|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
Zien is een vreemd verschijnsel, dat met licht en duisternis te maken heeft. voor die ziet, de ogen opent en gebruikt, zijn de dingen die een mens omgeven, in het licht niet alleen voor hem aanwezig, maar ook met hem verbonden; in de duisternis "verdwijnen" zij, en verdwijnt meteen de band. licht is, samen met kijken, de conditio sine qua non voor het zien; zien en kijken zijn voor den mens de conditio sine qua non voor contact met de dingen op de wijze van wederzijdse aanwezigheid en aandacht.
het zintuig ogen is meer dan een orgaan ("stof" lijk deel) van het lichaam. het is een zientuig, door middel waarvan de mens bekwaam is wat hem omgeeft, wat om hem staat, "stof" lijk waartenemen én, gevoelig ervoor, erover denkend en het ver beeldend, in zijn leven te integreren op de wijze van uit en in saamhorigheid de dingen te bewerken, te gebruiken en van ze te leren. met als gevolg van dien dat zien uit en in naderen en scherper toekijken grondig bijdraagt tot het VOL wassen van den mens.
het geheim van zien haalt niet alleen den mens maar ook de dingen uit de anonimiteit van "stof van de aarde genomen". zien maakt een naam, dit is een identiteit geven mogelijk. uit en in zien verschijnen mensen en dingen zó als zij zijn, in hun VOLheid uit en in Zijn VOLHEID: waarachtig, GOD en mens waardig en waardevol. zien schept: vervult, verVOLt op Ons gelijkend, "ziend dat het goed is". het geheim van zien in een mens is OORSPRONG en UITEINDE lijk een vonk van GODS GEHEIM. het "staat geschreven", is ons te "lezen" gegeven.
1.1. zien is een teken van leven. Die LEEFT, schiep en zag; Die zag, LEEFT, en wat Hij schiep, leeft. "En God zag dat het goed was.". de schrijvers van de SCHRIFT melden herhaaldelijk dat GOD ziet. ziet óók wat "verborgen" (adam en eva in de struiken) is: "En Die in het verborgene ziet,...". God ziet, dit is: ontwerpt Zijn schepping en kent ze, "weet": voor Hem is, altijd en overal helemaal, van in den beginne, hiér en nù, en tot in het uiteinde, niets "verborgen". dit VOL zien is een teken van VOL leven.
dààr tegenover "staat er geschreven" van de afgoden: "Zij hebben ogen, maar zij zien niet.". een sterke voorstelling van: niét leven. de afgoden zijn, als door mensenhanden uit klei geboetseerde "aarden", uit hout gesneden houten, uit goud gegoten gouden beelden, dood. dit is: bestaan niet, zijn door mensen gefantaseerd. mensen kunnen "ogen hebben, en niét zien", blind zijn uit verblinding, uit niet willen zien en weigeren aantenemen en te zien dat zij blind zijn, niet zien.
de scherpe tegenstelling tussen GOD, Die ziet, en mensen die niét zien, is in de SCHRIFT een "in steen gebeiteld" teken van het fundamenteel, grondig verschil tussen GOD en den mens, en verwijst meteen naar de noodzaak en de waarde voor de mensen van zien, van de bekwaamheid het VISIOEN van de werkelijkheid zó als zij is te kunnen schouwen. johannes heeft dit door zijn herhaaldelijk gebruik van het woord zien in zijn diepe betekenis van schouwen uit eigen ervaring sterk geaccentueerd: "Zij gingen dan zien, en..."; "Ik zag...". hij tilt het zien op de hoogte van geloven. het zien in zijn VOLheid overschrijdt het zintuiglijk zien ("de man op de oever") en reikt tot schouwend zien ("Het is de Heer!").
1.2. het ZIEN van jezus: Zijn zien als zien "zó als in de hemel"; zó als de "welbeminde Zoon" van de Vader.
"En zie, de hemelen openden zich en
Hij zag de Geest Gods als een duif neerdalen
en over Zich komen."(Mat. 3/16).
jezus' zien is een GRONDIG, een wezen lijk ànders, eerstehands zien. zó als de Vader ziet Hij niet alleen dat de Vader, "Mijn Vader, Die in de hemel is, ZIJN Naam, ZIJN Rijk, ZIJN Wil" GOED is, maar ook dat al wat HIJ als explosie van ZIJN Naam, als ZIJN Rijk en ZIJN WIL op aarde schiep, "goed" is. beminnelijk menslievend goed: dagelijks brood, vergiffenis en verzoening, genade om te vergeven en van het kwaad verlost te worden.
dit zien heeft Hij voor de mensen naar hùn wijze op hùn wijze gearticuleerd op de wijze van gelijkenissen-uit-gelijkenis. Zijn scherp zien van de dingen van Zijn omgeving resulteerde in "spreken in gelijkenissen", waardoor Hij de ogen van de mensen wilde openen voor het grandioos, ons verbijsterend, verbazend, wonder lijk boeiend VISIOEN van de on verdeelde éénheid van "HEMEL" en "aarde". dit is: ons van blindheid, eventueel verblinding, genezen; ons leren en helpen naderen en scherper toezien om te zien zó als Hij. OORSPRONG lijk "goed".
2.1. intens aandachtig aanwezig, "mit Liebe verweilend bei jedem Schritt".
"Hoe geren zie 'k u, aangedaan
zoo 't God geliefde, in 't water staan!”;
"'K sta geren te midden
de velden alleen,
en 'k schouwe in den
diependen hemel!”;
"Ik heb de witte waterlelie lief,
daar die zoo blank is en zoo stil haar kroon
uitplooit in 't licht.".
beide zienden zien uit intens aandachtig kijken als "zieners" meer: het beeld, of méér: het door GOD met liefde geschapen zijn. zij zien, geest of GEEST lijk, het zintuiglijk on zichtbare, het in het zichtbare "verborgene", het dichterlijke in de dingen.
2.2. dit is, door liefde gedragen of gelovend schouwend, een ànder zien: de waterlelie als beeld van den mens; de blommen langs den watergracht staande als zoo 't God geliefde. een zien van de dingen zó als zij, in hun VOLheid van on verdeeld letter en geest, lichaam en ziel zijn, zijn. de dingen niet alleen als lichaam lijke omgeving waarin de mensen lichaam lijk, maar ook als "goede grond", tekens, wegwijzers, geest lijk kunnen VOL wassen...als de ziele luistert, if they care en are lucky. dit is: eens (intens aandachtig aanwezig) kijken naar de leliën op het veld, eens letten op de vogels in de lucht, iets leren van het mosterdzaadje, den vijgeboom, wind en wee en wolken (wegelen van Gods heiligen voet) enz enz.
2.3. dit zien is meer dan zien, meer dan beloeren om ze in netten te verstrikken of neertekogelen om zich hun vlees, hun huid, hun pels, hun tanden ten nutte te maken. het is een ZIEN: een volkomen argeloos, onschuldig, onhebzuchtig, op een afstand bewonderend bekijken en beluisteren om ze te genieten en de stem te horen die, niet alleen de mensen aan zichzelf maar ook GOD aan hen openbarend, uit ze opklinkt. een ZIEN van den VASTEN GROND van het bestaan van de mensen op aarde: het VISIOEN van de onverdeelde éénheid van "aarde" en "HEMEL". dit is: dàt en hoé de "HEMEL" "de aarde" (de aarde met al wat en wie er op is inkluis) ophemelt; dàt en hoé
"de wilde en onvervalschte pracht
der blommen langs den watergracht...
mij bidden doet,
en wezen zoo ik wezen moet:
aanschouwende en bevroedende in
elk uiterste einde 't oorbegin,
den grond van alles; meer gezeid,
maar nog niet al: Gods eerstigheid!".
3. op aarde GODS eerstigheid (aan)schouwen en naar dit VISIOEN leven is het hoogste dat een mens op aarde kan bereiken. het is het geheim van de contemplatieven, van de gelovende dichterlijke dichtenden bij uitstek. zij hebben de "schrijvers" van het eerste en tweede BOEK als vóór- en voorgangers gekregen, "gelezen", uit en in her innering door den Heiligen GEEST de hoogte en diepte, lengte en breedte van het Woord en het WOORD mogen kunnen ervaren en op hun beurt ont hullen en ont vouwen.
de GROND van hun woord is het geheim van de SCHRIFT. "wat er geschreven staat" doorglanst wat zij schrijven, vervult hun woord van de VOLHEID van GODS WOORD: den Heiligen GEEST. zó dat zij wezen lijk ànders schrijven en uit der aard ànders gelezen moeten worden; dat zij wezen lijk on verpoosd on verdroten GODS Woord en WOORD lijk wonen onder de mensen in hùn woord in de geschiedenis van de mensen op de wijze van overreiken (tradere) mee voltrekken. dit is: uit en in her innering door den Heiligen GEEST ZIENDE "al wat Ik u heb gezegd" ten leven doen opklaren en helpen ten leven be leven.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
