|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
Een kleed bestaat uit aaneengenaaide stukken stof. de naad is de plaats waar die stukken aaneengenaaid zijn. die naad kan door gebruik van het kleed loskomen of om de een of andere reden losgescheurd worden.
bij de joden moet er, volgens mat. 26/65 en markus 14/63, het gebruik bestaan hebben in een gerechtszaak de kleren te scheuren als een teken van droefheid of protest ("Hij heeft God gelasterd.") en zekerheid van bewijs ("Wat hebben wij nog getuigen nodig?"). een uitwendig teken, gebaar, van een innerlijke toestand. de kleren scheuren werd een beeld van.
nu is het merkwaardige van dat gebruik dat dit scheuren bij den naad gebeurde, zodat de kleren in feite niet stuk waren, maar hersteld en opnieuw gebruikt konden worden. en dit is een nog markanter beeld: van "leugen", van "bedrog", van "valse" droefheid of protest, van vermeend onrecht. in feite een "schitterend" beeld van de huichelarij van priesters, schriftgeleerden, farizeeën, oudsten van het volk tegenover jezus. het verbijsterend beeld van uiteenwerpen van wat samengeworpen is. in casu het vernietigend beeld van den "bozen" geest tegenover den "goeden".
de naad is een breekpunt. een "beproeving". hij is de natuurlijke plaats van samenkomen en samenblijven, zó dat de naad scheuren de wezen lijk tegendraadse handeling van een "verborgen verleider" is. het tafereel van het -publiek, en dus de eigen opinie publicerend- kleren scheuren door den hogespriester be tekent in mattheüs' en markus' verhaal ervan een niet mis te verstane en definitieve bevestiging van de valsheid, de huichelarij, het machtsmisbruik van jezus' "tegenstanders". dààr en toén, én hiér en nù. wat hadden zij nog getuigen (en wat voor een) nodig nu zij het (alsof jezus al dien tijd van zijn openbaar optreden in 't geniep gesproken en gehandeld had en zij het dus nog nooit eerder hadden gehoord) zélf hadden gehoord. dit is: dàt en hoé zij in hun verblindheid zélf toonden elk vermogen om zinnig te horen, zien en tasten, te voelen, denken over en verbeelden verloren te hebben; dàt en hoé zij jezus als "méér dan een profeet" ("de Christus, de Zoon van God") niet aankonden en dus gedwongen werden (zó als hun voorvaders tegenover de profeten) hun toevlucht tot "geweld" te nemen.
bóven dien is er de (bij de andere evangelisten niet vermelde) schitterende "optekening" van johannes -"den leerling dien en die Jezus liefhad" en "die daar was"-:
"..., behalve nog het onderkleed. Dat onderkleed
was zonder naad, van boven tot onder uit één
stuk geweven. Zij zeiden dus tot elkaar:
laat ons het niet in stukken scheuren, maar
er om loten wie het krijgt."(Joh. 19/23/24).
niet alleen opdat de Schrift vervuld zou worden, maar ook als een jezus' wezen lijke on verdeeldheid, éénheid met den VADER accentuerend beeld. dat bovendien en naar hiér en nù toe niet mis te verstaan onderstreept: dat jezus wezen lijk en uit der aard theologisch on verdeeld is, niet verdeeld mag worden en dat Hem "verdelen" wezen lijk on christelijk is. het gezond verstand van de soldaten, zo niet hun risico nemen uit speel- en hebzucht, be tekende in johannes' ogen het GEHEIM van jezus' on verdeeld "mens én de Christus, de Zoon van God zijn".
en zó wordt in de SCHRIFT gewoon de naad, niet meer dan de naad, van den platten grond getild/getrokken op de duizelingwekkende hoogte van 10 meter er bóven. en roepen dat ding en dat woord bij wie met de SCHRIFT zijn vertrouwd, het beeld op van enerzijds de GOD lijke VOLHEID van het WOORD en anderzijds de leeg- en laagheid der mens lijke huichelarij onder de mensen.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
