Aantekeningen van Ernest Bornauw
"uit God geboren", met UITZICHT op in GOD terugtekeren


begin boeken levensverloop contacteren

Spätlese 2 : 25/8/02 - 4/5/03

<< vorige << inhoudstafel >> volgende >>

7/14-11   Wat niet kan, kàn

     Er zijn dingen die kunnen. dit kunnen zit in hun natuur verborgen en komt er op tijd en stond "als vanzelf" uit. het regent op tijd en stond, sneeuwt, hagelt, vriest, waait; op tijd en stond kiemt het zaad en wast vol; op tijd en stond wordt er een kind ontvangen, gedragen en geboren, groeit en sterft het. en zo voort.

     wel blijken er aan dat kunnen grenzen te zijn, is er een niét kunnen. mensen zeggen dan: "Dat kan niet.". anderzijds zijn sommige mensen er op uit die grenzen te verleggen, op grond van kennis en techniek al wat kan, en zelfs meer, uit de dingen te halen en, menen zij, zó doende op tijd en stond uiteindelijk -wetens en willens- àlles te kunnen. al tonen de feiten dat veel eerst als onoverschrijdbare grenzen geziene grenzen tóch met den tijd overschreden zijn, tóch zijn er nog altijd dingen met grenzen die weerbarstig zijn en laten vermoeden zo zullen blijven. de natuur der dingen laat zich niet doen en vestigt de aandacht op de wijsheid van "buigen of breken".

     de natuur (de dingen der schepping) richt zich tot het horen, zien en tasten, voelen, denken over en verbeelden der mensen. zij daagt hen niet uit, maar gaat hen voor en opent hun oren, ogen, tastzin, voelen, denken en verbeelden op de wijze van leren, onderrichten, den weg wijzen. uit dér aard gaan de mensen inzien dàt en hoé er in de natuur der dingen grenzen zijn en leren zij die respecteren. met als gevolg van dien dat zij het gevaar lopen te gaan zweren bij de dingen der natuur, de materie (het "stof van de aarde genomen"), en menen dat inderdaad wat niet kan, niet kan en er op aarde niets is dat als wat -in hun ogen- niet kan zou kunnen, niets dat bóven de natuur uitstijgt. dat er geen bóvennatuur, geen "HEMEL" in se én op aarde is.

     maar, en tóch, en zie: er zijn op aarde dingen die geheime lijk wonder lijk, op Uw woord, bóven de natuur uitstijgen en als zogezegd niet kunnend kunnen. dit bóven natuurlijke richt zich tot een vreemd vermogen in den mens: mógen en kùnnen geloven. dit is het vermogen toegang te hebben tot het onhoor-, onzicht-, ontast-, onvoel-, ondenk-, onfantaseerbare doordat op Uw woord al die natuur lijke vermogens in den mens verrijkt, vergroot, verméérd, "verdubbeld" worden. dat er mensen zijn die geloven en wat dat geloven is, "staat geschreven" en is ons, bóven de wijsheid uit contact met de natuur uit, als WIJSHEID van GOD tot onze onderrichting in die WIJSHEID te "lezen" gegeven. geloven kiemt en groeit uit "luisteren" (ex auditu), en die geloven leggen zich al "lezend" op dit "luisteren" toe. met als gevolg van Dien: dat zij het wonder van het kunnen van wat niet kan ("een braambos dat in lichter laaie staat, maar, en tóch, en zie: niét opbrandt") mógen kùnnen ZIEN. "Want bij God is niets onmogelijk.".

 

     1. dat brandend braambos (Ex. 3/1-6) stijgt, doordat het niet opbrandt, boven elk ander door mensen waargenomen brandend braambos uit. het ziet er (als "dat wonder schouwspel") ànders uit en wekt nieuwsgierigheid.

          "Mozes dacht bij zichzelf: Ik moet dat wonder

          schouwspel toch eens wat nader gaan bezien en

          kijken waarom het braambos niet opbrandt."(2-3).

het is inderdaad een wonder: GODS stem klinkt er uit op, met als gevolg van DIEN: "Kom hier niet dichterbij, maar doe de schoenen van de voeten; want deze plaats waar gij staat, is heilige grond."(5). mozes' "dichterbij komen om scherper te zien"(4) wordt "beloond" met een direct gesprek van GOD met hem, zijn roeping.

          "...riep God hem midden uit het braambos toe:"(4);

          "Ik zal u tot Farao zenden; gij moet mijn volk,

          de kinderen Israëls, uit Egypte leiden."(10).

     deze "anecdote" is een prototype van dàt en hoé JAHWEH GOD aan mensen toont (een teken geeft) dat er op aarde dingen zijn die (voor de dingen waarnemende en erover denkende mensen zogezegd) niet kunnen, maar, en tóch, en zie: (voor die naar het wonder schouwspel: "de engel van Jahweh in een vlammend vuur midden in een braambos"[2] opzien) kunnen, want, zegt de engel der boodschap: "Niets is onmogelijk bij God.".

     het is een basispunt van de SCHRIFT: GOD, Die in den hemel is, bestaat, heeft hemel en aarde geschapen, gaat op aarde met de mensen (Zijn volk) hen bevrijdend en leidend mee, en laat Zich, hoewel "niemand Hem ooit heeft gezien", in tekens die "tonen" dat wat niet kan, kan, aan die naderen om scherper toetekijken, HOREN, ZIEN en TASTEN. GEHEIM van GOD, Die in den hemel is, én geloofsgeheim voor en van de mensen, die op aarde zijn; VISIOEN van de onverdeelde éénheid van "HEMEL" en "aarde" op de wijze dat GOD, Die in den hemel is, "op aarde neerdaalt", Zich booms en bijbels laat kennen (Zich in de dingen van Zijn schepping en de woorden van dichters, profeten en "leerlingen" incarneert), de aarde ophemelt, geheime lijk wonder lijk den braamstruik laat branden, maar niet opbranden.

 

     2. maria: het geheim van de incarnatie van GOD den ZOON. op grond van de "aardse" feiten mens lijk nuchter en intellectueel eerlijk stelt zij tegenover den engel:

          "Hoe kan dit geschieden daar ik geen man beken?".

dit "probleem" moet haar toen zij merkte dat zij zwanger was, -zó als jozef- overweldigd en verontrust hebben. maar, en tóch, en zie: het is precies de taak van den "door God gezonden engel Gabriël" haar (en jozef) gerusttestellen en de (uitzonderlijke) situatie vanuit GOD opteklaren:

          "De Heilige Geest zal op u neerdalen en de

          kracht van de Allerhoogste zal u overschaduwen;

          daarom ook zal wat uit u geboren wordt, heilig

          zijn en de Zoon van God genoemd worden...

          want niets is onmogelijk bij God.".

een braambos brandt, maar, en tóch, en zie, brandt niet op. een historisch feit, waarop het verstand zich de tanden stukbijt, en dat maria, even nuchter en intellectueel eerlijk, gelooft en bevestigt met:

          "Zie de dienstmaagd van de Heer;

          mij geschiede naar uw woord.".

hiér en dààr vloeien, hangen, lopen en werken "de HEMEL" en de "aarde" op een ons verstand verbijsterende, verbazende en wonder lijk boeiende wijze samen. dààr en toén en hiér en nù klinkt uit de anecdote GODS STEM op en bevinden wij ons op Zijn woord "op heilige grond". op VASTEN grond: de GROND van -zó als maria (en jozef)- geloven uit en in her innering door den Heiligen GEEST van "al wat Ik u heb gezegd". van dàt en hoé er op aarde voor GOD, Die in den hemel is, en de mensen, die op aarde zijn, niets niét mogelijk is, niets niét kan. het volstaat, ontvangend de ene genade na de andere, nuchter en intellectueel eerlijk, den kop er bij neerteleggen.

     en wat er na dién gebeurde "toonde" maria hoe "goed" het was niet alleen geduldig naar den engel te luisteren, maar ook on in zichzelf gevangen onbevangen als dienstmaagd van den HEER op het woord van den engel integaan. zij was, en bleef, een brandend niet opbrandend braambos. haar hele leven was en bleef, opgenomen binnen het samenvloeien, -hangen, -lopen en -werken van "HEMEL" en "aarde": iets dat niet kan, maar, en tóch, en zie, dat kón.

     en waarom zou haar "verschijnen" niet kunnen? als een engel kan "verschijnen", dit is geheime lijk wonder lijk een boodschap vanwege GOD, Die in den hemel is, uit den hemel aan de mensen, die op aarde zijn, brengen, waarom zou dan het "verschijnen" van maria, die (ten hemel opgenomen en er gekroond) in den hemel is, om aan de mensen een boodschap uit den hemel te brengen niet kunnen? hun vanwege God GOD influisteren? het brandend niet opbrandend braambos hun aandacht trekken en nieuwsgierigheid wekken, zó dat zij naderen om het wonder van dichterbij te bekijken, de STEM van GOD horen en zich bewust worden dat de grond waarop zij staan "heilige grond" is? dat allemaal behoort tot de VOLHEID van het VISIOEN van de onverdeelde éénheid van "HEMEL" en "aarde", den VASTEN GROND die uit en in een verrijkt, vergroot, verméérd waarnemen, voelen, denken over en verbeelden geloven mogelijk maakt, hoogst en diepst, langst en breedst zinvol en verantwoord en uit der aard meer de moeite waard. "Uw geloof heeft u gered.".

 

     3. jozef. meer dan een goedzak, een simpele ziel. een rechtvaardige in de volle betekenis die de SCHRIFT eraan geeft.

     zó als  maria werd hij met een "probleem" geconfronteerd, had hij, nuchter en intellectueel eerlijk, zijn bezwaren.

          "Daar Jozef, haar man, een rechtvaardige was en

          haar niet te schande wilde maken, besloot

          hij in stilte van haar te scheiden."(Mat. 1/9).

in dit besluit ligt al een teken van zijn vreemde welwillendheid tegenover het feit: "Toen Maria...verloofd was met Jozef, werd zij, voordat zij gingen samenwonen, in gezegende toestand van de Heilige Geest bevonden.".(18). in feite tegenover GODS plan. en GOD laat hem niet alleen.

          "Terwijl hij met die gedachte rondliep, zie,

          daar verscheen hem in een droom een engel des

          Heren en sprak: "Jozef, zoon van David,

          vrees niet Maria, uw vrouw, tot u te nemen,

          want wat in haar geboren is, is van de

          Heilige Geest."(20). en jozef

          "deed zó als de engel des Heren hem

          bevolen had."(24).

jozefs geheim was: dat enerzijds "de HEMEL" "de aarde" ophemelde, en anderzijds "de aarde" zonder "mopperen of morren", "als vanzelf", op Uw woord, geloofde en uit der aard uit en in het her inneren door den Heiligen GEEST dat wat niet kan kàn, onbevangen, ongeremd, met het plan van "den HEMEL" meewerkte.

     zijn geloof heeft hem gered: verpulverde zijn "probleem" en alle latere problemen ("Sta op, neem het Kind en Zijn moeder, en vlucht naar Egypte."; "Zijn vader en moeder stonden verbaasd over wat er van Hem werd gezegd."; "Waarom hebt Gij ons dit aangedaan?...Wist gij dan niet dat Ik in het huis van Mijn Vader moet zijn?"; "de zoon van de timmerman"), en deed hem "als vanzelf" meewerken aan de incarnatie van GOD den ZOON op aarde, de VOLHEID van het VISIOEN van de onverdeelde éénheid van "HEMEL" en "aarde". aan dat wat niet kan, kàn.

 

     4. jezus. in Hem bereikt het feit dat wat "aards" (mens lijk),  niet kan, "HEMELS" (GOD lijk) kan, zijn hoogtepunt, zijn VOLHEID.

     jezus CHRISTUS is de VOLHEID van de incarnatie van GOD op aarde, van de wijze waarop GOD Zijn schepping, de mensen in het bijzonder, nabij blijft, "in het oog houdt" en begeleidt, uit egypte bevrijdt en het beloofde land binnenleidt. VOLHEID van: dat wat menslijk niet kan, GOD lijk kàn. VOLHEID van "Ik ben Die bén en Die er zal zijn voor u.". VOLHEID van het ons verstand verbijsterend, verbazend en wonder lijk boeiend FEIT van GODS incarnatie op de wijze van de mens wording van GOD den ZOON (Zijn tent onder ons opslaan) terwille van en voor ons op aarde.

     GODS GEHEIM, en voor ons op aarde grandioos geloofsgeheim...ter "beproeving". worden "op de proef gesteld: ons horen, zien en tasten, ons voelen, denken en verbeelden. want het hele geschieden der schepping in 't algemeen en het historisch feit dat GOD de ZOON als jezus, zoon van jozef en maria, onder ons heeft gewoond in 't bijzonder, zijn wezen lijk ànders dan zij zich op het eerste gezicht aan ons voordoen. zó, dat wat voor ons horen, zien en tasten, voelen, denken en verbeelden niet kan, kàn.

     die eigen, typische vermogens der mensen blijken hiér en nù, dit is binnen den wervelenden groei en de schijnbaar onstuitbare opmars van de westerse "beschaving", westerse "cultuur", als nooit te voren op de proef gesteld wat het ervaren van en geloven in het geheim, het wonder, het mogelijk zijn van wat de westerse mens denkt niét mogelijk te zijn betreft. de "mentaliteit" (geestelijke verloedering door materialisme) die langzaam en geruisloos hiér en nù de lucht vervu(i)lt en uit der aard als het ware onvermijdelijk door elken mens "ingeademd" wordt, weigert GODS geheim en het wonder van Zijn aanwezigheid onder ons te erkennen, dit is: loochent ze en gelooft niet langer in ze.

     het knel punt bij uitstek, het breek punt, is: dat jezus "ontvangen van de Heilige Geest en geboren uit een maagd" is, dat de man uit nazareth "de CHRISTUS, Mijn welbeminde Zoon", dat de zoon van den timmerman "méér dan een profeet", de gekruisigde "een rechtvaardige", de steen op het graf "weggerold", de man op den oever "de HEER" is. het is buigen, of barsten. en wat moet een "menataliteit" van zich niét buigen voor als zij zich buigt over, van het been stijf houden ("niét knielen"), het hoofd "bedekt", de voeten "geschoeid", de oren dichtgestopt (niét "luisteren"), in feite van "Liever barsten dan buigen.", daarmee? een "mentaliteit" die zich éénzijdig emancipeert, zélf het roer in handen neemt, de aarde wil beschaven en cultiveren op de wijze van "onderwerpen" en "veroveren"? zij "gaat weg", "kan niet langer naar zoiets luisteren", "zal u dààr over later wel eens horen". dat GOD de Zoon in jezus van nazareth is mens geworden is de ultieme "beproeving", waarin alle andere (het wezen van de leer, van het vieren der sacramenten, van de Kerk, van het christen zijn) begrepen zijn en doorstaan moeten worden. want GODS GEHEIM is on verdeeld on verdeelbaar één en verdraagt geen "gesjoemel", geen maakwerk naar eigen "gevoel", "denken", "fantaseren", eigen "zin" en "keuze". en het ligt voor de hand en is duidelijk merkbaar dat wie jezus niet (langer) als de CHRISTUS ZIET ("mag aanschouwen"), "logischer wijze" uiteindelijk al de rest ziet wegdeemsteren en eindigt met alles ("GOD den VADER, Schepper van hemel en aarde" tot "het eeuwig leven") te (ver)loochenen. dit is: breekt. én afbreekt.

 

     5. het ZIEN, "mogen aanschouwen" van het ons verstand verbijsterend, verbazend, maar, en tóch, en zie wonder lijk boeiend "Want bij God is niets onmogelijk.", heeft plaats op de hoogte van 10 meter bóven den platten grond, de hoogte van geloven uit aanschouwen (her innering door den Heiligen GEEST van "al wat Ik u heb gezegd"), als in de stilte in stilte stil contemplatief geloven. geloven in het verborgene, op UW woord, naar maria's wijze er met het hart bij "dat alles in het hart bewarend".

     enerzijds heeft dit tijdje met al zijn onthutsende "gevoeligheden" hiér en nù paradoxaal genoeg rationeel rekenend en redenerend elke "fijn gevoeligheid" (sensibiliteit) voor het geheim der "tekens" verloren, en anderzijds is het (nog) niet (door het verlies ervan) genoeg gelouterd en gerijpt om naar den VASTEN GROND terugtekeren. dit is: in de eenzaamheid van de woestijn het wonder van het brandend en toch niet opbrandend braambos te zien, te naderen om scherper toetekijken, de STEM te horen Die er uit opklinkt en te zeggen "Hier ben ik!".

     de in CHRISTUS "gedoopte", van CHRISTUS doordrenkte leerling van "de leerlingen" blijft, in het midden van dit tijdje schouwend in de diepten van GODS GEHEIM caring and being lucky, ("ontvangend de ene genade na de andere", "Zijn genade is mij genoeg.") bij CHRISTUS. dit is: in het huis van den HEER.


<< vorige << inhoudstafel >> volgende >>


begin boeken levensverloop contacteren

Ernest Bornauw /Provijnsstraat 2 /3020 Herent /België
Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.
Als gebruiker mag u het werk kopiëren, verspreiden, tonen en op- en uitvoeren onder de volgende voorwaarden:
• Naamsvermelding. De gebruiker dient bij het werk de door de maker of de licentiegever aangegeven naam te vermelden.
• Niet-commercieel. De gebruiker mag het werk niet voor commerciële doeleinden gebruiken.
• Geen Afgeleide werken. De gebruiker mag het werk niet bewerken.
• Bij hergebruik of verspreiding dient de gebruiker de licentievoorwaarden van dit werk kenbaar te maken aan derden.
• De gebruiker mag uitsluitend afstand doen van een of meerdere van deze voorwaarden met voorafgaande toestemming van de rechthebbende.
Het voorgaande laat de wettelijke beperkingen op de intellectuele eigendomsrechten onverlet.
Bewerkt voor internet door Bart De Wolf
desheerens.com is online sinds januari 2005