|
Aantekeningen van Ernest Bornauw
|
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
De rijkdom van een mens is wijsheid: VOLheid van weten en willen. de wijze groeit wetend en willend wetens en willens VOL.
er zijn mensen die wijsheid begeren en zich erop toeleggen, en die men uit der aard wijsgeren, filosofen noemt. denkers. dit is: zij gebruiken bij hun waarnemen, voelen, verbeelden intellectueel eerlijk, dit is zelfstandig, vrij, on bevooroordeeld, hun verstand, denken na over wat zij horen, zien en tasten, voelen, zich verbeelden. over het bestaan, het in der Welt sein van de mensen, van den mens, een mens, hen zelf.
dit (na)denken beoogt de zuivere, VOLLE waarheid van het bestaan, reilen en zeilen van den kosmos (de schepping) en óns bestaan eruit, erin en ermee. het zweert bij de in hun ogen door redeneren (logica) tot bereiken van die waarheid bekwame rede (de ratio).
het is in de geschiedenis der mensen op aarde stap na stap een stoet van mensen met naam, befaamde, beroemde, vereerde mensen geworden, van oude en nieuwe wijsheden en wijsheid, die er tóch niet in slagen die VOLheid te bereiken, ergens tekortschieten, -met vallen en opstaan- zoeken en blijven zoeken en zich met deels tevredenstellen noodzakelijk maken. wijsbegeerte en wijsgeren blijven -met den moed der wanhoop of de hoop ooit erin te slagen- in beweging. wat er op wijst, niét dat er, zoals sommigen onder hen beweren, geen universele waarheid is, maar dat hun rede feitelijk niet bekwaam is ze te bereiken. ook hier geldt sappho's (universele want dichterlijke) wijsheid: zij hebben den aan het uiterste takje van den appelboom hangenden appel niet "vergeten te plukken", maar "konden er niet bij".
ànders de mystici, monniken en dichters. de niet louter rationelen, louter redenerenden, maar samengeworpen onverdeeld gemeenzaam -in het midden van het veld in de diepte van den hemel- schouwenden. de zieners.
Er is voor die naderen en scherper toekijken een vreemd verband, een verbond tussen mystiek, contemplatie en dichten, en uit dér aard tussen mystici, monniken en dichters. in feite zijn zij op GROND van hun natuur lijke plaats: het VISIOEN van de on verdeelde éénheid van "HEMEL" en "aarde", de drie in één. zij zijn, zó als de "schrijvers" van "wat er -in het eerste en tweede BOEK- geschreven staat", wezen lijk, op aarde (al) zó als in den hemel, "aarde" en "HEMEL" verzameld samen schouwenden. in feite mensen die, ànders deels deels, ànders wetend wetens en willend willens, uit en in her innering door den Heiligen GEEST van "al wat Ik u heb gezegd" -méér als abraham, isaäk en jakob dan als filosofen- in het hart van het VISIOEN van de on verdeelde éénheid van "aarde" en "HEMEL" opgenomen zijn. dit is: in de paradox van wat in de ogen der mensen wijs schijnt te zijn, in GODS ogen dwaas is, en wat in de ogen der mensen dwaas schijnt te zijn, wijs is.
1. méér dan nadenken over, laat staan denken, "zien" zij gelijkenis, dit is: geheime lijk wonder lijk het verband, Verbond lijk het verbond tussen "de aarde" (de óns vóór de voeten aan de voeten gelegde en aan onze handen toevertrouwde dingen der schepping) en "den HEMEL" (GOD den VADER SCHEPPER, GOD den ZOON VERLOSSER en GOD den Heiligen GEEST VOLTOOIER van die schepping). luisterend HOREN zij, naderend om scherper toetekijken ZIEN zij, den vinger stekend in TASTEN zij, met het hart er bij VOELEN zij, zich buigend voor zich buigend over DENKEN zij NA over, schouwend VER BEELDEN zij gelijkenis. zij werpen niet uiteen, maar samen, verstrooien niet, maar verzamelen lichaam en ziel, materie en teken, "letter" en "geest" in de dingen. dit is: de dingen op grond van gelijkenis verlossend en VOLtooiend, scheppen zij ze op nieuw; herstellen zij ze in hun eer (van door GOD geschapen, naar GOD verwijzende scheppingen); ver woorden zij ze geheime lijk wonder lijk, op Uw woord, in gelijkenissen-uit-gelijkenis.
2. het woord van mystici, van monniken, van dichterlijke dichtenden is GRONDIG ànders, GRONDIG poëtisch. het geeft vonken af, "schittert", be licht de dingen der "aardse" werkelijkheid (scheppingen) met het LICHT van GODS Werkelijkheid (SCHEPPER) en toont ze zó als zij zijn...in gelijkenissen-uit-gelijkenis, op de wijze van "zó als, zó...".
het LICHT in de dingen is het teken in ze, hun gelijkenis, die het spreken in gelijkenissen-uit-gelijkenis mogelijk maakt, de letter met geest verméért. mystici, monniken, dichtenden laten het teken in de dingen verschijnen, begeesten de letter op de wijze van dubbel zinnig spreken: in gelijkenissen-uit-gelijkenis. in de gelijkenis tilt de gelijkenis de letter op de hoogte van 10 meter bóven den platten grond (de hoogte van den geest), zó dat zij gaat "schitteren", wat zich op het eerste gezicht aan ons voordoet, "verdubbelt".
3. begrippen doden het teken, verstikken het, ont tekenen de ons omringende werkelijkheid en beperken haar tot on blinkend, on blozend "stof". het begrip is een ont zield (abstract) woord voor een ont zield (abstract) ding, en uit der aard dode taal, formule.
het woord van mystici, monniken en dichtenden daarentegen is wezen lijk concreet, eenvoudig (hoor-, zicht- en tastbaar de dingen zó als zij zijn hoor-, zicht- en tastbaar makend) méérzinnig. want de dingen geven zó als zij ons vóór de voeten gelegd zijn vonken af en zijn uit der aard rijk aan zin. aan (verwijzende, weg wijzende) tekens. de mysticus, de monnik, de dichtende, staat met beide voeten op de aarde ("de tuin"), is in "goede grond" geworteld, haalt uit dien (als vanzelf zijn vruchten gevenden) grond zijn wijsheid en de woorden om ze optetekenen.
die woorden zijn gevleugelde woorden: woorden die leven en -als teken daarvan- kunnen vliegen op Uw woord. beADEMde klei, het geheim van gelijkenissen-uit-gelijkenis, dat alle drie innerlijk verbindt, één maakt. dit is: den mysticus tot schouwenden dichtenden; den contemplatief tot mystiek dichtenden; den dichtenden tot mystiek schouwenden.
| << vorige << | inhoudstafel | >> volgende >> |
| begin | boeken | levensverloop | contacteren |
