Aantekeningen van Ernest Bornauw
"uit God geboren", met UITZICHT op in GOD terugtekeren


begin boeken levensverloop contacteren

Spätlese 2 : 25/8/02 - 4/5/03

<< vorige << inhoudstafel >> volgende >>

27/28-9-02    "...omdat ik goed ben."

     Goed is: zó als het hoort, "wat billijk is"; kwaad is: zó als het niét hoort, "wat on billijk is". goed heeft te maken met "En God zag dat het goed was.". GOD is de enige die voluit goed is en voluit weet wat goed en wat kwaad is. vanuit dit VOL goed zijn en VOL weten laat hij mensen schrijven: "En God zag dat het goed was.". goed zijn en doen op aarde is wat gelijkt op het goed zijn en doen van GOD, Die in den hemel is. kwaad is wat niét goed is, niét op het goed zijn en doen van GOD gelijkt en uit der aard tegen GODS goed zijn en doen ingaat. kwaad is in wezen on gehoorzaamheid aan de uit hun aard "goede" levenswoorden van GOD. dit is: zonde. kwaad "ont heiligt" en "beschadigt" den NAAM van GOD en ont heiligt en beschadigt de dingen en de mensen van Zijn Schepping op aarde.

     jezus heeft op eminente wijze, als beeld van den VADER Zelf VOL goed zijnde en al goed doend rondgaand, dit goed zijn en doen aan de mensen dààr en toén en aan alle mensen hiér en nù "getoond" en "in gelijkenissen gesproken". zie de gelijkenis van den landeigenaar en zijn dagloners in Mat. 20/1-16a. zó als die landeigenaar is GOD goed. het "staat -voor altijd en overal helemaal- geschreven" en is ons uit der aard te beluisteren of te lezen gegeven. "geschreven", dit is: op een het schrijven der mensen geheime lijk wonder lijk overstijgende wijze geopenbaard voor en aan die het "lezen", dit is: die naderen, scherper toekijken en de Stem horen die er uit opklinkt.

     bóven dien bevat die gelijkenis een schat aan informatie over de universele "aardse" werkelijkheid, mensenkennis en wijsheid voor alle plaatsen en alle tijden. jezus was blijkbaar niet in een ivoren toren opgesloten gebleven, maar had (zó als Hij in die film als kind een ladder tegen den muur had gezet om over den muur te kijken) het vreemde gedoe der mensen scherp geobserveerd en er veel van geleerd om het óns te leren.

 

     1. déze landeigenaar sluit met de werkers van het eerste uur een -wat blijkt uit hun akkoord gaan ermee- rechtvaardige overeenkomst en leeft ze na. zó doende is hij een toonbeeld van rechtvaardigheid van en voor "werkgevers". gewoon. "als vanzelf". als recht ("goed") geschapen en uit der aard zijnde en doende zó als het dààr en toén en hiér en nù hoort ten leven.

     maar er is meer in hem. aan de volgende werkers zegt hij: "Wat billijk is, zal ik u geven.". dat ziet er "vaag" uit, maar is voor de gehuurden vreemd genoeg geen bezwaar. en inderdaad: zij krijgen even veel als die van het eerste uur. dit is: plus, meer dan "rechtvaardig" was, omdat de eigenaar "goed" is en het billijke optrekt tot de hoogte van wat achteraf de overeenkomst blijkt te zijn. "goed" zijn en doen is niet alleen rechtvaardig zijn, maar ook "barmhartig". dit is: "vrij met het mijne te doen wat ik wil". de eigenaar is "vrij": bevrijd van "greed" en vrij voor goed zijn en doen.

     het is duidelijk dat jezus hiér de menselijke gebruiken overstijgt en subtiel naar het zijn en doen van Zijn VADER ("Die in de hemel is") verwijst. Zijn VADER is GRONDIG, WEZEN lijk goed, met àlle connotaties aan dat woord verbonden: eigen wijzig, VOL en uit der aard méér, altijd en overal helemaal rechtvaardig en barmhartig goed. zó dat

          "Uw gedachten zijn nu eenmaal niet Mijn

          gedachten, Mijn wegen niet uw wegen, -is de

          Godsspraak van de Heer-. Maar zoals de hemel

          hoog boven de aarde is, zo hoog gaan Mijn

          wegen uw wegen te boven en mijn gedachten

          uw gedachten."(Jes. 55/8-9).

de wijze waarop God over "het Mijne" beschikt, is een keuze voor een met barmhartigheid getemperde rechtvaardigheid, een met rechtvaardigheid verhoogde en verdiepte, verlengde en verbrede barmhartigheid.

 

     2. de (anders werkloze) dagloners zijn bereid voor den landeigenaar te werken, de enen op grond van een overeenkomst, de anderen op grond van wat de eigenaar billijk vindt. zij doen hun werk goed, zó dat zij ook het afgesproken loon ervoor krijgen. zij worden hier getaxeerd naar hun reactie op het uitbetalen van den heer. die van het billijk loon staan verrast verbaasd over het "evenveel" en zijn te vreden. die van de overeenkomst zijn aan het berekenen gegaan en voelen zich "bedrogen". on te vreden morren zij. erger nog: zij zijn kwaad omdat de heer goed is en zij hem niet kunnen beletten "met het zijne te doen wat hij wil".

     hier "toont" jezus het VERSCHIL: het verschil tussen mensen (aan wie berekenen eigen is) en GOD (Die nooit berekent). HIJ is een vreemde eigenaar, wat berekenende mensen op grond van hùn kijk op rechtvaardigheid en barmhartigheid doet "morren". hùn rationeel rechtvaardigheids gevoel sluit barmhartigheid uit. zij "zijn van de aarde" en "vergeten" den HEMEL.

 

     3. in het perspectief van "het Rijk der hemelen" "zullen veel eersten de laatsten, en laatsten de eersten zijn."(Mat. 19/30). een paradox, die met alle andere in de Schrift het VERSCHIL accentueert. jezus staat op aarde in het midden van het Rijk der hemelen en bevestigt (zó als in het "Onze Vader") de noodzaak van het "op aarde zó als in de hemel". dit is: de noodzaak de aarde optehemelen. die bij de aarde zweren en alleen het "de eersten" zijn op het oog hebben, zullen voor "den HEMEL" in den hemel de laatsten zijn. geloofsgeheim, door jezus extra belicht waar Hij zegt:

          "Wie zijn leven wint, zal het verliezen,

          en wie zijn leven verliest, zal het winnen.",

en door paulus in een andere paradox in het spoor en op GROND van Christus beleefd en "geschreven":

          "Of ik leven moet of sterven, Christus

          zal in mij verheerlijkt worden. Voor mij

          toch is het leven Christus en het sterven

          een winst."(Fil. 1/20-21).

     deze (geloofs)visie GRONDT in het VISIOEN van de on verdeelde éénheid van "HEMEL" en "aarde", waarin de waarachtigheid, GOD en mens waardigheid en waarde van de aarde oplicht in het LICHT van "den HEMEL", en dat voor "de laatsten" op aarde de basis is van hun hoop- en uit der aard troostvol UITZICHT-op-den-hemel. dit is: op hun "terugkeer" naar den VADER, Die hen geschapen, den ZOON, Die hen verlost, en den Heiligen GEEST, Die hen voltooid heeft.

 

     4. in het perspectief van het "op aarde zó als in den hemel" kan er geen "kwaad" zijn in de relatie tussen een "werk gever" en een "werk nemer" omdat de "goede grond" ervan een wederzijdse rechtvaardigheid (overeenkomst van beide zijden nageleefd) en een eventuele barmhartigheid (begrip) vanwege den werkgever is. in het licht van deze "gelijkenis" (het goed zijn van GOD en het "goed" zijn van de door HEM geschapen mensen) verschijnt de sociale kwestie als een door "gemeenschap" op de wijze van ieder voor allen en allen voor ieder gedragen hemel op aarde. dit is: een door het goed zijn en goed doen van GOD geïnspireerd goed zijn en doen van mensen. de werk gever "geeft" werk en vergoedt (ver "goedt") het door een billijk (dit is in feite voor die van het laatste én die van het eerste uur meer dan) loon; de werk nemer verricht zijn werk goed en bewerkt zó doende "als vanzelf" het evenwicht tussen geven en nemen.

     het kàn, en wordt gedaan, op grond, niét van berekening van beider zijde, van door politici "gedachte" en opgestelde wetten en voorschriften, maar van een door her innering van den Heiligen GEEST beLICHT en beKRACHT geloof in het VISIOEN waarin het lam gerust rustig naast den wolf woont, de zwaarden tot ploegen worden omgesmeed.

 

     5. de goede landeigenaar gaat van 's morgens vroeg uit om werklieden voor zijn wijngaard te zoeken. hij vindt er blijkbaar niet genoeg, want hij herhaalt dit zoeken op het derde, zesde, negende en elfde uur. er kunnen er nog altijd bij, want hij ervaart dat velen werkloos te wachten staan "omdat niemand hen heeft gehuurd"(7).

     het probleem van de werkloosheid is: dat niemand werklozen huurt. het economisch systeem is gericht op "winst", met als gevolg van dien: dat enkelen over- en velen onderbetaald worden; dat mensenhanden door machines vervangen worden; dat alleen "nuttigen" (sterken) aangeworven worden en "on nuttigen" (zwakken) afgedankt; dat enerzijds de "adel" van het werken door "presteren" en "opbrengen" naar beneden wordt gehaald en anderzijds het "genoegen" beleven aan werken verloren gaat.

     het door gewiekste en nietsontziende "landeigenaars" uitgekiende "systeem" heeft het "als vanzelf", den gewoon natuur lijken aard en zin van werken, dit is het cultiveren van de aarde op de wijze van "de tuin bewerken en bewaren" om de aarde voor allen bewoonbaar te maken, geperverteerd tot "slaven". met alle nefaste gevolgen voor de in deze "gelijkenis" in allen eenvoud (on ingewikkeldheid) geschetste evenwichtige relatie tussen landeigenaar en dagloners van dien. al verwijst het mopperen van de eersten al naar het terwille van greed uit de hand lopen van de zaak.

 

     6. dit mopperen "toont" de innerlijke oorzaak der problemen: dàt en hoé een overeenkomst terwille van berekening beschadigd wordt. "Toen nu ook de eersten kwamen, dachten zij meer te zullen ontvangen."(10). ze namen het loon aan, maar "begonnen tegen de landeigenaar (heer des huizes) te mopperen" omdat zij de handelwijze van den heer beschouwden als onrecht hun aangedaan ("...dezen hebben slechts één uur gewerkt, en gij stelt hen gelijk aan ons, die de last en de hitte van de dag hebben gedragen."(12). de kern van de zaak is: is goedheid (barmhartigheid) tegenover de enen onrecht tegenover de anderen?

     de heer des huizes wordt in al zijn natuur lijke rechtschapenheid van én rechtvaardig én goed zijn geconfronteerd met "de realiteit" van zijn omgeving en verantwoordt zijn zijn en doen -uit en in de overtuiging dat hij met het zijne mag doen wat hij wil- met "Ik wil aan hem die het laatst is gekomen, evenveel geven als aan u.". het loon der eersten is van het mijne het uwe geworden, en ook zij kunnen ("zij namen het aan") ermee doen wat zij willen.

     veel erger is: "Of zijt gij kwaad omdat ik goed ben?"(15). dit is, als teken van den "bozen" geest, die van "den bozen geest" is, een zonde tegen den "goeden" geest, die van den Heiligen GEEST.

     hier treft jezus de mensen die van de wereld zijn, in het hart. Hij spreekt uit ervaring: uit geconfronteerd worden met den "bozen" geest van mensen die Zijn al goed doend rondgaan om keerden tot het werk van den duivel, "den bozen geest". hiér "toont" Hij dàt en hoé het goed zijn en doen van den VADER door den "bozen" geest in mensen om allerlei redenen verdraaid wordt, als onrecht en reden tot "kwaad zijn" bestempeld. wat in wezen een zonde tegen den Heiligen GEEST is en uit der aard zó "boos" dat zij niet vergeven kan worden. dààr aan achteloos, laat staan on verschillig, voorbijgaan is een teken van de -mogelijke- on wijsheid, tot op den grond van het hart dalende verdorvenheid in een mens.

 

     7.   "Zo zullen de laatsten de eersten en de eersten

          de laatsten zijn; want velen zijn geroepen,

          maar weinigen uitverkoren."(16).

     deze paradox is GODS GEHEIM. GOD alleen doorziet het hart van een mens. GOD alleen weet dat niet allen die geroepen zijn om vele, vele, maar uiteindelijk al te menselijke redenen, dien roep, die roeping, zullen verstaan en op de juiste wijze beleven. en uit der aard komt in den hemel én hier op aarde het oordeel daarover als ZIJN GEHEIM uitsluitend aan GOD toe.

     er ligt onder dit laatste "besluit" van jezus' "gelijkenis" niet alleen een "harde" beslistheid verborgen, maar ook een "zachten" weemoed. in den aard van (over jeruzalem wenend):

          "Jeruzalem, Jeruzalem, hoe dikwijls heb Ik niet

          getracht uw kinderen als een hen haar kuikens

          onder de vleugels samentebrengen, maar gij hebt

          niet gewild.".

     dat samenbrengen, vergaderen, is wezen lijk GOD lijk, VADER lijk. verzamelde "de heer des huizes" zijn dagloners niet binnen een gezamenlijk werken aan zijn wijngaard? een gezamenlijk ervaren van zijn goed zijn en goed doen? al moet zijn ontgoocheling over de reactie van de eersten groot zijn geweest, tóch spreekt er -omdat hij goed IS- uit dat "vriend"(13) niet zozeer een veroordeling, maar veeleer een zachte terecht wijzing, een poging tot "opvoeden": tot brengen binnen de WAARHEID, op den juisten WEG, binnen het VOLLE LEVEN.

     zó gaat het "in het Rijk der hemelen" eraan toe. zó heeft jezus het -als geloofsgeheim- gezegd en "staat het geschreven". zó hemelt "de HEMEL" de aarde op. zó is de VADER, is de ZOON, en is de Heilige GEEST: een schitterende onverdeelbare éénheid van rechtvaardigheid en barmhartigheid uit SCHEPPING en VERBOND.

<< vorige << inhoudstafel >> volgende >>


begin boeken levensverloop contacteren

Ernest Bornauw /Provijnsstraat 2 /3020 Herent /België
Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.
Als gebruiker mag u het werk kopiëren, verspreiden, tonen en op- en uitvoeren onder de volgende voorwaarden:
• Naamsvermelding. De gebruiker dient bij het werk de door de maker of de licentiegever aangegeven naam te vermelden.
• Niet-commercieel. De gebruiker mag het werk niet voor commerciële doeleinden gebruiken.
• Geen Afgeleide werken. De gebruiker mag het werk niet bewerken.
• Bij hergebruik of verspreiding dient de gebruiker de licentievoorwaarden van dit werk kenbaar te maken aan derden.
• De gebruiker mag uitsluitend afstand doen van een of meerdere van deze voorwaarden met voorafgaande toestemming van de rechthebbende.
Het voorgaande laat de wettelijke beperkingen op de intellectuele eigendomsrechten onverlet.
Bewerkt voor internet door Bart De Wolf
desheerens.com is online sinds januari 2005