijkheid waaruit zijn bestaan BEGIN lijk ontvangen en geboren is en waarin het voetje voor voetje, stap na stap, naar het UITEINDE toe VOL wast, is: enerzijds weten en vrij en vrolijk te vreden aanvaarden dat missen menslijk is en uit der aard voor het menslijke op zijn hoede zijn, en anderzijds geloven dat GOD Zich nooit vergist, de WAARHEID, het LEVEN en de WEG is, en "Zijn geboden onderhouden" naar Zijn woorden-ten-leven leven.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
